Mazar-i-Sharif

Als een krijgsgevangene de wapens opneemt wordt hij een combattant. Zo verklaarde een Amerikaanse senator kernachtig waarom hij het verwijt afwijst dat het neerslaan van de gevangenisopstand in het fort van Mazar-i-Sharif neerkomt op een oorlogsmisdaad. Een vooraanstaand Brits parlementslid had het er moeilijker mee. De overwinnende partij draagt een elementaire verantwoordelijkheid voor de afvoer en het onderbrengen van krijgsgevangenen en het is de vraag of de Noordelijke Alliantie daaraan in dit geval heeft voldaan.

Zo maakt het verschil of de krijgsgevangenen zelf met list of geweld aan de wapens voor de opstand waren gekomen of dat sprake was van grove nalatigheid bij de Alliantie of zelfs van doorgestoken kaart om een opstand te provoceren. Van belang is verder of de opstandige krijgsgevangenen gelegenheid is geboden zich over te geven. Dat is zeker een minimumvereiste wanneer men de herovering van het fort als een represaille wil beschouwen. Dat na afloop van de gevechten dode gevangenen met de handen op de rug zijn aangetroffen, vergroot de vragen alleen maar.

Niet geldig is in elk geval het argument dat Afghanistan een `middeleeuws' land is waar niemand weet heeft van de Geneefse verdragen over de behandeling van krijgsgevangenen. In de Middeleeuwen waren krijgsgevangenen overgeleverd aan de overwinnaar, die hen naar believen kon doden of tot slaaf kon maken als een losgeld niet voordeliger was. Onbekendheid met de Geneefse regels is echter geen excuus. De regels over de behandeling van krijgsgevangenen gelden als zó fundamenteel dat ze als onderdeel van het internationale gewoonterecht bindend zijn voor alle partijen, of ze nu de Geneefse verdragen hebben ondertekend of niet. Ook een formele staat van oorlog is niet vereist. Met andere woorden: of de Geneefse normen voor krijgsgevangenen van toepassing zijn, is afhankelijk van de feiten die zich voordoen en niet van de juridische kwalificatie van het conflict.

In oorlogen lopen dingen uit de hand. Het minste is daar behoorlijk lering uit te trekken. Mazar-i-Sharif vraagt dan ook om een onderzoek al valt dat van de `failed state' Afghanistan moeilijk te verwachten. De Verenigde Staten hebben hier een eigen verantwoordelijkheid gezien hun directe steun bij het neerslaan van de opstand. Zij moeten een dergelijk onderzoek initiëren.

De Verenigde Staten vechten voor een goede zaak. Maar dat mag er niet toe leiden dat het belang van een humanitaire behandeling van krijgsgevangenen met voeten wordt getreden. Van de Amerikaanse regering mag verwacht worden dat zij de Noordelijke Alliantie en de wereld steeds duidelijk maakt dat het oorlogsrecht moet worden gerespecteerd. Ook voor die waarden wordt nu gevochten.