Autonomie Vojvodina draait alleen om geld

Het borrelt in Serviës noordelijke provincie Vojvodina. De meerderheid wil de autonomie terug. Gehaaide politici spelen in op die wens.

Branislav Pomoroški kent geen bescheidenheid. ,,De inwoners van Vojvodina zijn anders. We zijn meer onderlegd, meer ontwikkeld en staan dichter bij Europa dan de rest van Servië. Dat is toch niet onze schuld'', zegt de president van de uitvoerende raad van Novi Sad, de hoofdstad van de Servische provincie Vojvodina bijna verontschuldigend. Maar dan loopt de vrijdag al op zijn einde en ruikt zijn adem naar slivovic, Servische pruimenjenever.

Wie door de Vojvodina rijdt, ziet een ander Servië. Het land is plat en vruchtbaar, de huizen zijn laag en vierkant, een deel van de bevolking spreekt Hongaars. Novi Sad ruikt nog altijd naar het Hongaars-Oostenrijkse rijk; brede lanen, grote pleinen en gebouwen als suikertaarten.

Pomoroški laat geen onduidelijkheid bestaan over zijn motieven om autonomie voor de Vojvodina terug te krijgen. ,,Autonomie gaat om geld'', zegt hij. De Vojvodina neemt 42 procent van het bruto nationaal product voor haar rekening. En waar blijft dat geld? Dat gaat naar Serviërs die te lamlendig zijn om te werken. ,,We willen solidariteit tonen, maar we willen niet dat mensen op onze zak leven'', aldus de ex-communist.

Pomorški is een vurig pleitbezorger van een autonoom Vojvodina binnen Servië. Die provincie kreeg haar autonomie in 1945 in 1974 werden haar bevoegdheden onder de nieuwe constitutie van de communistische leider Tito verder uitgebreid. Twee autonome gebieden telde het oude Joegoslavië: Vojvodina in het noorden en Kosovo in het zuiden.

De komst van Slobodan Miloševic maakte een ruw einde aan de autonomie van Vojvodina. Echt kwijt raakte het 120 zetels tellende lokale parlement zijn autonomie nooit; maar sinds begin van de jaren negentig dansten de afgevaardigden naar het pijpen van Miloševic. De eens verregaande bevoegdheden verkruimelden onder hun vingers.

Vojvodina's rijkdom is een belangrijke reden om zelfbestuur terug te eisen. Het heeft de meest vruchtbare grond van Servië, telt banken en andere ondernemingen en ligt op de route naar Slovenië en Oostenrijk. Onlangs eiste Pomoriški's partijgenoot Canak, tevens voorzitter van de gemeenteraad, de olieraffinaderij in Vojvodina op, die staat immers op de grond van Vojvodina.

Dat geldt ook voor de regionale afdeling van de publieke televisie, RTS. De centrale autoriteiten in Belgrado benoemden onlangs een nieuwe directeur, niet uit Novi Sad maar uit Belgrado. Dat was tegen het zere been van Canak. In een rechtstreekse uitzending scheurde hij het logo van RTS van de muur, gooide het op de grond en veegde zijn voeten eraan af. ,,Dit televisiestation moet de belangen van de inwoners van de Vojvodina dienen'', riep hij woedend.

Canak is de meest verbeten voorvechter van autonomie. Maar zijn manier van handelen roept afkeer op. ,,Hij is een charismatisch heethoofd, geboren voor de oppositie'', zegt zijn politieke tegenstander Miroljub Lješnjak, vice-voorzitter van de gemeenteraad. ,,Hij kan hij niet omgaan met het protocol. Zo verdedigt hij niet onze belangen in Belgrado.''

Daar zijn ze Canak inmiddels goed zat. Maar sinds hij heeft gedreigd met zijn eisen de internationale schijnwerpers op te zoeken, ziet de regering zich gedwongen iets te doen. De eerste gesprekken over meer zeggenschap over economie, onderwijs en cultuur zijn hortend op gang gekomen.

Vooral binnen de DSS, een van de twee belangrijkste partijen in de omvangrijke regeringscoalitie, bestaat ontevredenheid over de eisen. ,,Waarom zouden we autonomie geven aan onze eigen mensen'', zegt Lješnjak. ,,Dat is toch te belachelijk voor woorden!'' Ruim 77 procent van de inwoners van de Vojvodina is Serviër, 12 procent is Hongaars, de rest behoort tot een van de vele andere minderheidsgroeperingen. En met hun rechten is niets mis, vindt Lješnjak.

De Hongaren denken daar anders over. Enikö Hala`sz' man werd enkele maanden geleden in de bus op weg naar Novi Sad in elkaar geslagen. Hij sprak Hongaars met een vriend, zegt Enikö. Het heeft ook te maken met de achtergrond van de critici. De Vojvodina telt veel Servische vluchtelingen uit het naburige Bosnië en Kroatië. De oorlog heeft hen achterdochtig gemaakt ten aanzien van ,,alles wat anders is''.

En Enikö is anders; ze spreekt Servisch maar liever Hongaars, ze noemt Novi Sad haar thuis maar voelt zich Hongaars. ,,Misschien verandert autonomie iets aan onze situatie'', zegt Enikö. Misschien kunnen de Hongaren dan hun eigen taal invoeren bij de overheid, in rechtszalen, op scholen. Het is de moeite van het proberen waard, vindt ze. Misschien levert autonomie ook meer economische voorspoed op voor de Hongaren. Branislav Pomoroški is daarvan overtuigd. Zijn dronken adem blaast door de kamer als hij schalt: ,,Ik beloof u autonomie en ik beloof u meer geld in uw zak.'' Dan zakt hij tevreden in zijn fauteuil.

    • Yaël Vinckx