De toekomst van KPN ligt in Duitsland

KPN's toekomst ligt in Duitsland en zal worden beheerst door `UMTS' en `i-mode', technieken voor geavanceerde mobiele telefonie waarin miljarden zijn geïnvesteerd. Maar de concurrentie is moordend en het budget klein. Eerste deel in een serie rond KPN's emissie.

Het KPN met mondiale ambities bestaat niet meer. Bestuursvoorzitter Ad Scheepbouwer maakte bij zijn aantreden duidelijk dat `zijn' KPN zich helemaal zal richten op Nederland, België en Duitsland. Van die markten heeft alleen de Duitse voldoende groeipotentieel (83 miljoen inwoners) om de miljardeninvesteringen van KPN alsnog te rechtvaardigen. In Duitsland zal blijken of KPN zich een regionale speler mag blijven noemen.

Scheepbouwer wordt voorlopig helemaal in beslag genomen door het op orde brengen van KPN's financiën. KPN's Duitse dochter E-plus, die in omvang niet onder doet voor het moederbedrijf, speelt hierin een belangrijke rol.

E-plus heeft tot nu toe financieel slecht gepresteerd: in het gebroken boekjaar eindigend in juni 2001 werd een nettoverlies geleden van 991 miljoen euro (2,2 miljard gulden), het marktaandeel is sinds 1999 gedaald van 16 naar 13,8 procent. ,,Of de onderneming de negatieve trend (...) kan ombuigen, hangt af van marktprijzen, van de verdere groei van het klantenbestand en van de acceptatie van nieuwe diensten door de consument'', aldus accountant PriceWaterhouseCoopers in het jaarverslag 2000/2001.

Maar volgens KPN zijn de bedrijfsresultaten in de tweede helft van dit jaar sterk verbeterd. E-plus draagt volgens KPN in hoge mate bij aan de winst van de gehele KPN-groep, zo valt te lezen in het prospectus van de aandelenemissie die vorige week werd aangekondigd. Cijfers ontbreken overigens.

Op de lange termijn is Scheepbouwers strategie onduidelijk. Sommige analisten zien hierin een teken dat er geen lange termijn is: de topman stoomt KPN klaar voor verkoop aan een grote Europese marktpartij. Dit staat natuurlijk niet in het prospectus. Maar er staat ook niets in waaruit het tegendeel blijkt.

KPN zegt dat het binnen enkele jaren de vruchten kan plukken van i-mode, GPRS en UMTS, technieken die geavanceerde mobiele telefonie mogelijk maken. Het enthousiasme is begrijpelijk. Vorig jaar kocht KPN voor miljarden aan UMTS-licenties. KPN heeft zijn UMTS-plannen tot op heden nooit met cijfers gestaafd. ,,Eens temeer'', schrijft analist Bert Siebrand van SNS Securities in een rapport over de emissie, ,,durft KPN naar de kapitaalmarkt te komen zonder een fatsoenlijke uitleg over zijn UMTS-model.'' Terwijl UMTS bepalend is voor KPN's bestaansrecht na 2003. Intussen dienen zich concurrerende technologieën aan, zoals w-LAN, lokale mobiele netwerken die de noodzaak van een landelijk netwerk minder groot maken.

Ook rondom i-mode bestaat nog veel onzekerheid. Vorig jaar sloot KPN een alliantie met NTT Docomo, dat sinds 1998 in Japan een ongekend succes van i-mode heeft gemaakt (meer dan 28 miljoen gebruikers). Maar het concurrentievoordeel dat KPN/E-plus had door de Docomo-alliantie gaat verloren door de gelijktijdige introductie in Europa van GPRS, een techniek die de weg vrij maakt voor andere platformen dan i-mode.

`Top oder Flop?' stond begin deze week boven een artikel over i-mode in het Duitse Handelsblatt. De concurrentie slaapt niet en werkt aan zelfbedachte varianten op mobiel internet. Vodafone en Deutsche Telekom (T-mobil) hebben bovendien diepere zakken dan E-plus. Moederbedrijf KPN brengt de investeringen wat dat betreft op een vervelend moment omlaag.

Gepoogd zal worden om de huidige gsm-klanten van E-plus over te halen om te `migreren' naar i-mode. Maar het is niet duidelijk, schrijft Handelsblatt, of er bij de lancering in januari genoeg geschikte toestellen (met kleurenscherm) beschikbaar zullen zijn. Van het dienstenaanbod (nieuws, spelletjes, sport, cultuur en erotiek) staat nog niet vast of het in voldoende mate aanwezig zal zijn. In Europa hebben telecombedrijven de neiging alles in eigen huis te willen ontwikkelen. I-mode werd in Japan, onder meer, een succes omdat Docomo iedereen uitnodigde op zijn platform te komen werken.

E-plus heeft tot nu toe 50 miljoen mark (56,3 miljoen gulden) geïnvesteerd in de technologische ontwikkeling van de Europese i-mode. Het platform wordt `stapsgewijs' ingevoerd, zo heeft E-plus bekend gemaakt. Voor Docomo is het een prestigezaak. Het gaat om de eerste introductie van i-mode buiten Japan. ,,E-plus moet zeker stellen dat de toestellen en de inhoud beschikbaar zijn'', waarschuwde Docomo-baas Keji Tachikawa onlangs. ,,Wij weten uit ervaring: als de diensten te beperkt zijn, is i-mode niet aantrekkelijk.''

    • Stéphane Alonso