`Vergrijzingslast in Europa bestrijden met langer werken'

Het langer laten werken van ouderen is de meest effectieve manier om groei van pensioenlasten door vergrijzing in de Europese Unie te beperken. Voor elk jaar dat ouderen langer werken wordt één procent van het bruto binnenlands product op pensioenuitgaven bespaard. Bovendien levert een dergelijke maatregel veel extra economische groei op.

Dit staat in het gisteren gepubliceerde rapport 'Prospects and policy challenges for the EU economy' van de Europese Commissie.

Het jaarlijkse studierapport speelt een belangrijke rol in het periode beleidsoverleg tussen de vijftien EU-lidstaten. EU-regeringsleiders besloten op de in maart gehouden top van Stockholm, dat ook toekomstige pensioenverplichtingen worden betrokken in de beoordeling door de Europese lidstaten van elkaars publieke financiën.

De pensioenkosten zijn vooral een probleem voor lidstaten die nauwelijks publieke pensioenfondsen hebben, zoals Italië en Frankrijk. In deze landen bestaan de zogenoemde omslagstelsels waarbij werknemers voor gepensioneerden betalen. Voor Nederland speelt het probleem dan ook minder sterk. Nu ligt de gemiddelde leeftijd waarop mensen in de EU met daadwerkelijk met betaalde arbeid stoppen op gemiddeld 58 jaar, ofschoon de wettelijke pensioenleeftijd in veel lidstaten voor velen op 65 jaar ligt.

De staf van Eurocommissaris Solbes (Economische en Monetaire Zaken) gaat er in haar toekomstscenario vanuit dat een kwart van de pensioenen uit kapitaaldekking komt en driekwart uit een omslagstelsel en dat de leeftijd waarop mensen stoppen met werken tot 2010 geleidelijk stijgt naar 65 jaar.

Het bbp in de EU zou in 2030 18,5 procent en in 2050 27,7 procent hoger uitvallen. De publieke pensioenbijdragen zouden afnemen van 16,1 procent (van het loon) in 2000 tot 13,3 procent in 2030 en 12,8 procent in 2050. De particuliere pensioenpremies zouden oplopen met 2,8 procent in 2030 en en 2,9 procent in 2050.