Een zanger om bij te schuilen

Het warme timbre van Bryn Terfels stem bezorgt zijn publiek zachte knieën. `Zonder zelfvertrouwen word je gek in dit vak.'

Vermoedelijk zal alleen een buitenmens Bryn Terfel echt begrijpen. Zijn lyrische bespiegelingen over home aan de voet van de Snowdon-berg, net buiten de oude stad Caernarvon in Noord-Wales. Zijn relativisme, geboren uit regionalisme. ,,Ik voel me nooit onzeker over mijn talent of mijn toekomst'', zegt Terfel. ,,Waarom zou ik? Ik heb altijd mijn Welshe wortels om op terug te vallen. Als de wereld me niet meer wil, ga ik op tournee in Wales.''

Zowel fysiek als vocaal is Bryn Terfel (1965, Pant Glas, Nanteyll Uchaf, Noord-Wales) een zanger om bij te schuilen. Sluit de ogen bij een van de weidse volksliederen op zijn cd We'll keep a welcome (mét wapperende vocale ruggensteun van een traditioneel Welsh mannenkoor) en Terfels jeugd op de schapenboerderij van zijn ouders wordt voelbaar. ,,Een gelukkige kindertijd'', zegt Terfel, en maakt een wiegend, omhelzend armgebaar. ,,Wat is het woord in het Engels? A ja, troost! Troost en warmte, dat is wat ik thuis ervaar. Daarom heb ik ook besloten de komende tien jaar beduidend minder opera te zingen. Ik wil mijn kinderen dezelfde rust en veiligheid geven als ik zelf vroeger heb ervaren. Kinderen verdienen ouders, en een vaderland. Ze moeten kauwgumplaatjes en `fish and chips' kunnen kopen in hun moedertaal. En dus wil ik noch alleen, noch met mijn gezin constant langs alle theaters van New York tot Tokio reizen. Misschien is het vreemd, maar ik vind het belangrijker thuis te zijn voor de eerste voetbalwedstrijd en het afzwemmen.''

Beroepskwakzalver

In de productie van Puccini's Tosca door de Nederlandse Opera onder regie van Nikolaus Lehnhoff (1998) liet Bryn Terfel zich van een beduidend minder huiselijke kant zien. Als de schurk Scarpia was hij een beangstigende bruut met glanzende biceps in een militant motorduivelpak. Bij het plannen van een hernieuwde samenwerking met De Nederlandse Opera werd Terfel gepolst voor de evenzeer bronstige en machtswellustige titelrol in de nu lopende voorstelling van Händels Giulio Cesare. Die plannen liepen spaak, zodat Terfel nu zijn Amsterdamse rentree maakt voor een roldebuut als de innemende beroepskwalzalver Dulcamare, brouwer van het gewraakte liefdesdrankje in Donizetti's opera buffa L'elisir d' amore.

,,De rol van Dulcamare past bij me'', glimlacht Terfel. ,,Let wel: vocaal, niet inhoudelijk. Het leek me na alle ernstige rollen die ik heb gezongen goed een komische opera te proberen, en – zonder stroopsmeerderij – ik werk graag in Amsterdam. Bij de Wiener Staatsoper werk ik twee dagen aan een voorstelling, hier minstens een maand. Daardoor ontstaat een soort groepsgevoel, en heb ik het bevredigende gevoel dat ik mijn talent werkelijk benut. Zoals het woord `team' al zegt: `Together Everyone Achieves More'. Eigenlijk zijn operahuizen en concertcentra voor een zanger vergelijkbaar met restaurants. Je komt er alleen terug als de sfeer, de mensen en de menukaart je aanspreken.''

Quizmasterpas

Op de eerste regierepetitie van L'elisir d'amore in de grote zaal van het Muziektheater verloopt weinig volgens plan. Het operakoor is man voor man vermomd als fles, en dreigt in de drie meter hoge pakken als domino's omver te tuimelen. ,,Strenge Duitse regisseurs, da's wat ze hier nodig hebben!'' sist de Vlaamse regisseur Guy Joosten. Terfel wacht gelaten zijn beurt af op de bovenste trede van de glitterende showtrap, die hij als Dulcamare tijdens zijn openingsaria (`Udite, udite, o rustici!') met aalgladde quizmasterpasjes afdaalt. Wat een enerverende repetitie was, lijkt nu een volstrekt geloofwaardig showprogramma in de zuurstokzoete traditie van Rai Uno.

,,Optreden zit in mijn bloed'', verklaart Terfel na afloop. ,,Jonge zangers, ziehier mijn boodschap: betreed dat podium met durf! Lach! Niet alles is uitstraling, maar het helpt je veel. En dat meen ik serieus. Een beetje flexibiliteit tijdens de eerste repetities van een nieuwe productie is overigens ook erg nuttig. Wanneer je vanaf dag één je grenzen afbakent, snijd je meteen alle communicatie af. Dat is nergens voor nodig. Zodra de dirigent en de regisseur je kennen, staan ze vanzelf open voor suggesties.''

Terfels zangersachtergrond is naar eigen zeggen weinig opmerkelijk. (,,In Wales zingt iedereen.'') Hij klom op via koren en wedstrijden voor plaatselijke barden, bezocht met een beurs de Londense Guildhall School of Music and Drama en was op zijn vijfentwintigste een stersolist. Zijn Welshe achterban dient hij de laatste jaren met een driedaags zomerfestival in Faenol, waar dit jaar 17.000 mensen op afkwamen. ,,De dingen gaan zoals ze gaan'', vindt Terfel. ,,Je moet het talent dat je hebt gebruiken. Ik had het voordeel dat ik als jong zanger uit roekeloosheid nooit podiumvrees heb gekend. Op mijn eerste repetitie in de Metropolitan Opera in New York kwam ik binnen met een monter `Goeiemorgen!'. Men was verbijsterd, want dat zèg je niet als nieuweling. Maar ik had lak aan die etiquette, en dat werkte. Men groette verbouwereerd terug, en mijn entree was gemaakt. Ik wist totaal niet met welke belangen ik speelde, en was ook op achteraf bezien zenuwslopende audities altijd vol vertrouwen over wat ik deed. Dat is een uitstekende basispositie. In elk vak.''

Destructief

De komende seizoenen maakt Terfel zijn langverwachte debuten in enkele grote Wagnerrollen. In de zomer van 2003 zingt hij Hans Sachs in Die Meistersinger von Nürnberg in Sydney, gevolgd door Wotan in Der Ring des Nibelungen (Covent Garden, 2004). ,,Met die rollen heb ik mijn grootste muzikale dromen verwezenlijkt. Dat is een prettig gevoel.'' Wat er naast het zingen aan plannen rest, blijkt opmerkelijk. Terfel is met een televisiestation in Wales in conclaaf over een eigen programmaserie, waarin hij het zingen van lichte liederen wil koppelen aan het op luchtige wijze bespreken van `wereldbeschouwelijke onderwerpen', maar die plannen zijn nog pril. Hij wijst naar zijn hoofd. ,,Dat moet eerst nog wat gaan gisten.'' Masterclasses, daar begint hij niet aan. ,,Men heeft me er vaak voor gevraagd, maar ik vind het een destructief instituut. Ik heb zelf als student te vaak meegemaakt dat er bekende zangers langskwamen voor één les. Die hingen hun jas op, deelden wat vlammende kritieken uit, en vlogen weer weg. Zangles is iets dat dieper moet gaan, anders verwoest het meer zelfvertrouwen dan het kennis kweekt. Ik heb zelf ook nog steeds les van mijn oude leraar Rudolf Piernay. Er moet iemand zijn die je stem kent en die je ongezouten kritiek kan geven, zodat je weet waar ruimte is voor verbetering.''

Op zijn recital in de serie Grote Solisten van het Concertgebouw overrompelde Terfel dit voorjaar met zijn anti-elitaire benadering. Een hoester in de zaal werd niet bestraft met een geagiteerde blik en gespannen afwachten, maar kreeg door Terfel gemoedelijk zijn eigen glaasje water aangereikt. Het is een ongedwongenheid die voortkomt uit een broodnodige zelfverzekerdheid, zegt hij. ,,Toen ik de beruchte trap naar het podium van de Grote Zaal afdaalde, voelde ik me als een gladiator in een arena. Je zult maar buiten adem raken, of struikelen, of... Maar die angst moet je loslaten, want alle energie is nodig om je optimaal te kunnen concentreren. Jij bent degene die het avondje uit maakt of breekt. Er wordt van je verwacht dat je iets buitengewoons hebt te bieden. Met andere woorden: zonder zelfvertrouwen word je gek in dit vak.''

Rotzak

Wat Bryn Terfel te bieden heeft, is in de eerste plaats een ontwapenend warm timbre, waar je tegen je zin steeds weer een beetje zachte knieën van krijgt. Het is een vocale zachtheid die blijft boeien, juist omdat zij – bijvoorbeeld in de rol van Scarpia – elk moment kan omslaan in het donderend vocaal geweld van de rauwste rotzak. Zingend acteren – dat is iets wat Terfel als weinig anderen in zijn stemtype kan. Op zijn meest recente cd, een studio-opname van Verdi's Falstaff onder Claudio Abbado, is het bijna onnodig om het verhaal te zien of zelfs maar het libretto te kennen. Terfel maakt puur vocaal en zonder al te nadrukkelijk te worden met snikken, grinnikjes en zuchten van Falstaff een driedimensionaal personage.

,,Ik hoop dat dat waar is'', glimlacht Terfel. ,,Vocaal acteren is waar ik naar streef, en waar iedere zanger ook naar moet streven. Er was een tijd waarin operazangers supersterren waren. Later waren het de dirigenten die de dienst uitmaakten, vervolgens de regisseurs. Die hegemonieën zijn inmiddels voorbij. Nu draait opera om een combinatie van factoren, en streeft iedereen naar de ultieme wisselwerking tussen zang, orkest en theater. Maar dat geldt niet alleen voor opera. Ook Schuberts `Erlkönig' kun je niet als een zoutzak zingen, want dan komt er eenvoudigweg niemand naar je luisteren. Het publiek wil altijd opnieuw verrast worden.''

Popliedjes

Terfels Falstaff-opname is de nieuwste aanwas van een uitzonderlijk bonte discografie. Naast verscheidene aria-albums en Welshe liederen op I keep a welcome zijn er liederen van Schubert en Schumann, een compilatie Engels liedrepertoire op The Vagabond, opera's, oratoria en een cd met musicalsongs. Op stapel staan een album met Wagner-aria's en de rockopera Ça ira, gecomponeerd door voormalig Pink Floyd-voorman Roger Waters. ,,Muzikale kwaliteit is voor mij niet gebonden aan een genre'', verklaart Terfel. ,,Ik zou dolgraag een cd opnemen met goede popliedjes van Paul McCartney, Pink Floyd, Elton John of Freddy Mercury. Waarom niet? Goethe of McCartney; Elton John of Franz Schubert – het principe van elk lied is hetzelfde.

,,Natuurlijk kan ook ik me niet voorstellen dat Dietrich Fischer-Dieskau een lied als `Some enchanting evening' na Schuberts Winterreise als toegift zou zingen'', grinnikt Terfel. ,,Maar dat zegt vooral iets over Fischer-Dieskau, en zijn bedding in het Duitse taal- en cultuurgebied. Ik, als Welshman, kan de liederen van Schubert nooit zingen met een zo natuurlijk, aangeboren gevoel van wat goed is en wat niet. Ik kan de gedichten leren, de muziek analyseren en alle aanwijzingen in de partituur opvolgen, maar ik blijf een buitenstaander. Maar moet je je daardoor laten ontmoedigen? Natuurlijk niet! Mijn punt is dat als je een operazanger aanvalt omdat hij graag musical, pop of rock zingt, je hem strikt genomen ook het klassieke lied zou moeten verbieden. Dat verklaart al wel hoe onzinnig het is grenzen te trekken tussen verschillende muzikale stijlen. Je hebt goede muziek en slechte muziek, en dat is dat.''

De Nederlandse Opera met `L'elisir d'amore' van G. Donizetti door het Nederlands Kamerorkest o.l.v. Gabriele Ferro m.m.v. Bryn Terfel (Dulcamare), Norah Amsellem (Adina), Roberto Aronica (Nemorino), Mariusz Kwecien (Belcore). Regie: Guy Joosten. Decor: Johannes Leiacker. Voorstellingen op 3, 6, 9, 11, 13 en 16/12 in het Muziektheater, Amsterdam. Res.: 020-6255455.

    • Mischa Spel