In één woord: ongeluk

Aan het begin van De buitensporige lotgevallen van Edgar Mint, wanneer de gelijknamige zevenjarige held van het verhaal in het ziekenhuis ligt, citeert een van zijn kamergenoten een gedicht van William Blake:

Every Night and every Morn

Some to Misery are Born;

Every Morn and every Night,

Some are born to Sweet Delight;

Some are born to Sweet Delight,

Some are born to Endless Night.

Aanvankelijk heeft het er alle schijn van dat de gebeurtenissen in De buitensporige lotgevallen van Edgar Mint, de debuutroman van de Amerikaanse schrijver Brady Udall, het huiveringwekkend determinisme van Blakes versje zullen bevestigen. `Als ik mijn leven in één woord zou moeten samenvatten zou het dit woord zijn: ongelukken', zegt Edgar, de verteller van het verhaal. Niet alleen omdat hij deel heeft aan `een beruchte familietraditie van rampspoed en ongeluk', niet alleen vanwege de vele ongelukken die hij zelf zal meemaken, maar ook omdat hij zelf een ongelukje is. De hoeveelheid ellende die Udall over zijn onschuldige hoofdpersoon uitstort, heeft hem al vergelijkingen opgeleverd met Dickens en John Irving. Tegelijkertijd, en ook dat heeft hij met beide schrijvers gemeen, beziet zijn verteller al deze ellende vanuit een aantrekkelijke mengeling van naïviteit en humor, wat de gebeurtenissen er weliswaar niet minder gruwelijk op maakt, maar wel beter verteerbaar.

Ergens eind jaren zestig ontmoet Edgars moeder, een Apache-indiaanse uit het San Carlos reservaat in centraal-Arizona, tijdens een rodeo een would-be cowboy uit het oosten, Arnold Kessler Mint, en raakt zwanger. De cowboy vertrekt met de noorderzon, waarop het zwangere meisje naar de fles grijpt. De kleine Edgar groeit zodoende op met zijn alcoholistische, comateuze moeder en heksachtige grootmoeder in een krot op het reservaat. Daar scharrelt hij wat rond op straat, tussen de mierenhopen, of onder de dode boom die zijn moeder had volgehangen met honderden lege bierblikjes, in de hoop wat schaduw te creëren.

Dat vermoedt Edgar tenminste, want op zijn zevende krijgt hij het ongeluk dat zijn herinneringen aan de tijd ervoor zal wegvagen en zijn leven blijvend in de war schopt: de postbode rijdt met zijn jeep over Edgars hoofd heen. Klinisch dood wordt hij het ziekenhuis binnengedragen, maar daar weet een jonge dokter hem te reanimeren. Tegen alle verwachtingen in blijft Edgar in leven, en als hij na drie maanden uit zijn coma ontwaakt, blijkt hij meer dan alleen maar een plantje. Een wonder, en voor de mensen om hem heen een teken dat hij met een speciale levensbestemming op aarde is gekomen. `Wat is het verschil tussen een ongeluk en een wonder?' vraagt Edgar zich af, en hij is er helemaal niet zo zeker van dat dat verschil bestaat.

Brady Udall publiceerde eerder een verhalenbundel, Letting Loose the Hounds, over de levens van hopeloze outcasts in de woestijn van Arizona. Ook hier maakt hij van zijn hoofdpersoon een uitgestotene – wanneer Edgar in coma ligt, laten zijn moeder en grootmoeder hem in de steek. Edgar wordt samen met zijn enige bezittingen – wat kleren, een typemachine die hij kreeg omdat hij niet meer kan schrijven, en het wc-verfrissingsblokje dat hij uit een voorraadkast heeft gestolen en dat hij gebruikt als een amulet tegen geesten – naar een kostschool gestuurd voor indiaanse kinderen, het Willie Sherman in Fort Apache.

Fort Apache

Deze kostschool is gemodelleerd naar een echte school, het Theodore Roosevelt op Fort Apache, dat vlakbij de mormonengemeenschap ligt waar Udall opgroeide en dat, zoals Udall in interviews heeft verteld, een van de voornaamste inspiratiebronnen voor het boek is. Udall weet de spartaanse, nachtmerrieachtige sfeer van deze dumpplaats voor `de probleemgevallen, uitgestotenen, delinquenten, zwervers, mafkezen, wezen' dan ook haarscherp op te roepen. Edgar wordt er voordurend in elkaar geslagen en gemarteld (waartegen de belangrijkste medische behandeling luizenpoeder is), plast in bed, leert stelen om zijn kwelgeesten tevreden te houden en springt ten einde raad van de traditionele zelfmoordplek bij de canyon – wat hij overleeft, omdat hij in de rivier belandt.

Andere leerlingen hebben minder geluk. Een jongetje hangt zich op, en Cecil, Edgars enige vriend, wordt naar een jeugdgevangenis gestuurd. Edgar weet uiteindelijk te ontsnappen doordat hij in aanraking komt met een stel Mormonen, zich bekeert, en naar een gastgezin in Utah gaat. Daar beseft hij ook wat de reden is dat hij al zijn ongelukken steeds weer overleeft: het is zijn `doel' in het leven om de postbode te vinden die hem heeft overreden, om hem te vertellen dat hij nog leeft. Maar zo eenvoudig blijkt dat nog niet, en ook in Utah weet hij zich achtervolgd door dat ongeluk dat hem, `als een schaduw of een infectie of een vloek', altijd op de hielen zit.

Ondanks alle rampspoed, of misschien juist wel daardóór, is De buitensporige lotgevallen van Edgar Mint vaak bijzonder grappig. Udall steekt daarbij vooral de draak met stereotype opvattingen over indianen, en met het in-keurige mormonenstadje in Utah. Een hoogtepunt is wel een optreden op de kostschool van de `autochtone Amerikaan' en `beroemde indiaanse dichter' Vincent DeLaine. Diens performance van gedichten over `de coyote en de arend en de kraai en nog een stel andere beesten' culmineert in een galmend `oud indiaans lied' (ey-nah-ah, ey-no-oh) en eindigt met de strijdkreet: `Het is een goede dag om te sterven, broeders en zusters van mij!' De bikkelharde leerlingen van het Willie Sherman komen niet meer bij.

Udalls belangrijkste troef is de stem van de intens sympathieke Edgar, die hij afwisselend in de eerste en derde persoon commentaar laat leveren op zijn belevenissen. Hij doet dat in onnadrukkelijke stijl, waar hier en daar fraaie beschrijvingen uitspringen, zoals van Edgars coma: `Edgar lag volledig stil in zijn bed, als een vis op ijsblokjes, de ramen en deuren van zijn hersenen stevig dichtgetimmerd.' Al vindt Edgar zichzelf door en door slecht, de waarheid is dat hij nooit echt zijn onschuld verliest, en in alle betekenissen van het woord onverwoestbaar blijkt. De ontknoping die Udall dan aan het einde van de roman nog in petto heeft, komt weliswaar iets te geforceerd over, maar tegen die tijd gun je Edgar van harte zijn bijna-happy einde.

Brady Udall: De buitensporige lotgevallen van Edgar Mint. Vert. Bert Meelker. Arena, 416 blz. ƒ45,18

    • Corine Vloet