Ongelukkig met Cees

Dat de vuurtorenwachtersdochter uit Vlieland in werkelijkheid niet de dochter van de vuurtorenwachter was, heeft Liesbeth List de afgelopen jaren al vaker verteld. Haar echte ouders gingen in 1938 naar Nederlands-Indië, en zij werd in december 1941 geboren in een ziekenhuis in Bandoeng. Vader en moeder List waren haar pleegouders. Maar hoe de zevenjarige Elly Driessen opeens de naam Liesbeth List kreeg, en de schrijnende geschiedenis die daaraan vooraf ging, blijkt pas nu ze haar memoires heeft gepubliceerd.

Het voorlopige leven van Liesbeth List, met bijpassend inlevingsvermogen geschreven door de journalist Alex Verburg, doet heel wat uit de doeken. Met behulp van authentieke – en soms hartverscheurende – brieven die ze pas vele jaren later in handen kreeg, schetst de zangeres het beeld van twee jonge en pas getrouwde mensen die door de Japanse bezetting werden gescheiden en elkaar pas in januari 1946 terugzagen. Inmiddels was haar moeder echter zozeer door de oorlog verzenuwd geraakt, dat ze een paar dagen na de hereniging zelfmoord pleegde. Haar vader vond toen snel een nieuwe vrouw, met wie hij naar Nederland terugkeerde. En in de zomer van 1949 werd het dochtertje, na een gesprek dat niet langer dan vijf minuten kan hebben geduurd, ondergebracht bij een kinderloos echtpaar op Vlieland.

Liesbeth List en haar ghostwriter maken er geen larmoyant uitgesponnen verhaal van; het is tamelijk droog opgeschreven. Maar er staat genoeg in om te begrijpen waarom de rest van haar levensgeschiedenis zo vaak wordt gekenmerkt door onzekerheid en door anderen die haar kennelijk op sleeptouw namen. ,,Seks overkwam mij, ik nam er niet aan deel,' is een typerend zinnetje – blijkbaar is haar op diverse gebieden veel overkomen. Het lijkt haar zelfs te ontbreken aan een verklaring voor het feit dat ze zo lang met Cees Nooteboom heeft geleefd, en dat ze hem kennelijk geloofde als hij zei dat ze zonder hem geen schijn van kans op een carrière maakte. ,,Ik ben niet gelukkig met Cees geweest,' staat er.

Wel maakt ze duidelijk hoe Ramses Shaffy haar grote geestverwant kon worden, en waarom ze hem trouw is gebleven, ook als hij zichzelf door overmatig drankgebruik onmogelijk maakte. Een mooi beeld is dat, hoe die twee vlak voor een voorstelling – zij aan de ene kant in de coulissen en hij aan de andere – naar elkaar keken, ,,en dan wuifden we even naar elkaar, elke avond, hoog op onze tenen om de ander niet te missen, de armen in de lucht, als twee geliefden.'

Openhartig citeert ze uit correspondentie tussen Shaffy en haar, zoals ze ons ook andere privé-briefjes in extenso laat lezen. Zoals de schattige epistels van Mike Love van de Beach Boys, die vergeefs verliefd op haar was. Maar soms gaan ze ook over zaken, waarvan het belang zo veel jaar na dato niet meer valt in te zien – bijvoorbeeld dat De Limburger in de jaren zestig uit de mond van Toon Hermans iets smalends over Liesbeth List optekende, en dat hij haar toen schreef dat hij zoiets natuurlijk nooit gezegd had. Nu haar status eindelijk boven elke twijfel is verheven – zelfs, lijkt het, die van haarzelf – is zo'n expliciet staaltje zelfrechtvaardiging overbodig geworden.

Alex Verburg: Het voorlopige leven van Liesbeth List.

Archipel, 196 blz. ƒ34,70

    • Henk van Gelder