Sleutelrol Afghaanse `wijze mannen'

De Afghaanse conferentie in Duitsland vindt dat er een loya jirga moet komen, een traditionele vergadering waarop honderden Afghaanse leiders de weg naar de toekomst uitstippelen.

Yunus Qanuni, minister van Binnenlandse Zaken van de Noordelijke Alliantie, wilde het gisteren in Königswinter nog wel een keer uitleggen aan de media. Bezwaren tegen een rol voor oud-koning Zahir Shah (87) heeft hij niet. Hoeveel steun er ook voor hem bestaat onder de Afghaanse afgevaardigden in Duitsland, de oude monarch die in 1973 werd afgezet, kan pas iets betekenen als hij wordt gekozen door een loya jirga, een vergadering van honderden stamhoofden, krijgsheren, mullahs, militaire leiders en mogelijk ook intellectuelen en zakenlieden kortom: iedereen die ertoe doet in de Afghaanse maatschappij.

,,Wij geloven niet in een persoon, of in persoonlijkheden', onderstreepte Qanuni. ,,Wij geloven in een systeem, zoals de loya jirga. Als de loya jirga het er over eens is dat de koning een rol krijgt in de politiek, dan kan niemand daar natuurlijk meer omheen.'' Zahir Shah zal het niet betwisten; hij was in 1963 de laatste koning die zo'n raad bijeenriep om van 455 afgevaardigden steun te vragen voor zijn plannen met de constitutionele monarchie. Vanuit zijn ballingsoord Rome roept hij bovendien al sinds het vertrek van de Russische troepen in 1989 dat zijn landgenoten de kalashnikov-cultuur moeten afleggen en een nieuwe loya jirga uitschrijven.

Over talloze zaken verschillen de Afghaanse delegaties in Königswinter van mening, maar over één ding zijn ze het allemaal eens: rond het Afghaanse nieuwjaar, in maart volgend jaar, moet er voor het eerst in jaren weer een echte loya jirga worden gehouden. Pas daar kunnen de echte besluiten worden genomen: niet alleen over een nieuwe regering, een president, en een premier, maar ook over verkiezingen, een grondwet, een parlement - of een nieuwe loya jirga. Het instrument is volksraad, parlement, scherprechter en troubleshooter tegelijk: de ruwe Afghaanse democratie in volle glorie.

Ook in het westen betwist geen enkele politicus meer dat alleen een loya jirga de basis kan vormen voor het nieuwe Afghanistan. Afghanistan moet worden ingericht zoals de Afghanen dat willen, is het motto. Zo groot is het Afghaanse vertrouwen in de grote vergadering dat president Burhanuddin Rabbani zich eerder deze week liet ontvallen dat wat hem betreft leden van de Talibaan, mits zij niet al te veel schuld dragen, acceptabel zijn voor een nieuwe regering ,,als zij door de loya jirga worden gekozen''.

De tribale Afghaanse samenleving barst van de tradities die vaak zijn te herleiden tot meer dan duizend jaar oude gewoonten. Eén daarvan is dat problemen worden opgelost door een raad van wijze mannen, zoals in het jaar 977 gebeurde bij de installatie van een Tataarse leider in één van de eerste Afghaanse staten, Ghazni. Hoe het plan in praktijk moet worden gebracht is vers twee. Consensus en Afghanistan lijken twee tegengestelde concepten. Talloze praktische problemen dreigen te ontstaan, alleen al over de vraag wie er worden uitgenodigd, en hoezeer de honderden leiders bereid zijn dagenlang met elkaar in conclaaf te gaan over de vraag wie het land mag gaan besturen.

Sceptici wijzen erop dat Afghaanse leiders de afgelopen twintig jaar geen bilaterale gesprekken konden voeren zonder wapens, zo groot is de onderlinge haat, gekoppeld aan een oneindige vrees voor machtsverlies en verraad. De vraag is vervolgens of een meedogenloze krijgsheer als Abdul Rashid Dostam, de Oezbeekse heerser in het noordwesten, zich veel van de uitspraken van de loya jirga zou aantrekken als de vergadering zich tegen hem keert.

De vrees voor een bloedige afloop is niet ongegrond. Koning Amanullah lokte bij de raadpleging van 1928 bijna een volksopstand uit toen hij zijn vrouw Suraya vroeg haar sluier af te doen, om een daad te stellen bij zijn emancipatieplannen. In 1773 liet alleenheerser Zaman Shah de deelnemers aan een geheime loya jirga vermoorden toen hij erachter kwam dat men hem wilde afzetten. Maar ook in recenter tijden ging het mis. Bij de laatste officieuze loya jirga, in 1987 uitgeschreven door het marionettenbewind van de Sovjet-Unie, vielen in Kabul dertig doden en gewonden bij schietpartijen. Toch geloven westerse diplomaten en de organisatoren van de besprekingen in Königswinter, de Verenigde Naties, dat de loya jirga de enige mogelijke weg is naar een stabiel Afghanistan vooral omdat de Afghanen er zelf in geloven.

    • Rob Schoof