Het strijkijzer van de verstaanbaarheid

Wat moet een eigentijdse vertaler aan met Griekse tragedies: nauwgezet de tekst volgen, of deze helder en herkenbaar maken? Gerard Koolschijn behoudt in zijn nieuwe vertaling Euripides voor de Nederlandse lezer, maar hoe staat het met diens poëzie? Een tekstlezing.

Het is een algemeen aanvaard standpunt dat een vertaling recht moet doen aan het origineel. De vertaler moet niet alleen de inhoud overbrengen naar een andere taal, maar ook zijn uiterste best doen om de stijl en de vorm van het origineel zo goed mogelijk te benaderen. De vertaler vertelt niet alleen waar het boek over gaat dat wij niet kunnen lezen, maar hij geeft ons ook een indruk van de literaire kwaliteiten van dat boek door alles wat dat boek zo bijzonder maakt zo getrouw mogelijk te imiteren.

Wanneer er wordt vertaald uit het Grieks of uit het Latijn, dan blijkt deze opvatting opeens omstreden. Het lijkt wel alsof de vertalers ons niet zozeer toegang willen verschaffen tot de originele kunstwerken, maar ons veeleer in bescherming willen nemen tegen de moeilijkheidsgraad van die werken. Ze gaan op hun hurken zitten en willen ons uitleggen wat er staat in plaats van het ons te laten zien.

En er wordt wat afvertaald uit het Grieks en Latijn de laatste jaren. Met een bezetenheid die je doet vermoeden dat de allergrootste belangen op het spel staan worden zelfs de meest obscure teksten van auteurs waar zelfs ik nog nooit van had gehoord in het Nederlands vertaald en voorzien van overbodige noten en toelichtingen uitgegeven in chic vormgegeven gebonden boeken met minstens één leeslint. Je vraagt je af wie dat allemaal zou moeten lezen. Maar kennelijk gaat het daar niet in de eerste plaats om.

Gisteren verscheen het eerste deel van een vertaling van alle achttien tragedies van Euripides, de laatste en heden ten dage meest gespeelde van de drie grote Griekse tragediedichters. De vertaling is van Gerard Koolschijn. Het eerste deel bevat zes tragedies waarvan over het algemeen wordt aangenomen dat het de oudste zijn: Alkestis, Medea, De kinderen van Herakles, Hippolytos, Andromache en Hekabe.

Het minste wat je kunt zeggen is dat de tragedies van Euripides (480?-406? voor Chr.) niet bepaald beschimmelde teksten zijn van een vergeten auteur. Hoewel hij het tijdens zijn leven altijd heeft moeten afleggen teggen zijn collega's Aischylos en Sofokles, werd hij al vrij snel na zijn dood de meest gespeelde tragicus. En vandaag de dag zit hij zich in de onderwereld te verkneukelen dat zijn populariteit aanhoudt en voortduurt. Eigenlijk is dat raar. Zijn tragedies zijn bijna vijfentwintighonderd jaar geleden geschreven in een wereld die in vrijwel alle opzichten totaal anders was dan de onze. De mensen dachten anders. Er golden totaal verschillende normen en waarden. Maar kennelijk zijn de teksten van Euripides in staat deze culturele kloof te overbruggen. Ik geloof dat ik wel begrijp hoe dat kan. Hij is misschien niet de beste dichter van de drie grote tragici, maar wel de grootste toneelschrijver. De dramatische conflicten in zijn beste stukken zijn zo direct, knetterend en vurig vormgegeven dat een moderne lezer onmiddellijk wordt gegrepen, zelfs wanneer de conflictsituatie voortkomt uit een ethisch of moreel dilemma dat hij niet kan kennen uit de moderne wereld. Dat er nu een ambitieus vertaalproject is ondernomen van het totale oeuvre van Euripides dat ons is overgeleverd is een daad van gerechtigheid.

Gerard Koolschijn is een belangrijk vertaler, al was het maar omdat hij heel veel heeft vertaald. Ook als vertaler van Griekse tragedies heeft hij ruimschoots zijn sporen verdiend. Veel van de producties van Grieks drama die u in de schouwburg heeft gezien zijn u voor ogen gevoerd in de vertaling van Koolschijn. Zijn kwaliteiten zijn onmiskenbaar. Elk soort Grieks dat hij onder handen neemt transformeert hij in helder, vlot leesbaar Nederlands. Ook de zes tragedies die in dit eerste deel van de Verzamelde werken van Euripides bijeen zijn gebracht, tragedies die stuk voor stuk geschreven zijn in moeilijk, poëtisch Grieks met een hoge semantische dichtheid, lezen in zijn vertaling vlot en soepel weg.

Toch is Koolschijn wel degelijk omstreden als vertaler. Zijn critici vallen precies over het kenmerk dat zijn bewonderaars loven: zijn helderheid. Zij klagen dat Koolschijn het zichzelf en, erger nog, ons lezers, te makkelijk maakt. Ook Grieks dat voor een Griek moeilijk geweest moet zijn vertaalt hij in simpel, soepel Nederlands. En dat is, volgens zijn critici, verraad aan de stilistische dichtheid en poëtische kracht van het origineel.

Het verschijnen van het eerste deel van de Verzamelde werken van Euripides vormt een ideale gelegenheid om deze kwestie te beslechten. En de enige eerlijke manier om zijn vertalingen te wegen is door hen te confronteren met het origineel. We halen onze Euripidestekst uit de kast en we gaan kijken wat Koolschijn doet, met één vinger langs de Griekse verzen en een vinger van de andere hand langs het Nederlands van Koolschijn.

Omdat de kwaliteit van een vertaling, de kwaliteit van elke literaire tekst, uitsluitend beoordeeld kan worden aan de hand van details, nemen wij ons voor gedetailleerd te kijken. We kiezen een representatieve passage uit een van de zes tragedies. En als we toch iets moeten kiezen, waarom dan niet gelijk zo ongeveer de beroemdste passage uit de zo ongeveer beroemdste tragedie, de discussie tussen Jason en Medea in de tweede akte van Medea en het begin van het daarop volgende koorlied? Daar is Euripides op zijn best. Daar knettert het op het toneel van de hoogspanning tussen de personages. Dat is een passage waar eer aan te behalen valt voor een vertaler.

De situatie is bekend. Medea, een Kolchische prinses, is door Jason meegenomen naar Korinthe. Ze zijn getrouwd en hebben kinderen. Dan krijgt Jason de kans de positie van zichzelf en zijn kinderen te verbeteren door in het huwelijk te treden met de dochter van de Korinthische koning. Ook Medea zelf zou aanzienlijk kunnen profiteren van Jasons sociale promotie. Jason heeft dus het gelijk aan zijn zijde. Hij doet wat er van een man van zijn positie verwacht kan worden. Maar Medea denkt daar anders over. Zij beschouwt zijn voornemen tot een nieuw huwelijk als verraad aan haarzelf. Zij straft Jason door zowel zijn nieuwe bruid als hun beider bloedeigen kinderen te vermoorden. Zij laat Jason kinderloos en zonder bruid met het gelijk aan zijn zijde achter als de ware tragische held van dit drama.

In het begin van de tweede akte licht Jason zijn huwelijkplannen toe en verdedigt zijn besluit met welgekozen woorden tegenover Medea. Dan neemt Medea het woord: `In mijn / ogen brengt iemand die slecht is, maar goed / spreekt, zichzelf de grootste schade toe. / Vertrouwend dat hij met zijn tong elk onrecht kan / verhullen deinst hij nergens voor terug, maar erg / verstandig is hij niet. Dat geldt nu ook voor jou. / Je hoeft je niet mooi voor te doen met al je / argumenten. Eén zin is genoeg om je te vloeren. / Als je werkelijk eerlijk was, had je in overleg / met mij dit huwelijk gesloten, niet in stilte.'

We zien waarom Koolschijn wordt bewonderd. Dit is glashelder en loopt als een trein. Een goede actrice zou wel raad weten met deze regels. Als we ons vingertje volgen in de Griekse tekst, zien we dat Koolschijn deze helderheid bereikt door zich flink wat vrijheden te permitteren. In het Grieks staat er: `zo moet ook jij nu niet tegen mij elegant zijn in je woordgebruik en knap in het spreken.' Koolschijn knipt deze zin in tweeën en maakt ervan: `Dat geldt nu ook voor jou. / Je hoeft je niet mooi voor te doen met al je / argumenten.' Mag dat? In dit geval wel, vind ik. Het Nederlands dekt de lading van het Grieks volledig. Het Grieks is niet overdreven onnatuurlijk, de letterlijke Nederlandse vertaling wel, dus de natuurlijk Nederlandse vertaling van Koolschijn komt dichter bij het origineel dan mijn letterlijke weergave.

Een zelfde vrijheid permitteert de vertaler zich een paar verzen verder, wanneer Medea Jason verwijt dat hij haar verstoot omdat zij allochtoon is. In het Grieks staat er: `in jouw ogen landde een barbaars bed op een ouderdom die niet eervol was.' Koolschijn vertaalt: `een barbarenvrouw / kwam nu je ouder wordt je reputatie niet ten goede.' Wederom is zijn vertaling duidelijker en natuurlijker dan mijn parafrase. En het is een getrouwe weergave van wat er in het Grieks wordt bedoeld. Maar Koolschijn offert ook wat op voor zijn helderheid. Het Grieks van Euripides is hier verre van alledaags. Hij gebruikt lechos, `bed', als bekende poëtische metafoor voor het huwelijk en het werkwoord ekbaino dat in oorsprong verwijst naar `van boord gaan' van een schip of `afstijgen' van een paard of van een wagen. Het zijn geen al te originele metaforen, toegegeven, maar toch is het Grieks van Euripides poëtischer en kunstmatiger dan het Nederlands van Koolschijn.

Vervolgens zegt Jason dat zijn nieuwe huwelijk ook in haar voordeel zal zijn. Medea antwoordt: `Ik wil geen welvaart die mij pijn doet, / geen rijkdom als mijn hart gekweld wordt.' Jason keert haar argument om: `Weet je welke wens verstandiger zou klinken? / Laat ik nooit pijnlijk vinden wat voordelig is, / en mijn geluk ook niet als ongeluk beschouwen.' Dit is allemaal heel goed vertaald. Maar vervolgens laat Koolschijn Medea zeggen: `Egoïst. Jij weet waar je terecht kunt. Ik word / eenzaam en alleen over de grens gezet.' Medea's uitval `egoïst' is volledig begrijpelijk in deze context. Het is precies wat wij in het Nederlands in een dergelijke situatie zouden zeggen. Ik huiver bij de gedachte hoe een goede actrice het woord zal uitspugen op het toneel. Alleen, het staat er niet. In het Grieks staat iets anders. Er staat hybrize, `ga jij maar lekker door met alle grenzen van het betamelijke te overschrijden en mij te beledigen'.

Koolschijn is op zijn best in passages als deze, waar het knettert op het toneel van de conflicten tussen de verschillende personages. Hij doet zijn uiterste best om zijn Nederlands zo natuurlijk mogelijk te houden en permitteert zich hierbij grote vrijheden. Koolschijn vertaalt eigenlijk niet zozeer het Grieks, als wel het effect dat het Grieks heeft. Zijn vertaling is geen getrouwe weergave van wat de personages in het Grieks tegen elkaar zeggen, maar een equivalent daarvoor: hij schrijft wat je in het Nederlands in zo'n situatie zou zeggen. Ik heb daar drie voorbeelden van laten zien. In het eerste geval is het resultaat dat hij precies raakt wat er in het Grieks staat, in het tweede geval geeft hij precies weer wat er in het Grieks bedoeld is maar verliest hij alle metaforen, en in het derde geval vertaalt hij wat er niet staat. Tussen deze drie uitkomsten laveert zijn vertaling.

Er is een nog groter probleem. Euripides schrijft poëzie. Maar het Nederlands van Koolschijn wil maar geen poëzie worden. Hij neigt naar jamben, maar is daar zo weinig consequent in dat het net zo goed proza zou kunnen zijn. Harde returns suggereren vers-einden, maar de regelafbrekingen zijn volslagen willekeurig. En nergens handhaaft hij een gewaagde metafoor of spannende beeldspraak of ongebruikelijke woordvolgorde: alles wat Euripides' poëzie levendig maakt wordt gladgestreken onder het strijkijzer van de verstaanbaarheid. Dit treedt nog evidenter aan het licht in de lyrische passages. Na het vurige debat tussen Jason en Medea heft het koor een lied aan. Het koor zingt in hoge, verheven, zeer kunstmatige verzen:

Liefde die te hevig komt

verleent een mens

nooit eer of roem.

Als Eros rustig nadert,

is geen god ons zo genadig.

Meester van de gouden boog,

richt nooit op mij een pijl,

onontkoombaar in hartstocht gedoopt.

Dit is helder Nederlands. Maar dat is misschien juist wel het probleem. De poëzie van het Griekse origineel is een flink aantal graden warmer, wilder, gewaagder en sprankelender dan wat Koolschijn ervan maakt. In plaats van `liefde die te hevig komt' staat er in het Grieks een opvallende constructie met hyper gebruikt als bijwoord, wat heel zeldzaam is, gekwalificeerd door een ander bijwoord dat `te' betekent. En dit hyper verwijst niet zozeer naar de heftigheid van de liefde als wel naar het overschrijden van een juiste maat. Een vertaling als `liefde die te veel te is' doet meer recht aan het bevreemdende effect van de Griekse poëzie dan Koolschijns versie. Een groter probleem is nog dat `hevig komen' iets is waarbij je je weinig kunt voorstellen en als je jezelf dwingt om je er iets bij voor te stellen dan ga je aan heel verkeerde dingen denken.

Voor moderne lezers die de moeite nemen iets langer stil te staan bij deze verzen moet het toch merkwaardig overkomen dat er van de liefde die alle perken te buiten gaat wordt gezegd dat zij geen eer of roem verschaft. Welke liefde verschaft dan wel eer en roem? En sinds wanneer is het eigenlijk de bedoeling van de liefde om eer en roem te verschaffen? De liefde is toch geen wereldkampioenschap? In het Grieks staat er ook geen `eer of roem'. Er staan twee woorden die de nachtmerrie zijn van elke vertaler: eudoxia, de situatie waarin de mensen goed over je denken en gunstig over je spreken, en areta, de kwaliteiten die je in staat stellen te doen wat er van een man van jouw positie wordt verwacht en je op die manier in gunstige zin te onderscheiden onder je medeburgers. Dat overmatig woekerende liefde deze twee zaken in de weg staat is volslagen begrijpelijk. We weten dat allemaal uit ervaring. Maar dat is dus wel iets anders dan `eer en roem'.

Een vergelijkbaar probleem als in de beginregel doet zich voor bij het contrast, drie regels later. `Als Eros rustig nadert' is een rare zin. Je ziet Eros met zijn handen in zijn zakken kalm aan komen slenteren over een door lommerrijke platanen omzoomde straat. Het staat er ook niet in het Grieks. In plaats van `rustig' staat er wederom een opvallend gebruikt bijwoord, halis, wat zoiets betekent als `precies genoeg, niet te veel en niet te weinig'. Bovendien gaat het in het Grieks helemaal niet over Eros, maar over Kypris, hetgeen een andere naam is voor Afrodite. Ik begrijp heel goed waarom Koolschijn de machtige liefdesgodin heeft ingewisseld voor haar gevleugelde assistentje: in de laatste twee verzen van deze strofe blijkt Afrodite opeens gebruik te maken van pijl en boog en dat is raar want we hebben toch allemaal bij onze mythologielessen geleerd dat dat de attributen zijn van Eros en niet van Afrodite.

Koolschijn wil ons deze verwarring besparen en strijkt de boel glad door de wapens gewoon toe te bedelen aan de god die deze normaal gesproken hanteert. Mag de vertaler dat doen? Natuurlijk niet. Voor een Griek is het net zo raar als voor ons dat Afrodite boogschiet. Je mag in je vertaling niet gladstrijken wat in het origineel met opzet wil frapperen of vervreemden. Maar deze ingreep verschaft Koolschijn wel een handige oplossing van een lastig probleempje in de laatste twee verzen. Afrodite wordt in die verzen niet aangesproken als `meester van de gouden boog', maar als despoina, `meesteres'. Die gouden boog staat er wel, maar op een andere plek in de zin: `raak mij nooit met een pijl van de gouden boog'. Het probleem is dat `meesteres' als aanspreekvorm in het Nederlands de verkeerde associaties wekt. Maar omdat Koolschijn Afrodite heeft veranderd in Eros kan hij dit probleem omzeilen door de godheid aan te spreken als `meester', wat al minder raar is dan `meesteres', en bovendien nog als meester van iets, wat alle onwenselijke SM-associaties definitief uitsluit.

De slotregel van de strofe klinkt enigszins merkwaardig in het Nederlands. Ik vraag mij af hoe je iets `onontkoombaar' kunt indopen. Als je je verfroller een heel klein beetje indoopt in een ondiep bakje met afwasbare verf op waterbasis, dan is het nog ontkoombaar, maar zodra je de roller tot aan het handvat in de emmer duwt met weersbestendige buitenverf, dan heb je echt onontkoombaar ingedoopt. Het staat er ook niet in het Grieks. Die pijl is natuurlijk `onontkoombaar', want de liefdesgoden schieten altijd raak. Bovendien is die pijl niet gedoopt in `hartstocht' maar in himeros, wat `verlangen' betekent. Dat is een significant verschil. Want het gaat niet zozeer om de hartstocht van de geconsumeerde liefde als om het alles verterende verlangen naar een nieuwe liefde. Het is dat verlangen dat de lendenen week maakt en het hoofd ziek. Dat is het gif waarin de pijlen van de liefde zijn gedoopt.

Wat moeten we nu vinden van Koolschijns vertaling van deze strofe uit het tweede koorlied van Medea? Enerzijds is hij erin geslaagd moeilijk Grieks om te zetten in soepel Nederlands, al moet wel gezegd worden dat ongelukkige uitdrukkingen als `hevig komen' en `onontkoombaar dopen' vermeden hadden moeten worden. Anderzijds heeft hij het leven uit de poëzie wegvertaald door alles wat onverwachts is en knispert in het Grieks glad te strijken en recht te zetten in kleurloos, jambiserend proza. En dat vind ik nog het ergste. Dat zijn vertaling een simplificatie behelst is één ding, maar het swingt niet. En daarom is Koolschijn laf. Hij durft het niet aan een klein beetje meer concentratie te vergen van zijn lezers en Euripides recht te doen door spannende poëzie te maken van zijn verzen.

Laten wij de wens uitspreken dat Koolschijn voor de twee resterende delen van dit lovenswaardig ambitieuze project in staat zal blijken zijn streven naar helderheid en toegankelijkheid minder op te vatten als een dwang tot simplificatie en vervlakking en dat hij de moed zal kunnen opbrengen om het leven in de Griekse poëzie niet weg te vertalen maar te behouden in Nederlands dat eveneens poëzie durft te zijn.

Euripides: Verzameld werk I: Alkestis, Medea, De kinderen van Herakles, Hippolytos, Andromache, Hekabe. Uit het Grieks vertaald door Gerard Koolschijn. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 378 pp. ƒ99,06 (geb.)