Theaterkostuums met een ziel

Valentine Kempynck is méér dan kostuumontwerpster: `De kleding wordt emotie en het lichaam spreekt.'

Ze draagt een vestje, een T-shirt, een slobberige broek. Behaaglijk spul maar helemaal niets bijzonders. Hoe anders zijn de kleren die zij maakt voor op de bühne. Valentine Kempynck (38) ontwerpt theaterkostuums die eruit springen. Door hun eenvoud en expressiviteit, hun humor en extremiteit. De materialen zijn vaak op straat te vinden. Papier en plastic, touw, karton en vogelveren: wat gratis is, is goed. En ze kúnnen veel, die kostuums van Kempynck. Ze kunnen geluiden maken, zoals de fladderende jurken in Fenicische vrouwen. Ze kunnen licht geven, zoals de knipperende schorten in The Woman Who Walked Into Doors. Ze kunnen in water oplossen, zoals een gewaad in De Perzen, of transformeren tot een waterdichte tent, wat in Leonce en Lena gebeurt.

Kempynck-kostuums hebben een ziel, ze horen bij het personage. Een gewaad dat oplost is een desintegrerende geest. Een schort dat knippert is een onzeker leven. Vorm is inhoud en de inhoud is een vorm die niet los kan worden gezien van het gezelschap. Valentine Kempynck, een Vlaamse, werkte voor Hollandia en voor het Zuidelijk Toneel, voor het Ro Theater en voor De Roovers. Ze droeg bij aan voorstellingen van Johan Simons en Ivo van Hove en van recenter datum is haar coöperatie met de Ro Theater-leiders Alize Zandwijk en Guy Cassiers. Haar laatste project, dat nog in première moet gaan: Via Viola, door Victoria uit Gent en De Theatercompagnie uit Amsterdam.

,,Viola'', zegt Valentine, ,,gaat gekleed in een zeer wijde broek en een T-shirt met honderd badges. Ze lijkt op een hiphopmeisje, maar de piepjonge zangeres Cathy Van der Stappen heeft geen hiphopstem. Ze heeft een musicalstem en zo is alles anders dan het lijkt, de hele voorstelling zweeft tussen droom en werkelijkheid. Viola gaat op zoek naar haar ouders en belandt in de Club Med. Een Hollands gezin komt steeds storen. Eerst in de reële wereld en dan ook in die malle club. Het jurkje van de Hollandse dochter verandert in een soort bikini en het kostuum van de Hollandse zoon evolueert naar een duikpak. Heel onwezenlijk. Bovendien vraag je je af: is dit nou een goeie smaak of een slechte? Iedereen in die club vrijt met iedereen en ineens komen alle vrijers tevoorschijn in het kostuum van hun rivaal. Het gaat niet om wat er gebeurt, maar om wat haar omgeving voor dat meisje betekent. Viola is ongelukkig, dus ziet zij volwassenen die ook ongelukkig zijn. Viola is haar seksualiteit aan het ontdekken, dus ziet ze volwassenen die hun seksualiteit eveneens onderzoeken, en wel in verhevigde mate.''

België is een gat

We zitten in Kempyncks huis in Antwerpen, een rommelig huis met een opgeruimde werkhoek. Hier een computer, daar een ladenkast en overal rauwe jazz. Het achterraam biedt uitzicht op een loods die tot voor kort gebruikt werd door Stan, de Anarchistische Abendunterhaltung en andere muziek- en theatergroepjes. Valentine Kempynck had er haar atelier. ,,We wilden de loods met z'n allen kopen, maar dat is niet gelukt. Een rijke man uit de straat heeft hem gekocht, voor zijn collectie oldtimers.'' Kempynck maakt deel uit van het Vlaamse ontwerperscollectief BELGAT en dat is de derde persoon enkelvoud van het werkwoord BELGARE. ,,Bestaat niet, maar klinkt mooi, nietwaar? `België' zit erin, en het Franse bijwoord belle. En `gat', want België is een gat, theater is een gat en kostuums bestaan voor een groot deel uit gaten. Maar nu even serieus: ik werk altijd samen met een rechterhand. Bij een regisseur kun je niet met al je vormproblemen terecht. Bij een collega wel.''

Ze studeerde speciale effecten en grime en noemt zich een autodidact. ,,Het feit dat ik niet voor kostuumontwerpster heb geleerd is dikwijls mijn troef. Ik kan nauwelijks tekenen, dus moet ik het van mijn ideeën hebben. Ik denk mee over het decor, de speelstijl, de tekst. Mijn kostuums horen bij het geheel en ze mogen niet schitteren, ik wil geen modeshow. Tenzij de mode voor de personages enorm belangrijk is.'' Omdat Kempynck ,,van de eerste repetitiedag tot de laatste'' bij een voorstelling is betrokken, vinden sommige regisseurs haar opdringerig. ,,Maar er is een verschil tussen jezelf opdringen en persoonlijkheid hebben. Als mijn persoonlijkheid niet met die van de regisseur klikt, mag hij me best laten vallen.'' Regisseur Ivo van Hove, bij wie het concept al van tevoren vastligt, was er niet van gediend dat Kempynck steeds naar de repetities kwam. Van De tramlijn die begeerte heet, in 1995. ,,Hij ergerde zich aan al mijn vragen en commentaren. Iemand heeft mij eens verteld: `Het is wel juist wat je zegt, maar je zegt het steeds op de verkeerde momenten.' Ik kan me niet altijd correct gedragen.''

Dit seizoen, bij haar samenwerking met Alize Zandwijk, bedacht ze een elegante uitweg: op wat ze in het repetitielokaal gezien had reageerde Kempynck per e-mail. ,,De inhoud van Alize's voorstelling Leonce en Lena is verschrikkelijk en ondertussen lacht de zaal zich een kriek. Om een stel mensen dat zoekt en zoekt en zoekt en niets anders vindt dan leegte. Georg Büchner, de auteur uit het begin van de negentiende eeuw, was een echte punker. Wat hij beschrijft is de paniek van deze tijd. Liefde helpt daar niet tegen. Leonce en Lena wakkeren elkaars negativiteit alleen maar aan. Samen zitten ze als kleine kinderen te griezelen. In de tent die Lena's rok is, bij het licht van een zaklantaarn. Maar ze griezelen wel serieus. Ze willen dood, ze leven nog maar net en trekken zich nu al terug.''

Vrije natuur

Voor Johan Simons en Hollandia, in 1993, ontwierp Kempynck een onschuldiger Lena-kostuum. ,,Actrice Betty Schuurman droeg een jurk vol pluimpjes en in haar décolleté zat een partituur. Omdat die Lena nog geloofde dat ze het geluk in de liefde zou vinden en in de vrije natuur. Alsof er nog vrije natuur bestaat! Bij Alize Zandwijk in elk geval niet. De buitenwereld waar zij haar personages heen stuurt is al even kunstmatig als hun binnenwereld. Daarom lijkt de nieuwe Lena op een pop. Haar kraag heb ik torenhoog gemaakt, zodat ze haar hoofd amper kan bewegen. Haar prachtige prinsessejurk beknelt haar, zoals overbeschaving de mensen verstikt.''

Opeens zie ik de broche op Valentine's borst. Een dunne balk waaraan een touwtje hangt dat eindigt in een strop. Wat een sombere decoratie, zeg ik. Kempynck schiet in de lach. ,,Dat is geen strop, dit is niet eens een broche. Dit is een naald en draad. Om mee te werken, begrijpt u?'' De gewoonte om elk beeld te interpreteren leidt soms tot domme conclusies. Tijd voor een technische vraag. Hoe kreeg Kempynck het voor elkaar om die schorten in The Woman Who Walked Into Doors te laten knipperen? ,,Allez, er zitten elektriciteitsdraden in en ze werken op batterijen. Videoman Peter Missotten heeft een slimme methode ontwikkeld om licht aan geluid te koppelen. Speelt het orkest, dan lichten die schortjurken op. Maar ze doven uit zodra de muziek verstomt. Dat gebeurt steeds voor maar heel even en zo krijg je die flikkerende signalen. De kleding wordt emotie en het lichaam spreekt.''

Maakt ze liever kostuums voor vrouwen dan voor mannen? ,,Allicht. In jurken kun je meer fantasie kwijt dan in pakken. Maar het pak dat ik vorig seizoen voor De wespenfabriek heb ontworpen is toch wel heel stevig.'' Ze laat een foto zien. Van een insektachtig gepantserde jongen met enge onderwaterlichtjes op zijn hoofd.

,,Die jongen woont op een eiland. Hij voelt zich bedreigd door de zee. Je ziet dat aan het water dat uit zijn kostuum druipt terwijl hij rondloopt in een elektrische installatie.'' Ook de toeschouwer voelt zo het gevaar. Net als The Woman Who Walked Into Doors werd De Wespenfabriek geregisseerd door Guy Cassiers.

,,Van Guy Cassiers heb ik geleerd om met verschillende media om te gaan. Johan Simons van Hollandia leerde mij om dramaturgisch te denken. Paul Koek, ook van Hollandia, leerde mij abstractie. Ivo van Hove en zijn partner Jan Versweyveld brachten mij de kracht van vormelijkheid bij. En van Alize Zandwijk heb ik geleerd om vorm te combineren met de kleine dingen. Kleine grote dingen uit het dagelijks leven. Tien jaar geleden is een kind van mij gestorven. Sindsdien ben ik niet meer bang.''

De voorstelling `Via Viola' is t/m 6 februari in Nederland en Vlaanderen te zien. Inl. (020) 5205320 of www.theatercompagnie.nl. `Leonce en Lena': t/m 20 maart. Inl. (010) 4047070 of www.rotheater.nl.

`Mijn kostuums mogen niet schitteren'

`Overbeschaving verstikt de mensen'

    • Anneriek de Jong