Hof beraadt zich nog op vervolging van Enschede

Het gerechtshof in Arnhem heeft nog ten minste twee maanden nodig om te bepalen of de gemeente Enschede vervolgd kan worden voor haar rol in de vuurwerkramp. Mogelijk volgt eind januari niet de definitieve beschikking, omdat het hof de mogelijkheid openlaat getuigen en deskundigen te horen. In dat geval volgen er nieuwe zittingen.

Het hof behandelde gisteren de klaagschriften die waren ingediend door directeur W. Pater van vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks, de Belangenvereniging Slachtoffers Vuurwerkramp Enschede (BSVE) en de Enschedese burger J.Calis. De drie partijen willen dat de gemeente vervolgd wordt voor de fouten die gemaakt zijn bij het verlenen van vergunningen aan S.E. Fireworks. Het bedrijf voldeed niet aan de vereiste vergunningen en evenmin trad de gemeente op tegen overtredingen.

Het openbaar ministerie in Almelo zag eerder af van vervolging van de gemeente op grond van het Pikmeer-2 arrest. Op basis van dit arrest van de Hoge Raad kunnen lagere overheden niet worden vervolgd voor het verrichten van exclusieve bestuurstaken, zoals het verstrekken van vergunningen.

Tijdens de besloten zitting bij het gerechtshof betoogde advocaat J. Doon namens de BVSE dat vervolging wel mogelijk is. Alleen de beslissing óf een vergunning verleend wordt is volgens de BVSE een overheidstaak, niet de voorbereiding, controle en handhaving. Ook raadsman G. Meijers van Fireworks-eigenaar Pater betwist dat vergunningverlening een exclusieve overheidstaak is.

De strafzaak tegen de beide directeuren van het vuurwerkbedrijf gaat volgende week donderdag verder. Tijdens deze zogeheten regiezitting zal Meijers zijn beklag doen over de manier waarop het openbaar ministerie zijn aangifte van vernietiging van dossierstukken heeft onderzocht. Het OM zegt geen aanwijzingen te hebben dat de gemeente Enschede en het bureau Milan van Defensie zich hieraan schuldig hebben gemaakt. Volgens Meijers heeft het openbaar ministerie niet goed gezocht.

In de strafzaak tegen de van brandstichting verdachte Enschedeër De V. heeft de Almelose rechtbank bepaald dat twee undercoveragenten in een besloten zitting bij de rechter-commissaris moeten getuigen. Justitie had gevraagd hun de status van `bedreigde getuige' te geven, zodat ze niet ter zitting hoefden te verschijnen.

De V. heeft volgens justitie tijdens zijn detentie belastende verklaringen afgelegd tegenover de twee undercoveragenten.