`Solo werkende arts wordt uitzondering'

Minister Borst (Volksgezondheid) wil dat de solo werkende huisarts een echte uitzondering wordt. Voorts wil ze dat de vergoeding die huisartsen voor hun praktijkkosten krijgen wordt gescheiden van hun inkomen.

Dit zegt minister Borst (Volksgezondheid) in haar reactie op het advies dat de Commissie toekomstige financieringsstructuur huisartsenzorg onder leiding van oud- Unilever-bestuurder Tabaksblatt in april publiceerde. Het kabinet moet het standpunt van Borst nog bespreken.

Centraal daarin staat, behalve de scheiding van inkomen en vergoeding voor praktijkkosten, de inpassing van de huisarts in de eerstelijns basishulp en de centrale rol van de zorgverzekeraars. Die krijgen meer vrijheid de organisatie van de eerste lijn (huisarts, psycholoog, fysiotherapeut, maatschappelijk werk en apotheker) af te stemmen op de regionale behoefte. De verzekeraars moeten er daarbij wel voor zorgen dat zij binnen hun budget blijven. De minister praat met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over de bijdrage die de gemeenten kunnen leveren aan de totstandkoming van een goede Infrastructuur voor de eerstelijnszorg, zoals huisvesting, subsidies en parkeervergunningen.

Wat de vergoeding voor de praktijkkosten betreft: de hoogte daarvan kan regionaal gaan verschillen en wordt afhankelijk van de vraag of de huisartsen zuinig zijn met het behandelen of doorverwijzen van hun patiënten, en van het voorschrijven van medicijnen. Hoe zuiniger ze werken hoe meer geld er binnen het budget van de zorgverzekeraar is voor de huisartsenzorg.

Borst wil op korte termijn onderzoek naar het takenpakket van de huisarts. Een deel van zijn werk kan, zeker als de huisartsenzorg goed is ingebed in een geheel van eerstelijnsvoorzieningen, heel goed door andere (paramedische) beroepsbeoefenaren worden gedaan. Zij wil ook dat de activiteiten van de huisarts nauwkeurig worden omschreven waarna van elk van die producten de prijs kan worden bepaald. De verzekeraar kan dan de huisarts op de levering ervan afrekenen.

Borst wil daarmee beginnen bij de `dienstenstructuren' die overal al van de grond komen. Dit zijn `huisartsenposten', vaak in of naast het ziekenhuis, die de huisartsenzorg buiten de kantooruren regelen. Door de grootschalige opzet daarvan hoeven artsen veel minder dan tot dusver buiten de kantooruren te werken, of soms helemaal niet meer omdat zo'n post eigen huisartsen in dienst heeft.