Reizen vormt het karakter

De opvoeding van een patriciërszoon in de zeventiende eeuw was maar nauwelijks voltooid als de welgestelde telg niet een rondreis langs de belangrijkste Europese steden had ondernomen: een Grand Tour. Dat gold ook voor Arnout Hellemans Hooft, zoon van dichter P.C. Hooft. Zijn reisdagboek is nu door uitgeverij Verloren gepubliceerd in de reeks Egodocumenten. Toen vader Hooft in 1647 overleed, erfde Arnout voldoende om zijn studie af te ronden en een `educatiereis' te ondernemen door Duitsland, het huidige Oostenrijk en Zwitserland, Italië en Frankrijk. Karaktervorming was het hoofddoel van de onderneming.

Alleen het on-line reisverslag met digitale foto's ontbreekt, maar verder verschilt de zeventiende-eeuwse Grand Tour weinig van de Europese tienertoer volgens het uitgestippeld reisplan van een Let's Go of Lonely Planet. Ontmoetingen met andere welgestelde jongelingen in herbergen mondden uit in drinkgelagen; dankzij wissels en kredietbrieven hoefde de toerist niet met te veel contant geld te reizen. Trekken door Europa leidde ook toen tot `groote difficulteijt met de veranderingh van 't gelt en reekenen'.

Arnout Hooft doet veelvuldig verslag van `goede wijn' en (hoogstwaarschijnlijk) hoerenbezoek. Al direct in Venetië gaat hij samen met vrienden `nae ouder gewoonte' de dames bekijken. De verleiding blijkt te groot; nog diezelfde avond gaat hij terug, nu zonder vrienden. Zondagnacht is het `w', dinsdag `wat bij deselfde w' en ook de rest van zijn verblijf is hij herhaaldelijk 's nachts `wat wesen praten bij 040215137415313 [omega] etc.' De editeurs vermoeden dat de omega's duiden op de verrichte handelingen, de rest van de geheimtaal wacht op ontsleuteling.

Arnouts dagboek kan gelezen worden als prototype van een Grand Tour. Als voorbereiding las de jonge Hooft namelijk reisgidsen, bekeek kaarten en Marganetti – een Italiaanse vriend van zijn vader – schreef zelfs een Instruttion voor hem. Hem wordt aangeraden `Altijdt bij d'een of d'andere boeckverkooper te vraegen of er niet een sorte beschrijvingh van dat landt is, daer men dan komt, of ook van particuliere steden.' Hij en zijn tijdgenoten reisden allen naar dezelfde plaatsen, met dezelfde vervoermiddelen om dezelfde monumenten te bekijken. Zoals de grotta di cane bij de Vesuvius. Hier kwam zwaveldamp aan de oppervlakte wat de gids demonstreerde door een hond te laten bezwijmen, om het dier vervolgens in het water bij te laten komen. De attractie staat in tientallen reisdagboeken. Arnouts reisjournael diende vooral als geheugensteuntje om thuis de tocht te reconstrueren. Omgekeerd kan de hedendaagse lezer-reiziger, al of niet ter plaatse, Arnouts reisdagboek naast zijn reisgids leggen en controleren of het klooster in Fierenzuola nog altijd `een van de fraeijste gesichten op de Po en 't schone omleggende landt, dat ik ooijt gesien hebbe' biedt, of herberg de Zwarte Arend in Altdorf nog altijd `de lekkerste patrijsen van de werelt' serveert en hoe `de schone nieuwe brugh over de Garomna' de tand des tijds heeft doorstaan.

Arnout Hellemans Hooft: Een naekt beeldt op een marmore matras seer schoon. Het dagboek van een 'grand tour' (1649-1651). Verloren, 231 blz. ƒ44,–

    • Anna Ietswaart