Tegen alle hypocrieten

Als de wereld beter had opgelet, was er dan wel een Osama bin Laden geweest over wie nu het ene na het andere boek uitkomt? Hij heeft in elk geval alle kans gehad tot volle wasdom te komen, zo blijkt uit het net verschenen boek Holy War Inc van de journalist Peter Bergen, terrorisme-analist van de Amerikaanse televisiezender CNN.

Terwijl niemand keek was in de jaren tachtig in Afghanistan de jihad, heilige oorlog, tegen de Sovjet-bezettingstroepen aan de gang die achteraf bezien een centrale rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de moslim-extremistische beweging in de wereld. De bezetting van islamitisch land door een ongelovige supermogendheid trok tienduizenden moslims naar Afghanistan. Zij vormden de basis voor een soort moslim-extremistische internationale, die op 11 september haar ontlading vond in de aanslagen in New York en Washington. Zelfs de Amerikaanse CIA, die de strijd tegen de Sovjet-Unie toch financieel steunde, had niet in de gaten welk vlees zij in de kuip had.

,,Ik heb zoveel profijt gehad van de jihad in Afghanistan [..] Wel het meest dat de glorie en mythe van de supermogendheid werd vernietigd, niet alleen in mijn idee, maar ook in dat van alle islamieten', zei Osama bin Laden in 1997 in een vraaggesprek met CNN. Deze praktijkervaring, gekoppeld aan de theorie van de individuele plicht tot de gewelddadige jihad als land van de islam door een vijand wordt bezet, zoals die hem was ingeprent door zijn mentor Abdullah Azzam, veranderde hem als het ware in een massa-vernietigingswapen.

Het betreffende interview was geregeld door Peter Bergen, die in 1993 naar aanleiding van de eerste aanslag op het World Trade Center in New York geboeid was geraakt door de figuur Bin Laden (ofschoon nog steeds niet vaststaat dat deze aanslag diens werk was). Op dat moment was bij de Amerikaanse autoriteiten het alarm nog steeds niet afgegaan, hoewel Bin Laden in 1992 al een anti-Amerikaanse aanslag op zijn conto had geschreven, op twee hotels met Amerikaanse militairen in Jemen, en in 1993 een rol speelde in anti-Amerikaans geweld in Somalië. Zij schrokken pas echt op bij de bloedige aanslagen in 1998 op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania. Maar het antwoord daarop, raketaanvallen op kampen van Bin Laden in Afghanistan en een vermeende chemische wapenfabriek in Soedan, versterkten zijn heroïsche imago alleen maar. Amerika veranderde hem van een in relatief klein kring bekende extremist in een held.

Het is te lezen in Bergers Holy War, Inc. Inside the secret World of Osama bin Laden. Dat is niet (zoals bijvoorbeeld Osama bin Laden's al-Qaida, waarvan de vertaling werd besproken in Boeken, 26 oktober) een werkje dat haastig en dus zeer slordig is neergepend, maar de neerslag van jaren onderzoek, vraaggesprekken met spelers en waarnemers en reportagereizen door de islamitische wereld. Het manuscript was in augustus klaar, maar behoefde nog maanden zorgvuldig redactiewerk, zo schrijft Bergen eerlijk. Maar de aanslagen van 11 september zetten een streep door dat plan. In twee weken werd het manuscript aan de nieuwe werkelijkheid aangepast en persklaar gemaakt. De `onvermijdelijke herhalingen en ongelukkige uitdrukkingen' moeten we hem vergeven, schrijft hij.

Grote haast

Het is waar: Holy War, Inc. vertoont sporen van grote haast. Die haast vertaalt zich niet, zoals in Osama bin Laden's al-Qaida, in irritante slordigheden. Maar de indeling had zorgvuldiger gestroomlijnd moeten worden. Met name in de eerste hoofdstukken is de opbouw van het boek, dat min of meer chronologisch de loopbaan van Bin Laden volgt, niet altijd logisch.

Ernstiger is dat Bergen hier en daar niet waarmaakt wat hij belooft. Hij schrijft terecht over de grote invloed die – na zijn mentor Azzam – de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri op Bin Laden heeft gehad. Zawahiri was de leider van de zeer gewelddadige organisatie Jihad (onder andere verantwoordelijk voor de moord op de Egyptische president Sadat). Voor inzicht in de denkwereld van Zawahiri gaat Berger op bezoek bij Saad Eddin Ibrahim, een Egyptische socioloog. Deze heeft jarenlang onderzoek gedaan naar islamitische extremisten, die hij opzocht in de Egyptische gevangenis – waar altijd een ruime vooraad voorhanden is. ,,Zeer intelligent, zeer rustig', zegt Ibrahim. ,,Hij komt uit een goede familie, verwant aan de Egyptische aristocatie; zijn vader was een beroemde arts. Hij leek evenwichtig en welbespraakt – maar rustig.' Dat was het dan.

Zo komt Bergen ook niet uit de psyche van de moslim-extremist. Hij geeft wel veel feiten over de activiteit van een groot aantal extremisten, en spreekt van `de gewiekste, wereldlijke jonge mannen die de keurtroepen van Holy War, Inc. uitmaken'. Maar waarom vliegt een Mohamed Atta zich te pletter tegen de torens van het World Trade Center? Of, heel concreet en uiteindelijk meer binnen zijn studiebestek, waarom ging Wadi el-Hage, Amerikaans staatsburger van Libanese afkomst, voor Bin Laden werken? Hage werd afgelopen juni door een rechtbank in New York schuldig bevonden aan betrokkenheid bij de bomaanslag op de Amerikaanse ambassade in Kenia in augustus 1998, en vorige maand tot levenslang veroordeeld.

Slimme jongens

Ook ik heb Ibrahim, verscheidene jaren geleden, gesproken naar aanleiding van zijn onderzoek over moslim-extremisten. Voor wat het nog waard is: het zijn vaak slimme jongens, afkomstig uit de iets beter verdienende arbeidersklasse of kleine middenstand, die ten koste van grote financiële opoffering van hun omgeving hoog zijn opgeleid. Ze hebben de illusie dat daaraan een mooie loopbaan aan zal zijn verbonden – dit in tegenstelling tot de armen, die geen illusies hebben, of de rijken die niets meer hoeven, of de gevestigde burgerij die weet wat er te koop is. Maar die illusie botst op de harde werkelijkheid van de economie en de corrupte maatschappij. Er is geen baan, die gaat naar het vriendje of neefje van de baas. De wrok kan dan de weg wijzen naar het moslim-extremisme. De `islam is de oplossing' in radicale vorm toegepast. Wat Hage betreft: hij had aan de universiteit van Louisiana stadsplanning gestudeerd, maar was daarna alleen in staat ongeschoold werk te vinden.

Toch heeft Holy War, Inc. zonder meer verdiensten, zeker vergeleken met de eerdere werken over Bin Laden. Bergen schetst een geloofwaardig en toegankelijk beeld van de religieuze achtergronden van Bin Laden. Aan bod komt de invloed van Azzam, Zawahiri en hun peetvader, de eveneens Egyptische journalist en literair criticus Sayyed Qutb, de vader van de jihadistische beweging die in 1966 onder het bewind van Nasser werd opgehangen. De staat van Nasser was voor Qutb on-islamitisch en moest dus worden vernietigd. Lees nu voor Nasser alle andere islamitische leiders die de wet van de mens boven die van God hebben gesteld, dat wil zeggen alle islamitische leiders. Wie Bin Ladens uitspraken in vraaggesprekken en verklaringen daarover leest, komt Qutb tegen. Bergen onderstreept terecht dat Bin Laden dan ook geen oorlog voert tegen het westen als zodanig, maar tegen zijn aanwezigheid in islamitisch gebied (Azzam) en tegen alle `hypocriete' leiders van islamitische landen, het Saoedische koningshuis voorop (Qutb).

Nuttig is dat Bergen korte metten maakt met een aantal mythes, bijvoorbeeld het verhaal dat de Amerikaanse CIA tijdens de Afghaanse oorlog direct zaken heeft gedaan met Bin Laden, die samen met Azzam in Peshawar de stroom islamitische hulptroepen voor de Afghaanse mujahedeen in goede banen zat te leiden. Het zou natuurlijk pikant zijn geweest als het waar was, maar de CIA kanaliseerde de aanzienlijke financiële hulp voor de strijd tegen de Russen via haar Pakistaanse tegenhanger, de ISI.

Bergen rekent ook af met enkele collega-journalisten en -schrijvers, zoals de Amerikanen Laurie Mylroie, die de neiging heeft alle terreur met Irak in verband te brengen, en Yossef Bodansky, auteur van Bin Laden, The Man Who Declared War on America, die juist campagne voert tegen Iran. Bodansky claimt onder andere dat het neerstorten van een vliegtuig van TWA voor de kust van Long Island in 1996 het resultaat was van een gezamenlijke operatie van Bin Laden en Iran. Afgezien van het feit dat dat een anti-shi'itische sunniet als Bin Laden nauwelijks zaken zal doen met het door en door shi'itische Iran, hebben de Amerikaanse autoriteiten vastgesteld dat aan deze ramp echt geen terrorist te pas is gekomen.

Peter Bergen: Holy War Inc. Inside the Secret World of Osama bin Laden. The Free Press, 283 blz. ƒ80,–