Nachtwacht

Aan de al meer dan tien jaar voortslepende soap over de uitbreiding en renovatie van het Stedelijk Museum in Amsterdam is deze week een nieuwe aflevering toegevoegd. De burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, heeft de staatssecretaris van cultuur, Rick van der Ploeg, voorgesteld dat het rijk vergoedingen gaat betalen voor schilderijen die Amsterdam langdurig aan het rijk heeft uitgeleend. De verwachte miljoenen heeft de gemeente nodig om het verslonsde, onveilige en jaarlijks verder wegkwijnende Stedelijk Museum op te knappen en uit te breiden.

Van verkoop is geen sprake. Het rijk heeft topstukken als De Nachtwacht al in bruikleen - te zien in het Rijksmuseum - en de hoofdstad wil er nu geld voor. Als de staatssecretaris nee zegt - en hij heeft al afwijzend gereageerd in een eerste reactie - wat dan? Gaat de burgemeester dan persoonlijk met cultuurwethouder Bruines De Nachtwacht uit het Rijks halen? En dan? In het lekkende en brandgevaarlijke Stedelijk hangen?

De brief van Cohen is een wanhoopskreet van het stadsbestuur, een goedkope poging om aandacht te trekken, voor een probleem dat de bestuurderen van stad en Stedelijk zelf hebben gecreëerd.

In feite verkeert het Stedelijk Museum in doodsnood. Het is te groot en te duur voor de stad, die de weelde van zo'n museum al meer dan tien jaar niet meer kan dragen. Al die tijd heeft het gemeentebestuur de opeenvolgende museumdirecteuren aan het lijntje gehouden over een mogelijke uitbreiding. Twee jaar geleden leek een oplossing nabij, toen auto-importeur Audi miljoenen bood om een nieuwe vleugel te financieren. Maar het gemeentebestuur vond dat maar niks, een autobedrijf dat een museum sponsorde. Het idee dat de hoofdstad een museum als het Stedelijk moet kunnen betalen, leeft nog altijd, en die droom is het Stedelijk fataal aan het worden.

Voeg daarbij die andere mooie droom die binnen de muren van het museum gedroomd wordt: het Stedelijk Museum moet, in de woorden van directeur Rudi Fuchs, een van de `belangrijkste musea voor de moderne kunst ter wereld' worden. De werkelijkheid steekt daar schril bij af. Het `belangrijkste museum voor de moderne kunst ter wereld' heeft een bescheten aankoopbudgetje, blijft hopeloos achter bij de internationale museum-hausse en is gehuisvest in een gebouw waar de schilderijen niet in optimale condities kunnen hangen.

En dan hebben we het nog niet eens over de veiligheid van de medewerkers en bezoekers van het Stedelijk. Uit een eigen, alarmerend onderzoek van de Stedelijk-directie bleek vorig jaar dat het museum allang niet meer brandveilig is. Omdat er jaren op renovatie is gehoopt, is dat aspect verwaarloosd. Misschien moet Cohen verwijzen naar de cafébrand in Volendam om geld van het rijk te krijgen.

Nog beter is het als Amsterdam niet De Nachtwacht, maar het hele Stedelijk aan het rijk geeft. Dan kan er eindelijk een fatsoenlijk, eigentijds museum voor moderne kunst van worden gemaakt.

    • Paul Steenhuis