Politie werkt op halve kracht

Natuurlijk is het nodig dat de politie wordt versterkt. Maar eerst moet de organisatie op orde komen, die inefficiënt is ingericht. De eigenlijke taken krijgen te weinig aandacht, meent Joop Quint.

Er blijven honderdduizenden aangiftes liggen. De oplossingspercentages dalen gestaag. Dit soort signalen is al jarenlang bekend. Maar eindelijk komt er in de politiek en in de media een discussie op gang over de kwaliteit van de politie. De gemiddelde hoofdcommissaris heeft hierop een pavlov-reactie: `We moeten meer mensen en bevoegdheden hebben en de politiek moet prioriteiten stellen.'

Daar zijn ze heel lang mee weggekomen. Ze hebben er duizenden mensen bij gekregen. Natuurlijk niet genoeg naar hun zin. Hun bevoegdheden bij de opsporing zijn wat verruimd. Die worden wellicht nog verder opgerekt, onder meer door de mogelijke invoering van de identificatieplicht.

Natuurlijk is het nodig dat de politie wordt versterkt. De criminaliteit neemt immers toe. Maar het is nog meer nodig dat de politie eerst de hand in eigen boezem steekt en zorgt dat eindelijk zijn organisatie op orde komt. Zolang dat niet het geval is, blijft het rendement van meer politiemensen uiterst beperkt.

Meer dan twintig jaar geleden is in het Project Kwantificering Politiewerk (PKP) door middel van tijdstudies vastgesteld dat de politie nog geen 30 procent van haar capaciteit aan haar directe en eigenlijke taken besteedt. De rest is voor administratie, leidinggeven (er zijn heel veel chefs bij de politie), sport, opleiding, afhandeling van reisdeclaraties, koffiedrinken, ziekte (ca. 12 procent, meer dan enige ander sector) e.d.

Dat betekent dat van elke drie agenten die er aan een korps worden toegevoegd er gemiddeld iets minder dan één ook daadwerkelijk effectief wordt ingezet. Die cijfers zijn naar verwachting thans niet veel beter dan ze 20 jaar geleden waren. Er is in ieder geval geen waarneembare actie tot doelmatigheidsverhoging bij de politie geweest.

Algemeen wordt ervan uitgegaan dat non-profitorganisaties, zoals ziekenhuizen, musea, universiteiten, 60 à 70 procent van hun capaciteit besteden aan hun primaire taken. Er is geen enkele reden waarom dat percentage niet voor de politie zou gelden. Een politie die ca. 65 procent van zijn tijd besteedt aan zijn eigenlijke taken en door de leiding goed wordt aangestuurd, kan ca. 100 procent meer doen dan nu het geval is. Twee keer zoveel aangiftes behandeld, twee keer zoveel boeven gevangen. Het is niet niks.

De huidige situatie betekent niet dat we 45.000 luie politiemensen hebben. Het zit hem in de wijze van leidinggeven en de manier waarop de organisatie is ingericht. Het wordt tijd dat de hoofdcommissarissen gaan doen waarvoor ze zijn aangesteld. Ze zijn aangesteld om te zorgen voor de hoogst mogelijke doelmatigheid en doeltreffendheid van hun korps.

Wat de doeltreffendheid betreft hebben ze natuurlijk te maken met de prioriteiten die anderen, de politiek, moeten stellen. Maar er kan geen twijfel aan zijn dat de doelmatigheid van hun korps hun verantwoordelijkheid is. Een korps zou er niet zonder meer mensen bij moeten krijgen.Voorwaarde daarvoor zou op zijn minst moeten zijn een realistisch plan waaruit blijkt dat het aantal politiemensen dat met primaire politietaken bezig is, beduidend omhoog wordt gebracht.

En de hoofdcommissarissen weten best hoe dat moet. Een aantal van hen is ongetwijfeld op studiebezoek geweest in New York. Dat is niet de meest rustige stad van de wereld. Dan hebben ze gezien dat daar zeer regelmatig agenten alleen – in de auto of lopend – surveilleren. Het zou toch heel wat schelen als dat bijvoorbeeld ook in Amsterdam zou gebeuren. Een ander terrein waar nog veel te `verdienen' is, is de informatisering. Het is ronduit schandalig dat de informatiesystemen van de korpsen nog niet op alle gebieden op elkaar zijn afgestemd en aangesloten.

Verwacht mag worden dat een aanzienlijke verhoging van de doelmatigheid geen eenvoudige opgave voor de politie is. Het gaat immers om diep ingeslepen gewoontes en gebruiken. Misschien is het een geruststelling dat er een heel aanvaardbaar alternatief is: een nationale politie.

J.G.H. Quint is organisatie-adviseur te Den Haag.

    • Joop Quint