Een linkse flirt is bloedige ernst

Hoewel de ideologie van het regime vooral op onveranderlijkheid was gericht, vormden de veertig jaar waarin Franco in Spanje aan de macht was, allerminst een statische periode. De ontreddering en schreeuwende armoede waarin de Burgeroorlog het land had achtergelaten, maakte in de jaren zestig plaats voor een zekere welvaart, niet in de laatste plaats dankzij het toerisme. Een voorzichtige liberalisering verdreef de meedogenloze repressie, al zou er van echte democratie voorlopig nog geen sprake zijn. Beide ontwikkelingen maakten het land toegankelijker voor buitenlandse invloeden en hoewel Spanje nog tot in de jaren tachtig op Europa zou achterlopen, was de modernisering van het land – in smaak, wereldvisie en sociale verhoudingen – onmiskenbaar.

Die overgang van stagnatie naar bedrieglijke rust en tenslotte naar een steeds krachtiger aanstormende verandering is nog maar zelden in romanvorm beschreven. De meeste auteurs hebben zich beperkt tot een momentopname uit één periode, zoals Nobelprijswinnaar Camilo José Cela in zijn bekendste roman De bijenkorf, dat in het begin van de jaren veertig speelt. Rafael Chirbes heeft in zijn zojuist vertaalde roman De lange mars een breder panorama aangedurfd. Hij begint waar Cela ophield, in de late jaren veertig, en gaat door tot het begin van de jaren zeventig. Zijn boek beslaat twee generaties, waarvan de eerste getekend is door de angsten van de Burgeroorlog en de repressie, en de tweede de toekomst wordt ingezogen, waar vrijheid, sociale rechtvaardigheid, vrije (seksuele) relaties en popmuziek lonken.

Die belofte en aantrekkingskracht van de toekomst heeft Chirbes vernuftig in de structuur van zijn boek verweven. Hij begint met maar liefst zeven verschillende verhalen, over even zovele families die over alle uithoeken van Spanje verstrooid zijn en behoren tot uiteenlopende sociale milieus. In Galicië dreigt de grond van een boerenfamilie verzwolgen te worden door een stuwmeer. In Madrid weet een ooit veelbelovend arts, die zijn carrière door zijn rode sympathieën gebroken zag, te overleven door een illegale abortuspraktijk. In Extremadura moet een landarbeider, die zelfs met smokkelactiviteiten zijn gezin niet kan onderhouden, lijden hoe zijn vrouw beslapen wordt door de bakker bij wie hij chronisch in het krijt staat. En opnieuw in Madrid schikt een meisje uit de betere klasse zich in het onvermijdelijke door te trouwen met een regime-potentaat, om zo het familie-erfgoed te redden.

In de loop van het boek zullen al deze families met elkaar verweven raken. De laatste draden komen bijeen in een studentengroep in de late jaren zestig, waarin de kinderen van de vorige generatie elkaar ontmoeten en politiek geradicaliseerd raken. De uitzichtloosheid en angst van hun ouders heeft bij hen plaatsgemaakt voor een soms roekeloos engagement, waardoor de hele groep tenslotte in de beruchte cellen van de veiligheidsdienst terecht zal komen. Dat dat het daarmee voor hen niet ophoudt, blijkt uit de roman die Chirbes na De lange mars schreef en die – onder de titel De val van Madrid eveneens in het Nederlands zal verschijnen. Een aantal van hen duikt daarin opnieuw op, nog even strijdvaardig, maar zich reeds meer en meer bewust van de taaiheid van de bestaande maatschappelijke verhoudingen.

De val van Madrid speelt op één dag, 19 november 1975, de dag voordat Franco na een eindeloos ziekbed zal overlijden. De personages waaromheen Chirbes zijn verhaal opbouwt zijn al even veelkleurig als in De lange mars, maar van een onstuitbare drive naar de toekomst is geen sprake meer. Veeleer spat het verhaal vanaf die 19de november uiteen, het verleden in, alsof op dat moment de tijd tot stilstand is gekomen en iedereen de adem inhoudt voordat de toekomst eindelijk zal beginnen.

In De lange mars is Chirbes er niet alleen in geslaagd de Spaanse sociale werkelijkheid tussen de naoorlogse tijd (posguerra) en de overgang naar de democratie (transición) als één ongebroken, tegelijk vloeiend en hortend, proces te laten zien, maar ook de enorme verschillen daarbinnen schrijnend tot hun recht te laten komen. Tussen de landarbeiders en stadse scharrelaars die met moeite een paar peseta's bij elkaar schrapen en de franquistische bourgeoisie met haar ogenschijnlijke onaantastbaarheid, gaapt een diepe kloof. Toch weet Chirbes de realiteit van al deze milieus duidelijk voelbaar te maken. Ook de oudere generatie franquisten vreest – net als de sympathieke arts Tabarca – nog altijd de klop op de deur, al beelden zij zich daarbij geen rechtse doodseskaders maar – evenmin zachtzinnige – linkse miliciens in.

Dat leidt tot twee van de meest aangrijpende scènes in het boek. De eerste beschrijft hoe Tabarca in de kamer van zijn studerende dochter communistische literatuur vindt en deze, bevangen van angst, vernietigt. Vervolgens barst hij in tranen uit, zowel om haar onbegrip voor zijn nachtmerries als uit spijt over zijn eigen teloorgegane idealen.

Heel anders is de scène die zich, om vrijwel dezelfde reden, in het franquistische milieu afspeelt, waar de vrouw des huizes ontdekt dat dochterlief bevriend is met een vroegere boerenknecht van een van haar vriendinnen. Hoewel zij zich graag laat voorstaan op haar begrip voor de progressieve jeugd en als een van de eersten het feminisme omhelst, komen al haar klassevooroordelen weer genadeloos boven. Plotseling beseft zij dat een linkse flirt geen speeltje is, maar bloedige ernst, en haar reactie is even kwaadaardig als (voor haar milieu) natuurlijk.

Dat heeft zijn gevolgen voor het vriendenclubje, dat al snel zal worden opgepakt. Subtieler en in zekere zin pijnlijker is dat zij zich ook zelf opnieuw bewust worden van hun onderlinge verschillen, aan gene zijde van het gemeenschappelijke ideaal. Want wie tegen Franco is, maar uit een goede familie komt, loopt nog altijd lang niet zoveel risico als wie die familiegaranties moet ontberen. Dat onderscheid laat zich niet uitwissen. En misschien nog wel belangrijker is dat ook in hun onderlinge liefdesrelaties de klasseverschillen onwillekeurig weer uitkristalliseren.

Zo wordt de euforie gaandeweg weer door de werkelijke verhoudingen ingehaald en eindigt De lange mars in een ongewisse stilstand, die zich in De val van Madrid zal uitstrekken over een heel land dat collectief de adem inhoudt.

Rafael Chirbes: De lange mars (La larga marcha). Uit het Spaans vertaald door Tessa Zeiler en Eugenie Schoolderman. Menken Kasander & Wigman, 342 blz. ƒ49,50

    • Ger Groot