Stroomhandel schrikt van Enron

Het Amerikaanse Enron was tot voor kort hét voorbeeld voor de Nederlandse energiedistributeurs. Nu is Enron vooral een schrikbeeld. Kunnen hier bedrijven ook omvallen? `In theorie is dat een gevaar.'

Nuon is de meest expansieve energiedistributeur in Nederland en heeft bovendien elektriciteitscontracten afgesloten met de wankelende Amerikaanse energiehandelaar Enron. De aangewezen onderneming dus voor een antwoord op de vraag of ook Nederlandse energiebedrijven kunnen sneuvelen bij de handel in stroom, die sinds de liberalisering explosief is gegroeid. ,,Ik weet het niet. Ik hoop het niet'', zegt woordvoerster F. Verdeuzeldonk. ,,Maar wij hebben natuurlijk wel een afdeling risicobeheersing.''

De naderende ondergang van Enron is op drie manieren voelbaar in Nederland. Allereerst moeten in Europa bijna 7.000 werknemers van Enron vrezen voor hun baan. Hoeveel mensen in Nederland werken, wil een woordvoerder op het kantoor bij Schiphol niet zeggen: ,,Enkele tientallen is in elk geval aan de hoge kant.'' Enron heeft ook een windmolenwiekenfabriek in Almelo, waar 280 mensen werken. Directeur D. van der Hoek heeft gisteren het personeel toegesproken: ,,Enron Wind maakt deel uit van een divisie die goed draait. Dus wij maken ons geen zorgen.''

Verder voelen Nederlandse bedrijven en instellingen die zaken doen met Enron de gevolgen van de problemen overzee. Zo heeft de Nederlandse stroombeurs de controle op het lid Enron opgevoerd. ,,Normaalgesproken worden de posities van een participant wekelijks gecontroleerd, maar bij Enron doen we het dagelijks'', zegt woordvoerster N. Kramer. Nuon is inmiddels in gesprek met Enron over de contracten die zijn gesloten, maar wil niet zeggen om hoeveel geld het gaat. ABN Amro zei vanmorgen dat het een voorziening neemt van 110 miljoen euro (242 miljoen gulden) om leningen af te dekken als Enron daadwerkelijk failliet gaat.

Veel fundamenteler is echter dat Nederlandse energiebedrijven de afgelopen jaren steeds meer op Enron zijn gaan lijken. ,,Enron was tot voor kort nog hét voorbeeld voor hoe het moest in Nederland'', zegt nutsbedrijfspecialist C. IJsbrandy van adviesbureau Cap Gemini Ernst & Young. Met de liberalisering van de stroommarkt hebben energiedistributeurs hun productiecapaciteit grotendeels afgestoten om zich volledig te richten op de handel in stroom. Daarbij lonkten de mega-winsten van Enron, dat niet zozeer een energiebedrijf is als wel een financiële instelling die doet in de termijnhandel in stroom.

De gedaanteverwisseling van de energiesector werpt de vraag op of ook de Nederlandse bedrijven, die nog altijd in overheidshanden zijn, meegesleept kunnen worden door tegenvallers bij de net opgezette trading. ,,In theorie is dat zeker een gevaar'', zegt het Tweede-Kamerlid J. van den Akker (CDA), ,,maar we hebben wel in de wet geregeld dat de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, TenneT, altijd kan ingrijpen om te zorgen dat het licht blijft branden.'' TenneT wil desgevraagd geen commentaar geven.

Vooralsnog is de handel in Nederland volgens energieconsultant IJsbrandy bedoeld om de huishoudens en bedrijven op tijd van stroom te kunnen voorzien: ,,In andere landen, zoals Groot Britannie waar de liberalisering verder is, zie je dat nog maar 10 tot 20 procent van de handel is om de eigen behoefte te dekken. De rest is handel-om-de-handel. Dit proces komt in Nederland ook langzaam op gang, maar eer we in Nederland handel-om-de-handel zien, zijn we wel vijf jaar verder. Ik denk ook dat bedrijven voorzichtiger worden na de gebeurtenissen met Enron.''

Hoe bedrijven deze voorzichtigheid vormgeven is niet duidelijk, afgezien van het feit dat de energiedistributeurs ook aan risicomanagement doen. ,,Ik ben wel geïnteresseerd in de wijze waarop de bedrijven hun risico's afdekken'', zegt het Tweede-Kamerlid F. Crone (PvdA). Het ministerie van Economische Zaken heeft daarvoor minder interesse, laat een woordvoerder weten: ,,De overheid heeft geen verantwoordelijkheid voor de manier waarop bedrijven hun bedrijf runnen, maar voor de levering van stroom. Er zijn geen garanties dat iets als met Enron niet ook in Nederland kan gebeuren, maar er zijn wetten die levering garanderen.''

Essent, de grootste energiedistributeur in Nederland, vertrouwt vooral op zijn eigen centrales. Als enige grote partij heeft Essent nooit zijn productiecapaciteit verkocht. ,,Dat is de reden, dat wij ons geen zorgen maken over de handel. Wij zijn nauwelijks afhankelijk van trading'', zegt woordvoerder J. Veenstra. Concurrent Nuon dat na de verkoop van Epon onlangs weer wat productiecapaciteit heeft gekocht, is niet van plan om weer veel centrales in te lijven. ,,We zijn eigenlijk gewoon een downstream retailer. De meeste productiebedrijven zijn trouwens ook te groot voor ons.''

De kleine verbruikers, die uiterlijk 1 januari 2004 vrijelijk hun stroom mogen inkopen, krijgen een andere garantie. Er komt een wet, die voorziet in een supplier of last resort, een reddende engel die overigens nog geen definitieve gedaante heeft. De woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken: ,,In elk geval zal de kleine verbruiker altijd electriciteit krijgen – behalve als je de rekening niet hebt betaald.''

    • Karel Berkhout
    • Heleen de Graaf