Wond weer open

Nederland en Srebrenica – het kan nooit meer goed komen. Iedere keer als er een nieuw verslag verschijnt over de gebeurtenissen in deze Bosnische moslimenclave in de zomer van 1995, worden de wonden weer opengereten. De feiten zijn bekend: onder de ogen van een Nederlands VN-bataljon in de `veilige' enclave Srebrenica werden tussen de zeven- en achtduizend moslimmannen door de binnentrekkende Servische troepen weggevoerd en later afgeslacht. Dutchbat stond erbij en keek ernaar – maar greep niet in. Kon niet ingrijpen, was later het verweer van de Nederlandse regering, omdat het bataljon daartoe niet was uitgerust, te geïsoleerd was en geen steun vanuit de lucht ontving. De wandaad van de Serviërs bleek het draaipunt in de Balkan-oorlogen van de jaren negentig. Na het bekend worden van de genocide in Srebrenica grepen de Amerikanen met kracht in en dwongen kort daarna een vredesakkoord af. Nederland, de VN – alle bij Srebrenica betrokkenen bleven zitten met de vraag wat er in de enclave was misgegaan en wie daarvoor, behalve primair de Serviërs, verantwoordelijkheid droeg. Die schuldvraag is in een aantal rapporten aan de orde gekomen, het meest recent in een verslag van een Franse parlementaire onderzoekscommissie, gisteren gepubliceerd. Het grote Nederlandse onderzoek naar Srebrenica door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie verschijnt komend voorjaar.

De Fransen sparen zichzelf niet. Srebrenica, schrijft de onderzoekscommissie, is ook het falen van Frankrijk. De Franse generaal Bernard Janvier, destijds commandant van de VN-troepen in voormalig Joegoslavië, draagt grote verantwoordelijkheid voor de val van de enclave. Hij had toestemming moeten geven voor luchtacties tegen de Bosnische Serviërs. Zijn besluit om hiervan af te zien werd ingegeven door een ,,overduidelijke beoordelingsfout'' over de Bosnische generaal Mladic, de man die na de val van Srebrenica met overste Karremans van Dutchbat het glas hief. Hard is het Franse rapport over de Nederlanse militairen, van hoog tot laag. De officieren in de bevelsketen hebben er een knoeiboel van gemaakt. Het feit dat Dutchbat op geen enkel moment enig verzet tegen de Serviërs heeft geboden, wordt pijnlijk genoemd en een ,,tactische vergissing'', die een groot effect had op de psychologie van de Serviërs.

Andermaal ligt de wond dus open. Twee jaar geleden pleitten de Verenigde Naties Dutchbat goeddeels vrij van schuld, waarbij wel hardop de vraag werd gesteld of de Nederlanders niet meer hadden kunnen doen. De verantwoordelijkheid voor het drama in de enclave legden de VN evenwel bij zichzelf. Nederland was opgelucht. De verdienste van het recente Franse onderzoek is dat het de vraag van de VN beantwoordt en daar een oordeel over velt. Voor Nederland is het pijnlijk, maar een van de kernkwesties van Srebrenica is nu eenmaal de lankmoedige opstelling van Dutchbat. De vraag zal ons blijven achtervolgen: waarom hebben jullie niets gedaan? Juist in deze tijd is het goed om nog eens op indringende wijze met falend Nederlands-militair optreden in den vreemde te worden geconfronteerd. Het scherpt de geest en maakt duidelijk dat, in ieder geval in vreemde ogen, ook niet-handelen in tijden van oorlog geen garantie voor schone handen is.