Mijn vader

Mijn vader, geboren in 1903, hield van sinterklaasliedjes zingen. Zijn favoriete liedje was: `Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht, want we zitten allemaal even recht...' Hij was verontwaardigd dat die rijzige, voorname sinterklaas Sinterklaasje genoemd werd en dat zou hij ons eens laten zien. Wij hadden op school een kartonnen mijter gemaakt met een gouden kruis van papier. Een paar dagen voor sinterklaasavond zette mijn vader de mijter op zijn hoofd, ging naar de keuken en riep door een kiertje dat we het bewuste liedje moesten zingen. Hij klopte keihard op de deur en mijn moeder en wij gingen meteen `Daar wordt aan de deur geklopt' zingen. ,,Fout, fout'', siste mijn vader door het kiertje. ,,Jullie zouden `Sinterklaasje kom maar binnen' zingen, maar ik moet toch kloppen, anders weten jullie niet dat ik hier sta.'' We gingen vast heel rechtop zitten, want dat stond in het liedje. Dus we begonnen opnieuw. Sinterklaasje kom maar binnnen... De deur ging langzaam open en daar kwam mijn oude dikke vader moeizaam kreunend op zijn knieën naar binnen lopen. Een hand steunend op een omgekeerde bezem. De mijter stond te wiebelen op zijn hoofd omdat hij te klein was. Hij kwam net boven het tafeltje uit. We kregen meteen de slappe lach. ,,Zie je wel'', zei mijn vader. ,,Dat komt door dat stomme liedje, want dit is een Sinterklaasje, maar de echte Sinterklaas is heel groot, bijna twee meter. Ik zag hem net over de daken lopen. Hij gooide twee briefjes naar beneden.'' Hij gaf ze aan ons. Op het ene stond geschreven dat we onze fietsen vaker moesten schoonmaken, ook tussen de spaken. En op het andere dat er iets lekkers in onze schoenen zat, maar dat we dat niet in een keer mochten opeten.

    • Maria Heiden