De eer van een Franse generaal

Volgens het parlementair onderzoek in Frankrijk naar de val van Srebrenica blijkt dat Dutchbat te weinig heeft gedaan om de enclave te beschermen. Maar ook Frankrijk wordt niet gespaard.

Het ging om de eer van Frankrijk. En om de eer van een oude Franse generaal. En een publiek verhoor, zo zegt luitenant-generaal Bernard Janvier tegen de Franse palementaire onderzoekscomissie, had hem de mogelijkheid geboden zich te verweren tegen ,,onjuiste aannames, beschuldigingen en infame daden aan mijn adres'' over zijn rol in de val van Srebrenica in 1995.

Het Franse ministerie van Defensie besliste anders. De verhoren van de oud- opperbevelhebber van de VN-vredesmacht in voormalig Joegoslavië werden achter gesloten deuren gehouden.

Gisteren pas zijn de gespreksverslagen met het eindrapport gepubliceerd.In de conclusies van het rapport van de Franse onderzoekscommissie wordt Nederland de oren gewassen. Nederlandse VN-officieren hebben er een ,,knoeiboel'' van gemaakt. En ,,op geen enkel moment'', zo schrijft de commissie, heeft Dutchbat ,,enig verzet geboden'' tegen de oprukkende Serviërs. Een ,,pijnlijk feit'', vinden de parlementariërs.

Maar ook Frankijk is niet van smetten vrij. Un échec de la France, zo noemt de commissie de val van de enclave in juli 1995. Als permanent lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties droeg Frankrijk grote verantwoordelijkheid voor het complex aan gebeurtenissen dat uiteindelijk leidde tot de val van de enclave en de massamoord op duizenden moslims, zo oordeelt het rapport. Hoofdrolspeler Generaal Janvier, veteraan uit de Golfoorlog, komt er niet goed af. ,,De onderzoekscommissie heeft niet de pretentie a priori uit te gaan van de onfeilbaarheid van een Franse generaal'', schrijven de parlementariërs in hun conclusies. Janvier, zo vindt de commissie, had op de avond van de tiende juli 1995 de herhaalde verzoeken tot luchtsteun van Dutchbat tegen de oprukkende Serviërs moeten goedkeuren. Bovendien heeft Janvier de Bosnisch-Servische generaal Mladic ,,onderschat''.

Daar blijft het bij. Want voor de belangrijkste beschuldiging aan het adres van Janvier – de verdenking dat de Franse generaal Mladic had beloofd geen luchtaanvallen meer uit te voeren in ruil voor gegijzeld VN-personeel – is geen enkel bewijs gevonden, aldus een meerderheid van de commissie.

Een minderheid, de parlementariërs Marie-Hélène Aubert (Groenen) en Pierre Brana (Socialisten), hebben in een `annex' laten opnemen dat er ook geen bewijs is dat de afspraak níet is gemaakt. Daarmee is de grootste angel uit het onderzoek gehaald. Het onderzoek van de Franse parlementariërs velt een hard oordeel over het optreden van Janvier en over Dutchbat. Nieuwe, harde feiten levert het onderzoek niet op. Uit de gisteren gepubliceerde gespreksverslagen blijkt dat Janvier met hand en tand zijn eer tegenover de onderzoekscommissie heeft verdedigd. De Franse generaal is daarbij niet te beroerd om samenzweringstheorieën van stal te halen. Op 4 juni 1995 voerde Janvier een gesprek met Mladic. In dat gesprek, zo vertelt Janvier aan de onderzoekscommissie, heeft hij ,,uitsluitend'' overgebracht dat gegijzeld VN-personeel onmiddellijk moest worden vrijgelaten. Mladic stelde vervolgens voor een ,,akkoord'' te sluiten over een ,,niet-gebruiken van het luchtwapen''. Die opmerking van Mladic heeft Janvier als ,,sfeerelement'' meegenomen in zijn rapportage aan de VN. Onderhandeld heeft hij echter ,,absoluut niet'', zegt Janvier. Daar had hij naar eigen zeggen ook helemaal niet de bevoegdheid toe. ,,Het is een sfeerelement in mijn rapport. Dat er daarna manipulatie van dit feit heeft plaatsgevonden om andere redenen, redenen die komen van de Amerikanen, is een ander probleem.'' Zich nader verklaren doet generaal Janvier niet. De commissie laat het er bij.

Over het optreden van de Nederlandse Dutchbat-militairen is Janvier niet erg te spreken. De Franse ijzervreter weet het zeker: als er in plaats van 400 Nederlanders 400 Fransen in Srebrenica hadden gezeten, was de enclave niet gevallen. Op 10 juli beveelt Janvier de Nederlanders met hun pantserwagens een zogenaamde `blocking position' in te nemen om de Servische opmars te stuiten. ,,De Nederlanders hadden de opdracht om zich te verweren. Als men de order krijgt een route te blokkeren, dan levert men strijd, dat is de missie. Wij zouden hebben gevochten, en dat zou alles hebben veranderd. (...) Iedere pantserwagen was voorzien van een punt-50 mitrailleur. Wij zouden hebben gevochten. Wij zouden hebben gereageerd, en ik ben er van overtuigd dat we de Serviërs zouden hebben teruggeslagen.'' De Nederlandse lafheid blijkt ook nog uit iets anders, zegt Janvier. Op de avond van 11 juli – de enclave is net gevallen – krijgt Janvier in Zagreb bezoek van twee hoge Nederlandse militairen: chef-Defensiestaf Henk van den Breemen en Ad van Baal, toen nog plaatsvervangend bevelhebber van de landmacht. Janvier heeft net orders gegeven dat Dutchbat op zijn plek moet blijven – ter bescherming van de burgerbevolking. De Nederlanders willen echter weg. ,,Dezelfde avond nog ontmoette ik in Zagreb de chef-staf van het Nederlandse leger'', zegt Janvier, ,,die mij aangaf dat de Nederlandse regering eiste dat de Nederlandse soldaten de enclave de volgende morgen zouden hebben verlaten. Een verrassende eis.''

Voor de Franse generaal Janvier staat één ding vast. De eer van La France is niet bezoedeld in Bosnië, integendeel. Van de 216 VN-soldaten die in Bosnië zijn gevallen, hadden er 56 de Franse nationaliteit. ,,Dat de vrede hersteld is in ex-Joegoslavië en Bosnië, gelooft u mij, (...) is dankzij Frankrijk.''