Hoe bureaucratie een vluchteling tot wanhoop drijft

Je bent een Iraanse vluchteling van midden veertig, je bent ruim tien jaar in Nederland, maar met de inburgering wilde het niet vlotten. Je bent werkwillig (je bent kok), maar je hebt taalproblemen. Na een verblijf in Groningen, waar je vrijwilligerswerk deed, zoek je, inmiddels Nederlander, vast werk in Japan. Tevergeefs. Je vestigt je in Rotterdam waar je echter wordt geplet tussen de molenstenen van de bureaucratie. De gemeentelijke ombudsman daar trekt zich jouw lot aan. Na 1.249 dagen behandeltijd brengt hij zijn rapport uit, op 23 november jongstleden.

Het oordeel van de ombudsman luidt: ,,De dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam heeft gehandeld in strijd met het van toepassing zijnde zorgvuldigheidsbeginsel; een van de beginselen van behoorlijk bestuur.'' Over zijn eigen bemoeienis, naast de behandeling van de klacht, zegt de ombudsman: ,,De ombudsman heeft zich respectievelijk met de huisvesting, het herstel van de uitkering, het psychisch welbevinden van de klager, de schuldhulpverlening en de opheffing van het toegangsverbod bemoeid.''

De vluchteling, de heer E., weet nu wat een vicieuze cirkel is. In Rotterdam krijgt hij ruzie met zijn huisbaas, het Centrum voor Dienstverlening. E. meent dat hem een te hoge huur wordt berekend en dat hij wordt gediscrimineerd. De situatie escaleert, vat de ombudsman samen, en E. wordt uit huis gezet. Hij is nu dakloos en krijgt daardoor problemen met zijn uitkering.

Uit zijn Groningse tijd heeft hij schulden, nog vergroot door zijn Japanse avontuur, er loopt een schuldhulpverlening. In april 1998 legt het district Centrum van Sociale Zaken E. een toegangsverbod op, wat in de praktijk neerkomt op een bijkans totale verbreking van de betrekkingen.

In de zomer van 1998 regelt de ombudsman huisvesting in Tuinstad Zuidwijk. Het district Charlois neemt E.'s dossier van het district Centrum over. Als gevolg van de ambtelijke overdracht komt de schuldhulpverlening een half jaar stil te liggen.

Een van de klachten van E. hield toch al in: ,,Het feit dat Sociale Zaken al jarenlang geld van zijn uitkering inhield voor de betaling van schulden, maar de schuldeisers steeds meer aan de bel trokken omdat de dienst geen of onvoldoende geld heeft overgemaakt.'' Sociale Zaken is niet in staat gebleken, schrijft de ombudsman, binnen een redelijke termijn een overzicht van uitgevoerde betalingen aan derden te overleggen.

De ombudsman concludeert over de uitvoering van het toegangsverbod dat deze onzorgvuldig en daarom onbehoorlijk is geweest en onredelijk lang heeft geduurd. Het verwijt van de dienst aan E. was ,,het zich bij meerdere gelegenheden op luidruchtige wijze manifesteren''. Maar van fysieke handtastelijkheid was in geen van de gevallen sprake. Toch duurde het verbod ruim een jaar (en is formeel nooit ingetrokken), terwijl een cliënt die een districtskantoor voor 70.000 gulden had `verbouwd' er met drie maanden van afkwam.

De ombudsman houdt het er maar op dat de combinatie van E.'s gebrekkige taalbeheersing en de grimassen die hij maakte om ook tijdens heftige emoties zijn slecht zittend gebit binnensmonds te houden de betrokken ambtenaren uit hun evenwicht heeft gebracht. Overigens was E. voor de financiering van een passend gebit van diezelfde ambtenaren afhankelijk.

Over de schuldhulpverlening concludeert de ombudsman dat de behandeling van de aanvraag, de beëindiging en de hervatting onzorgvuldig hebben plaatsgehad. De stopzetting werd verklaard met een verwijzing naar het Waarborgfonds dat stapeling van saneringen zou weigeren. In Groningen was al sprake geweest van schuldhulpverlening. E. moest nu eerst maar eens een budgetteringscursus volgen, voorafgegaan door een taalcursus om de lessen in budgetteren te kunnen volgen. Zolang kon er van een nieuwe schuldsanering geen sprake zijn.

De ombudsman ontdekte echter dat de aanvraag in Rotterdam voor schuldhulpverlening betrekking had op de zogenaamde `Groningse schulden'. Van stapeling was dus geen sprake. Voorzover er nieuwe schulden waren ontstaan, hadden die te maken met inrichtingskosten en incassokosten, de laatste het gevolg van de door Sociale Zaken veroorzaakte problemen met de schuldhulpverlening.

Overigens zou definitieve beëindiging van de schuldsanering geen directe gevolgen hebben gehad, kwamen E. en de ombudsman laat in de procedure te weten.In dat geval zou faillissement zijn gevolgd waarbij Sociale Zaken vier jaar lang een pandrecht zou hebben kunnen uitoefenen op de met de door de dienst geleende gelden aangeschafte inboedel en E. het vruchtgebruik van die inboedel hebben kunnen gunnen.

Zo leert een ombudsman ook nog eens wat. Eerdere kennis van deze mogelijkheid had veel zorgen en onrust kunnen voorkomen, meent hij.

De ombudsman is in de zaak-E. opgetreden als een algemeen maatschappelijk werker, ,,zeer ver van zijn deskundigheid en initiële opdracht''. Het voordeel van deze lange interventie is geweest, schrijft hij, de `normale omgang' tussen organisaties en de aan hen toevertrouwde cliënten aan den lijve te hebben kunnen ondervinden en gadeslaan. Een gedetailleerd chronologisch overzicht van dat ondervinden en gadeslaan sluit het rapport af. Het is een litanie van verstoorde communicatie. De betrokken ambtenaar is op cursus als de ombudsman eindelijk verbinding krijgt. Het beloofde terugbellen blijft uit. Dan maar weer zelf de telefoon gepakt. De ambtenaar blijkt de komende dagen afwezig. Voor E. zelf is het dramatischer. Hij spendeert zijn telefoonkaarten in de wachtstand om vervolgens automatisch van de lijn te worden gegooid. (Bezoek aan het kantoor is hem verboden).

De ombudsman noemt het kolderiek hoeveel inspanning een intermediair zich moet getroosten bij het totstandbrengen van communicatie tussen een belanghebbende met een toegangsverbod en de dienst. Het is een verhaal van maatschappelijk klein leed, maar van groot leed voor E. De indruk dat de zaak-E. geen uitzondering is, heeft de ombudsman kennelijk mede bewogen tot zijn bemoeienis `zeer ver van zijn deskundigheid'.

E. heeft sinds medio 1999 een vaste baan en heeft binnen een jaar vrijwel al zijn schulden afgelost, meldt de ombudsman. Sociale Zaken heeft nieuwe gedragsregels voor zichzelf opgesteld die komende maand van kracht worden. E. heeft zijn financiële claim tegen de dienst in handen gesteld van een advocaat. De dienst heeft hem 250 gulden aan bloemenbonnen aangeboden.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.