Saatchi wil ook museum aan Theems

Charles Saatchi, een grossier in eigentijdse Britse kunst, wil het met een nieuw, groot museum gaan opnemen tegen de prestigieuze Tate Modern aan de Theems in Londen.

Saatchi, die naam kreeg als reclame-adviseur van de Britse oud-premier Margaret Thatcher, heeft al geruime tijd zijn zinnen gezet op County Hall, een voormalig overheidsgebouw uit 1922, ook aan de zuidoever van de Theems. In plaats van de 150.000 bezoekers die Saatchi nu ontvangt in zijn voormalige fabriekspand op Boundary Road, waar hij sinds 1985 gevestigd is, rekent hij in County Hall op zo'n 750.000 bezoekers per jaar. Dat zijn er bijna twee keer zoveel als het Stedelijk Museum in Amsterdam in 2000.

Maar wat de Tate Modern vooral dwarszit, aldus het dagblad The Guardian vandaag onder de kop `The Battle of the south bank', is dat Saatchi niet langer voor een galerie gaat, maar zich nu museumallures aanmeet. Want behalve keuzes uit zijn eigen 3.000 werken, wil hij thema-tentoonstellingen presenteren met museale bruiklenen. En gezien de 300.000 bezoekers die afkwamen op zijn Britse hedendaagse kunst-show Sensations (1997) in de Royal Academy, kan de Tate Modern – sinds mei 2000 gevestigd in een voormalige, gigantische elektriciteitscentrale – met een fikse concurrent te maken krijgen.

Saatchi bezit werken van spraakmakende Britse kunstenaars als Rachel Whiteread, Chris Ofili en Tracey Emin. Eind 2002 moet zijn nieuwe museum op de kaart worden gezet met een overzicht van zijn belangrijkste `protegé' Damien Hirst (1965), die begin jaren negentig aanvoerder werd van een jonge, Britse kunstenaarsbeweging. En dat nu is spijtig, want de Tate Modern wilde hetzelfde overzicht maken.

Vorig jaar verkocht Hirst voor één miljoen Britse ponden zijn zes meter hoge Hymn aan Saatchi. Behalve dit anatomische mensbeeld moeten op die eerste show de metershoge en -brede aquaria van Hirst te zien zijn, ingericht met gynaecologische stoelen waar zoet- en zoutwatervissen tussendoor zwemmen. De aquaria zorgden eerder voor grote opwinding in de New Yorkse Gagosian Gallery.

Bovendien gaan Hirsts dode haaien, zwevend in een bak formaline, het straks opnemen tegen hun levende soorgenoten, beneden in County Hall, in het London Aquarium.

Saatchi mag dan ooit bevriend zijn geweest met de in Engeland zeer gerespecteerde Tate-directeur Nicholas Serota, die vriendschap is intussen aanzienlijk bekoeld. De `calvinistische estheet' Serota zou zich nu verre houden van de `met wansmaak begiftigde' Saatchi en diens `blood spattered art'. En omdat Serota recentelijk als jury-voorzitter opnieuw een door Saatchi aangekocht werk niet nomineerde voor de Turner Prize, is er voor `the canny dealer with a gift for hype', aldus The Guardian, geen enkele reden meer om zijn collectie aan de Tate Modern te schenken, zoals aanvankelijk werd verwacht.

Saatchi op zijn beurt zou de suprematie van de Tate Modern niet verdragen, evenmin als gebrekkige aandacht voor zijn tweede golf van aankopen, die als `New Neurotic Realists' een trend had moeten zetten. Sommigen voorspellen dat Saatchi het zal afleggen tegen de Tate. Terwijl steeds meer Britse musea gratis toegankelijk moeten worden, ,,moet men bij Saatchi wèl betalen, en dan blijft het publiek weg'', aldus het kunstfonds dat die vrije toegang bepleit. Saatchi hult zich zoals altijd in stilzwijgen. Ook schriftelijke vragen, die deze krant hem vorige maand over het nieuwe museum stelde, bleven onbeantwoord.