All Things Must Pass

George Harrison, de jongste van de Beatles, is gisteravond op zijn ziekbed gestorven. Hij was 58 jaar. Het is, voor wie met hen opgroeide, een triest stemmende balans: John Lennon op zijn veertigste doodgeschoten en George Harrison veel te jong aan kanker bezweken. Nu leven dus alleen Paul McCartney en Ringo Starr nog.

In de dagen dat ze alle vier een etiket opgeplakt kregen, heette George Harrison `de stille Beatle', die het meest tot de verbeelding sprak van de dromerigste meisjes in hun publiek. Lennon en McCartney waren de bijdehante voormannen die de meeste nummers schreven, de meeste soli zongen en het meeste contact met de zaal maakten, terwijl Starr zijn eigen rol achter de drums speelde. Harrison stond daar met zijn lead-gitaar tussen, meestal onbeweeglijk en ogenschijnlijk in gedachten verzonken – en zelfs als hij naar voren kwam om met Paul of John een koortje mee te zingen, bleef hij met zijn blik op de muziek gericht. Maar het was zijn leadgitaar die de loop van de nummers bepaalde. De echte fan zingt niet alleen de teksten mee, maar ook de gitaarsoli – noot voor noot. Ze zijn een onvervreemdbaar onderdeel van de Beatle-nummers.

George Harrison, geboren op 25 februari 1943 als zoon van een buschauffeur in Liverpool, speelde gitaar sinds zijn dertiende – eerst skiffle, naar de rage van die dagen, en allengs ook Amerikaanse rock & roll. Hij deelde die hobby met zijn schoolvriend Paul McCartney, die hem in 1958 introduceerde bij de Quarrymen, het groepje waarin John Lennon het hoogste woord had. Eigenlijk vond Lennon de nieuwe aanwinst nog wat jong, maar Harrison had al zo veel opgestoken van gitaarreuzen als Duane Eddy en Chet Atkins, dat zijn lead-gitaar al spoedig onmisbaar was. Toen de Quarrymen verder gingen onder de naam Beatles, ging George met hen mee.

Zijn jeugdige leeftijd wierp alleen nog even problemen op, toen ze in 1960 in Hamburg speelden. Bij een paspoortcontrole viel de zeventienjarige George door de mand; als minderjarige moest hij onmiddellijk het land verlaten. ,,Op een dag kwam de politie en schopte me eruit,'' zei hij in de recente autobiografie The Beatles Anthology.

De volgende tien jaar liep zijn leven parallel aan dat van de Beatles; het was als een huwelijk, zeiden ze vaak. Ze werden wereldberoemd, konden hun eigen muziek niet meer horen als ze optraden voor hun gillende en luidkeels meezingende bewonderaars, en in de studio zochten ze gretig naar nieuwe technieken om hun eenvoudige gitaar-rock uit het begin te verrijken met nieuwe klanken. Onder leiding van de briljante producer George Martin leefden Lennon en McCartney zich bij voorkeur uit in geluidsexperimenten, terwijl George Harrison vooral geïnteresseerd was in uitbreiding van het instrumentarium.

Zo raakte hij verslingerd aan de Indiase sitar, die hij bij toeval in handen kreeg op de set van hun tweede film, Help (1965). Prompt nam hij les bij de grootmeester Ravi Shankar en maakte zo kennis met de oosterse filosofie, die hij zijn leven lang bleef aanhangen – ook nadat hij het wit van de Maharishi allang weer had afgelegd. Voortaan kwam er op de meeste Beatle-platen ook een sitar-nummer, hoewel dat voor veel kopers lijzig gekabbel was.

Hoewel hij niet op kon tegen het onophoudelijke compositorische geweld van Lennon en McCartney, schreef Harrison meer topnummers dan menigeen beseft: niet alleen het later ook door Frank Sinatra gezongen Something, een ode aan Patty Boyd die de eerste mevrouw Harrison was, maar ook songs als Here Comes The Sun, Taxman, If I Needed Someone, I Me Mine en het dromerige While My Guitar Gently Weeps. Het frustreerde hem wel eens dat Lennon en McCartney zo weinig ruimte overlieten voor nummers van zijn hand. ,,Hij moet zich daar lullig over hebben gevoeld,'' beaamde George Martin in The Beatles Anthology. ,,Hij kreeg er van ons niet de volle waardering voor.''

Toen de Beatles in 1970 uit elkaar gingen, zette George Harrison de sluizen dan ook onbelemmerd open. Onmiddellijk kwam hij met het driedubbele album All Things Must Pass en de wereldhit My Sweet Lord, die echter zo veel leek op het oude Chiffons-nummer He's So Fine dat hij een schadevergoeding moest betalen. Ook pionierde hij in die eerste jaren na de Beatles met het organiseren van een spectaculair benefietconcert voor Bangla Desh en was hij mede-oprichter en geldschieter van de Britse filmproductiemaatschappij HandMade Films, die onder meer de kassuccessen Monty Python's Life of Brian en Time Bandits maakte.

Voorts werkte Harrison als enige ex-Beatle mee aan de uit Python-kringen voortgekomen Beatle-parodie The Rutles. In de jaren tachtig was hij bovendien gangmaker van The Traveling Wilburys, een fictieve groep van rockers op middelbare leeftijd (Bob Dylan, Roy Orbison, Tom Petty, Jeff Lynne en George Harrison) die samen de sterren van de hemel zongen en speelden zonder hun namen op de hoes of het label te zetten.

De laatste jaren werd George Harrison, die zich in het tv- en boekproject The Beatles Anthology manifesteerde als de rustigste en de meest weldenkende van de vier, door diverse tegenslagen getroffen. Hoewel hij in 1998 genezen werd verklaard van keelkanker, keerde die ziekte vorig jaar bij hem terug. Intussen werd hij eind 1999 in zijn 120 kamers tellende landhuis in Henley-on-Thames in Oxfordshire bijna doodgestoken door een psychisch gestoorde inbreker. De redding kwam van zijn tweede vrouw Olivia, die de belager met een lamp op het hoofd sloeg. Eerder dit jaar onderging hij in een kliniek in Amerika een operatie wegens longkanker, waarna moest hij wegens een hersentumor moest worden behandeld in Zwitserland. Daarop volgden tegenstrijdige berichten over zijn gezondheid.

,,De Beatles bestaan buiten mijzelf, en ik ben niet echt Beatle George,'' zei Harrison kortgeleden. ,,Beatle George is als een pak of een overhemd dat ik ooit bij bepaalde gelegenheden heb gedragen. Maar tot het eind van mijn leven zullen de mensen dat overhemd zien en denken dat ik dat ben.'' Hij wilde als individu worden gezien, niet alleen als onderdeel van een fenomeen uit vroegere tijden. Maar ontegenzeggelijk kwam zijn latere werk voornamelijk voort uit zijn essentiële bijdrage aan het succes van de Beatles. Hij was weliswaar `de stille' van de vier, maar des te belangrijker is de rol die hij speelde bij het creëren van het onmiskenbare Beatle-geluid. Het is niet alleen zijn gitaar, die vandaag zachtjes huilt.

fotoserie www.nrc.nl