`Ik geloof in de buitengewone kracht van het web'

De Universiteit Twente kende vandaag een eredoctoraat toe aan de Amerikaan Vinton Cerf, een van de grondleggers van internet.

Gevraagd wat zijn grootste droom voor de toekomst van internet is, komt Vinton Cerf (58) met een verrassende wens: dat het overleeft. De man die de architectuur van het grootste communicatie-succes in een generatie heeft ontworpen, hoopt dat het niet om politieke of economisch redenen om zeep wordt geholpen.

Cerf krijgt vandaag in Twente een eredoctoraat voor zijn verdiensten bij het ontwerpen van het systeem dat burgers, bedrijven en overheden een volstrekt nieuwe manier van werken heeft gegeven. Volgens de universiteit hebben de ideeën van Cerf een ,,technologische en sociale revolutie'' teweeggebracht.

Als wiskundig geschoold computeringenieur blijft hij nuchter onder zulke vergezichten. Maar hij zou het web niet meer willen missen. Hij ziet zo veel nuttige toepassingen dat het ,,een gigantische teleurstelling'' zou zijn als men het door ruzie of door overmatige afscherming tegen negatieve krachten zou laten verworden.

,,Ik geloof in de buitengewone kracht van het web. Het heeft mensen een stem gegeven. Dat is democratie. De huidige problemen van toezicht en toegankelijkheid zijn op te lossen, als we er hard aan werken. Die problemen horen bij de ontregelende aard van deze techniek. Die is even vernieuwend als de komst van de drukpers, de industriële revolutie, de uitvinding van de gloeilamp, de Xerox kopieermachine, de video en het branden van cd's.''

Cerf houdt zich verre van het hem in webkringen opgeplakte etiket `Godfather van internet', maar hij erkent dat hij in 1974 (samen met Robert E. Kahn) een artikel schreef dat de stoot gaf tot het opstellen van de internet-protocollen (TCP/IP), de taal waarmee computers over netwerken communiceren. De beste vergelijking, waarvan hij de auteur direct noemt, is die van internet als kathedraal. ,,Zonder de duizenden die hun stenen bijdroegen was de kathedraal er niet gekomen, ook al maakten Kahn en ik destijds een tekening van het gebouw.''

Cerf werkte voor de Amerikaanse defensie toen hij ARPA-net, de voorloper van internet zoals we dat nu kennen, hielp ontwerpen. Hij voerde taaie pleidooien bij de Amerikaanse overheid om zijn open internet-protocol als de standaard aangenomen te krijgen.

Intussen ijvert Cerf om een nieuw Internet Protocol versie 6 (kortweg IPv6) aanvaard te krijgen. Dit protocol is nodig om de explosieve groei van internet aan te kunnen. Nu is het doen van die stap vooral een zaak van internetaanbieders en bedrijven die de apparatuur maken.

Omdat Cerf er destijds van overtuigd was dat het web alleen maar kon groeien en bloeien als het een commercieel succes werd, ging hij in 1982 werken bij MCI. Die telefoonmaatschappij hielp hij aan de eerste commerciële emaildienst (MCI Mail). Na acht jaar aan het hoofd van de Corporation for National Research Initiatives (CNRI) keerde Cerf in 1994 bij MCI Worldcom terug als 'senior vice president for internet architecture and technology'.

Gezien zijn commerciële uitvalsbasis wordt Cerf nog al eens rolvermenging verweten. Vroeger als eerste voorzitter van de Internet Society en tegenwoordig als voorzitter van ICANN (The Internet Corporation for Assigned Names and Numbers). Dat is de onafhankelijke instelling die wereldwijd zorgt voor de uitifte van domeinnamen. De vereniging beheert het even handige als omstreden systeem dat simpele webadressen als www.nrc.nl en www.philips.com en in de toekomst waarschijnlij www.stedelijk.museum mogelijk maakt.

Cerf: ,,Mij wordt het dragen van twaalf petten verweten. Ik moet u bekennen dat áls ik aan evenveel touwtjes zou trekken als men mij toedenkt, dan zou ik dit werk niet doen. Ik zou rijk zijn en ergens van mijn rust genieten. Het trachten domeinnnamen zo uit te geven dat internet kan groeien en steeds meer mensen bedienen, is niet zo'n vreselijk leuk baantje. ICANN is een barokke organisatie, volgens sommige critici een failliete. We hebben een waanzinnig toegankelijke structuur. Iedereen kan op zijn zeepkist stappen tijdens onze vergaderingen. Het is een soort Hyde Park. Er wordt nagedacht over andere organisatievormen, maar voorlopig zijn we zoals we zijn. Open en transparant. Alle verplichtingen die we aangaan worden, voor dat zij van kracht worden, op het web gepubliceerd. De besluitvorming heeft soms iets van de Verenigde Naties. Ik hoop alleen dat wij iets opener en iets sneller zijn. Dit is een openbare taak die moet worden vervuld. Iemand moet het doen.''

Als om zijn onafhankelijkheid verder te bewijzen, geeft Cerf een helder antwoord op de vraag wat er aan beide zijden van de oceaan moet gebeuren om de consument reële keuzevrijheid te geven bij het kiezen van leveranciers van snelle internetdiensten. Hij is er van overtuigd dat concurrentie onmisbaar is om kwaliteit en aanvaardbare prijzen voor de abonnees te bereiken. In theorie is er concurrentie tussen kabel, DSL, satelliet en radiodiensten (MMDS), zegt hij. ,,Maar in de praktijk hebben veel particulieren geen of nauwelijks keus omdat één of meer van die diensten in zijn omgeving niet leverbaar zijn, of omdat de lokale telefoonmaatschappij de concurrentie het leven zuur maakt. Ik heb niemand bij de Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC) ervan kunnen doordringen, maar het idee dat je concurrenten van de zelfde infrastructuur gebruik kunt laten maken is op een fiasco uitgelopen. Ik weet niet of in Europa sprake is van de zelfde belemmeringen. Maar wat hier gebeurt is absoluut in strijd met de Telecommunications Act van 1996.''

Cerf is er minder van overtuigd dan vroeger dat de markt er automatisch voor zorgt dat er voor de verdere ontwikkeling van internet onmisbare diensten beschikbaar komen. ,,Als van alle monopolisten zou worden geëist dat alle relevante transmissiefaciliteiten tegen een redelijke prijs toegankelijk worden gemaakt voor concurrenten, zou het systeem efficiënter werken.'' Bij gebrek aan actie van de FCC, die onder de Amerikaanse president Bush, meer nog dan onder diens voorganger Clinton, een laissez-faire houding aanneemt, hoopt Cerf dat het Congres via hoorzittingen is te bewegen tot stappen. De universele toegankelijkheid van het lokale net voor breedbanddiensten moet worden afgedwongen.

De strijd op aarde wordt op vele fronten gevoerd. Cerf houdt zijn geest intussen scherp door samen met de NASA te werken aan het volgende internetproject: in de ruimte. Door op een slimme manier gebruik te maken van bestaande techniek, maar rekening te houden met de dramatisch grotere afstanden, hoopt hij dat verkenners op Mars over een paar jaar gewoon een e-mailtje naar huis kunnen sturen. Of naar Vinton Cerf. De postbode van het heelal werkt aan de bezorging.

    • Marc Chavannes