Reis door onbestemde buitenlanden

Nederlandse documentairemakers reizen graag. Van de vijftien Nederlandse documentaires die hun wereldpremière beleefden op het morgen af te sluiten IDFA, zijn er slechts vier met een Nederlands onderwerp. Wie de overige elf films heeft gezien, heeft een wereldreis langs tal van voorbije brandhaarden achter de rug. Verdeeld naar continent: Frankrijk, Bosnië, Rusland; India, Vietnam, Indonesië; Algerije, Ethiopië, Zuid-Afrika; Suriname. De Verenigde Staten, nu afwezig, zijn volgend jaar wel weer van de partij.

De meest internationale van de Nederlandse documentaires laat zich niet in één land plaatsen. Bela, Bela - Ik heb het leven nodig van Marjoleine Boonstra toont beelden uit allerlei onbestemde buitenlanden. Alleen Havana is herkenbaar, de overige locaties blijken uit begeleidende informatie op papier: Odessa, Mongolië, een tufmijn op het eiland Favignana bij Sicilië. De precieze plek doet er niet toe, het gaat om de sfeer die de verlaten landschappen en afgebladderde gebouwen oproepen. Ook op de fotoexpositie bij de film, in het Amsterdamse Arti et Amicitiae, blijven de locaties onbenoemd.

Bela, Bela heeft universele pretenties en maakt ze waar. Vier dichters, Nizametdin Achmetov en Irina Ratoesjinskaja uit Rusland, Mircea Dinescu uit Roemenië en Maria Elena Cruz Varela uit Cuba, vertellen hoe ze zich staande hebben gehouden tijdens hun gevangenschap onder dictatoriale regimes. Ze hebben het overleefd dankzij hun verbeeldingskracht en het koesteren van hun zintuigen. De film gaat niet over heroïek en nauwelijks over gruwelen, maar over herinneringen aan geuren en geluiden. Hoe ze met gedroogd gras de stank probeerden te bestrijden. Hoe ze zichzelf dwongen elkaar `s ochtends te begroeten met een glimlach. Hoe ze hun waardigheid behielden door elkaar met 19de-eeuwse, formele taal aan te spreken.

Nergens maakt Boonstra een fout, steeds kiest ze juiste toon, het juiste beeld. Zelfs als de dichters worden gefilmd terwijl ze naar een scherm kijken waarop hun kinderen aan het woord komen, is dat verre van larmoyant. De muziek van Loek Dikker is bescheiden en passend. Geluidsman Pepijn Aben verricht wonderen. Misschien verbeeld ik het me, maar als Achmetov vertelt hoor ik de krekels van een Zuid-Europese avond zachtjes op de achtergrond.

De meest Nederlandse van de Nederlandse documentaires, even doordacht en voorbeeldig als Bela, Bela, werkt als pars pro toto. Wat Digna Sinke laat zien in Tiengemeten is hoe Nederland wordt bijgeschaafd, en hoe beslissingen hier tot stand komen. Sinds 1996 volgt Sinke de veranderingen op Tiengemeten, eiland in de Zuid-Hollandse Haringvliet, dat onder leiding van Natuurmonumenten overschakelt van landbouw naar `natuurontwikkelingsgebied'. Zes boeren moeten elders worden ondergebracht, vele deskundigen moeten het eens worden over de nieuwe inrichting van het eiland.

Beide processen lopen vertraging op, en Sinke kiest geen partij. Het potsierlijke van ons poldermodel, waarbij iedereen eindeloos ideeën mag spuien, wordt toch wel duidelijk. Het zal nog wel even duren voordat Tiengemeten is ingedeeld in de geplande zones `weemoed', `weelde' en `wildernis'. De seizoenen gaan voorbij, de aardappelen worden geoogst, het pontje steekt nog `ns over en de zon strijkt over de akkers. Digna Sinke, al bezig met deel twee, toont het allemaal met rust en aandacht.

`Tiengemeten' vanavond in City 5, 21u. `Bela, Bela – Ik heb het leven nodig' in verkorte versie op tv bij de Humanistische Omroep, 26/12, 23u.