Verwijfde mannen in Belle en het Beest

Wat een mooi sprookje is Belle en het Beest. Het bekoorlijke meisje dat haar hart verpandt aan het Beest, dat niet alleen afzichtelijk lelijk is, maar ook nog eens haar geliefde vader gevangen houdt. En dat alleen maar voor het stelen van een roos. Geen wonder dat het verhaal zijn plaatsje heeft gevonden tussen de sprookjesklassiekers en door Walt Disney in zoete kerstversie tot tekenfilm werd bewerkt.

Als musical doet het verhaal het ook al jaren goed, met uitverkochte zalen op Broadway en in Londen. Dat moeten wij ook kunnen, dacht productiehuis Opus One. En beter, want ze kozen voor een bewerking van het oorspronkelijke, door Gabrielle-Suzanne Bardot de Villeneuve geschreven verhaal dat al lang niet meer op de planken wordt gebracht. De gangbare Belle en het Beest is namelijk van een andere dame, die zich het verhaal na de dood van de schrijfster toe-eigende en een gekuiste versie creëerde.

In de originele versie, die Opus One nu brengt, moet Belle niet alleen van het Beest houden om zijn vervloeking te verbreken, ze moet ook met hem naar bed. Vermomd als prins kruipt Het Beest in Belle's dromen alvast in haar ledikantje, maar zij zegt nee, zoals het een keurig meisje betaamt. Want ondanks de prikkelende aankondiging is de familiemusical van Opus One een toonbeeld van zedigheid.

Belle, gespeeld door de achttienjarig Marit Slinger, is een elfenhalfbloedje dat bij een rijke koopman te vondeling wordt gelegd. Ze is mooi, lief, en hartstochtelijk verknocht aan haar vader, geheel in tegenstelling tot haar hebzuchtige broers en zusters. Die willen geld, juwelen en prachtige kleren. Die kleren hebben ze aan, dankzij de uitstekende kostuumontwerpers Marijke Vogelzang en haar assistent, Glenn Hewitt. Alsof ze net zijn weggelopen uit de Efteling, zo mooi zien ze eruit. Helaas zijn daarmee de sterke punten van de musical grotendeels verteld, al moet gezegd dat de jonge Slinger en ook haar Beest (Roberto de Groot) mooi kunnen zingen.

Maar wat valt de rest van de uitvoering tegen. Een decor dat bestaat uit verrijdbare trappen en een stukje hardboard kasteelruïne, voorspelbare popliedjes op synthesizerdeuntjes van Ton Scherpenzeel, uiterst mager acteerwerk en een capabele, maar nauwelijks opwindende choreografie. Het kost een heleboel zang voor het verhaal na de pauze op gang komt, maar het blijft een draak van een melodrama.

De grootste kwaal van deze Belle en het Beest is de verwijfdheid van de mannen. Ze barsten bij de minste tegenslag in hartstochtelijk jengelen uit en bewegen bovendien vreselijk. Dat de broer van Belle niet anders dan met drukke gebaartjes en wiebelende kont kan lopen, is tot daar aan toe. Dat haar vader chronisch sniffend op een stoel zit, zou nog net moeten kunnen. Maar dat tenslotte ook haar sprookjesprins, eenmaal bevrijd uit zijn Beest-betovering, kirrend met zijn armen en achterwerk zwaait, gaat te ver.

Voorstelling: Belle en het Beest door Opus One. Muziek: Ton Scherpenzeel. Tekst: Coot van Doesburgh. Regie: John Yost. Gezien: 24/11 Singer Theater, Laren. Tournee t/m 18/6. Inl. (020) 612 5034 of www.opusone.nl