Ineens is er een poes

Prentenboeken zijn de enige soort literatuur waarop gekloven wordt. Er is daarom weinig op tegen als Sinterklaas maar weer eens een klassieker naast de schoen plaatst. In de `De Soto'-reeks van Lemniscaat verschijnen van die gouden oude prentenboeken, lang geleden bejubeld en soms bekroond. Deze boeken (zoals Het verhaal van Babar het olifantje door Jean de Brunhoff) zijn het waard gekend en gekoesterd te worden, van generatie op generatie.

Borre en de nachtzwarte kat van Jenny Wagner en Ron Brooks uit 1977 maakt bijna de hele berg prentenboeken die sindsdien verscheen over het krijgen van een broer of zus, overbodig (op het kleurrijke Zaza's babybroertje van Lucy Cousins na). Wagner schrijft subtiel over jaloezie, zonder het zo te noemen. Brooks tekent, al even subtiel, met pen en inkt, precies zonder pietepeuterig te worden. Borre is een aandoenlijke schapendoes met achter zijn haren verstopte, hangende oogjes. Hij woont samen met de bejaarde Roosje. In hun tuin huist op een dag ineens een poes. Roosje en Borre raken verwikkeld in een stille strijd over het toelaten van de poes. Dit is zo'n zeldzaam prentenboek waarbij de platen de tekst aanvullen. Over de rondscharrelende muizen in het huis wordt met geen woord gerept.

Rond de honderd volstrekt onconventionele prentenboeken maakte de Pools-Duitse kunstenaar Janosch. Een van de beste verscheen in de De Soto-reeks: O, wat mooi is Panama (1978). Janosch tekent en schrijft, krasserig en geestig, nooit zoet, nooit kinderachtig. Zijn Kleine Beer en Kleine Tijger gaan op reis naar het land van hun dromen. Ze reizen in een rondje en herkennen dan hun eigen huis niet meer, maar worden er dolgelukkig. Een boek vol typische Janosch-grappen, paddenstoelen hangen er aan touwtjes aan het plafond, flessen met geheimzinnige briefjes erin drijven in de rivier voorbij. Niemand vist ze op.

Ook voor kleuters is Jantien Buismans Kees en Keetje (1974). Twee naïef getekende egels die al jaren samenwonen in een poppenhuis zonder dak, gaan uit elkaar. Maar Kees en Keetje is gelukkig niet het soort kinderboek waarin de volwassen maker een eigen trauma verwerkt. Dit is echt scheiden op kinderniveau, want de ene egel neemt de stoffer en de ander het blik, de een de lamp en de ander de kap, etcetera. Het komt weer goed tussen de egels, en tussen hun spullen.

Geen prentenboek tenslotte, maar wel een boek dat in geen (kinder)kast mag ontbreken is de oude, vrije maar wondermooie `hertaling' van Winnie de Poeh door Nienke van Hichtum. Vanwege Poehs vijfenzeventigste verjaardag is er, eindelijk, een facsimile editie van het boek, zoals het in 1929 in Nederland verscheen, met wit linnen omslag.

Jenny Wagner: Borre en de nachtzwarte kat. Met tekeningen van Ron Brooks. Vertaald uit het Engels door L.M. Niskos. 36 blz. ƒ29,50

Janosch: O,wat mooi is Panama. Vertaald uit het Duits door Maydo van Marwijk Kooy.

Lemniscaat. 46 blz. ƒ29,50

Jantien Buisman: Kees en Keetje. De Harmonie. 38 blz. ƒ22,70

A.A. Milne: Winnie de Poeh. Met tekeningen van E.H. Shepard. Vertaald uit het Engels door Nienke van Hichtum.

Van Goor. 180 blz. ƒ25,–