Ten strijde tegen de regenten

Ook zonder dat er asielzoekerscentra voor hen klaar stonden, vonden de duizenden Nederlandse patriotse vluchtelingen eind 1787 in de Oostenrijkse Nederlanden een warm onthaal. Vooral degenen die te kennen hadden gegeven in bijvoorbeeld Antwerpen, Gent of Brussel te willen blijven, konden rekenen op gunstige faciliteiten. Voor hen lagen financiële tegemoetkomingen, een vestigingsvergunning en vrijstelling van invoerrechten in het verschiet. Bovendien werd de Hollanders geen strobreed in de weg gelegd wanneer zij eigen sociëteiten wensten op te richten of protestantse kerkdiensten wilden houden.

Het was niet uit charitatieve overwegingen dat de asielzoekers door hun zuiderburen met open armen ontvangen werden. Met de komst van met name de rijke aristocratische patriotten uit de Nederlanden zag de Habsburgse keizer Jozef II, onder wiens gezag de Oostenrijkse Nederlanden sinds 1713 vielen, gunstige perspectieven voor de wankele economie aldaar. Vandaar dat hij het hun graag naar de zin maakte en hoopte dat ze niet verder zouden trekken naar Frankrijk. Ook dit land had immers de grenzen opengesteld voor de gevluchte patriotten, al was daar de republikeinse ideologie van de Hollanders de voornaamste beweegreden. Patriotten die naar Frankrijk wilden vluchten, konden rekenen op een uitkering van de Franse overheid als ze hun patriotse gezindheid konden aantonen.

In het lijvige proefschrift van Jacques Baartmans Hollandse wijsgeren in Brabant en Vlaanderen worden de lotgevallen van de gevluchte patriotten in de Oostenrijkse Nederlanden uitvoerig beschreven. Slechts een enkel woord wijdt hij aan de patriotten die in Frankrijk asiel kregen; daarover gaat de volgend jaar te verschijnen dissertatie van Joost Rosendaal.

Het jaar 1787 markeert een voorlopig eindpunt van de democratische patriotse beweging in de Noordelijke Nederlanden. De patriotten – met name de burgerdemocraten – wensten regeringsinvloed en waren fel gekant tegen de regentenolichargie en de vrijwel absolute macht van de stadhouder, Willem V.

Burgermilities

Om hun streven kracht bij te zetten hadden zich in diverse steden in de jaren tachtig burgermilities gevormd en waren er instellingen van burgergecommitteerden opgericht als tegenwicht tegen de lokale regenten. De tegenstellingen tussen orangisten en patriotten stonden op scherp. Dominees beklommen de kansel in militair kostuum om daarmee nadrukkelijk hun gemeente voor te gaan in hun patriotse stellingname. Burgers richtten hun eigen ordediensten op en patrouilleerden door straten en stegen. Aanhangers van Willem V werden gemolesteerd en moesten meer dan eens hun vege lijf redden. Maar de mond houden deed geen van beide partijen. De politieke twisten uit die dagen hebben een overvloed aan pamfletten, politieke tijdschriften, spotprenten en spotverzen voortgebracht. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis wisten politieke partijen de media ten volle te benutten om aanhangers voor hun ideologie te krijgen.

De positie van de stadhouder werd er bepaald niet beter op. Omdat hij in Holland al niet meer welkom was, had hij zich teruggetrokken in Nijmegen, waar hij politiek gezien weinig meer kon uitrichten. Desondanks zag zijn vrouw, Wilhelmina van Pruisen, nog mogelijkheden de stadhouderlijke positie te redden. Ze vertrok naar Den Haag om, met gebruikmaking van de politieke tegenstellingen aldaar, de terugkeer van haar man mogelijk te maken. Echter, een patriots vrijkorps uit Gouda hield haar onderweg aan, bracht haar over naar Goejanverwellesluis en beëindigde haar missie op hardhandige wijze. Deze vernedering was een doorn in het oog van haar broer, de koning van Pruisen, die terstond besloot met zijn troepen zijn zwager militair te hulp te komen.

Deze Pruisische interventie in 1787 betekende voorlopig het einde van de gloriedagen der patriotten. Hun bezittingen dreigden geconfisqueerd te worden en zelf moesten ze met hun hebben en houwen naar het zuiden vluchten. Zo'n zesduizend patriotten, onder wie ook vrouwen en kinderen, arriveerden berooid in Antwerpen. Een aantal van hen vertrok naar andere steden. Toch was lang niet iedereen op de vlucht. De uitkeringen die de patriotten ontvingen deden ook een stroom gelegenheidspatriotten (economische vluchtelingen) op gang komen.

In de Oostenrijkse Nederlanden stond de vluchtelingen een nieuwe revolutie te wachten. De verlichte Jozef II had na zijn aantreden in 1780 allerlei middeleeuwse privileges en instituties in Brabant en Vlaanderen opzij gezet ten gunste van een centralistisch bestuurde eenheidsstaat. `Alles voor het volk, niets door het volk' was het motto en het was niet verwonderlijk dat ook hier een patriotse beweging ontstond. Maar anders dan de Noord-Nederlandse patriotten stonden deze patriotten uit de Oostenrijkse Nederlanden herstel van het oude politieke bestel voor. Ze waren conservatief en konden dan ook rekenen op de steun van het Huis van Oranje.

Bloedig

Onder leiding van de Brusselse advocaat Hein van der Noot en de verlichte Frans Vonck werden, na de Belgische Omwenteling van 1789, de Verenigde Staten van België uitgeroepen. Dit luidde echter geen periode van rust in, aangezien de statisten van Van der Noot het oude gezag van de gewestelijke staten wilden herstellen terwijl de progressievere vonckisten een democratische vorm van centralisme voorstonden. Een bloedige strijd was het gevolg, die uiteindelijk door de statisten werd gewonnen. De vonckisten en de Noord-Nederlandse patriotten, die steeds hadden gehoopt op hulp van Jozef II bij hun strijd tegen de stadhouder en zijn aanhangers, moesten vervolgens uitwijken naar Frankrijk.

Een geluk voor Baartmans was dat de Noord-Nederlandse patriotten hun ervaringen veelvuldig aan het papier hebben toevertrouwd. Hoewel menig archief zijn patriotse schatten nog niet heeft prijsgegeven, zijn er talloze dagboeken, reisbeschrijvingen, romans en brieven uit de jaren 1787-1792 bewaard gebleven. Dit materiaal vormde de basis voor het onderzoek van Baartmans. Wie zijn studie leest, krijgt echter de indruk dat hij ondanks zijn – willekeurige – selectie omkwam in de brij van patriotse literatuur. Het boek is zeer wijdlopig en zijn bevindingen worden warrig gepresenteerd. Bovendien worden de subjectieve observaties van de patriotten nauwelijks getoetst aan feitelijke gegevens, die ongetwijfeld ook in de archieven te vinden zijn. Hoeveel bedroeg bijvoorbeeld de uitkering van een patriotse vluchteling? De lezer moet er maar naar raden. Ook andere vragen dienen zich aan. Waarom waren er patriotten die geen gebruik wensten te maken van een uitkering? Baartmans constateert alleen dat dit het geval was, maar stelt de vraag niet.

De jaren tachtig van de achttiende eeuw vormen een van de interessantste tijdperken van de Nederlandse en Belgische geschiedenis. Alleen daarom is Baartmans' studie een grote aanwinst.

Jacques Baartmans: Hollandse wijsgeren in Brabant en Vlaanderen. Geschriften van Noord-Nederlandse patriotten in de Oostenrijkse Nederlanden 1787-1792. Vantilt. 538 blz. ƒ69,90

    • Rietje van Vliet