Lijken met vastgebonden armen

Gisteren kregen journalisten voor de eerste maal toegang tot het fort bij Mazar-i-Sharif nadat daar een `opstand' van krijgsgevangenen was onderdrukt.

Overal liggen doden. Dat is het eerste dat verslaggevers van de BBC, The Guardian, The Times, The Washington Post en The New York Times, en de persbureaus AFP, Reuters en AP opvalt als zij het fort Qalai Janghi bij Mazar-i-Sharif binnenlopen. Bij veel van de doden zijn de armen achter de rug vastgebonden met zwarte sjaals en doeken. Sommige lichamen beginnen te ontbinden, anderen zijn bedekt met een dikke laag vliegen. Een soldaat buigt zich over een van de lichamen, wrikt de mond open en begint met een instrument de tanden van de dode los te pulken, op zoek naar goud.

Nog geen week geleden dronken generaal Rashid Dostam van de Noordelijke Alliantie en Talibaan-commandant mullah Faizal groene thee onder de bomen van de tuinen van Qalai Janghi. Ze bespraken de overgave van de Talibaan, en het lot van de fanatieke buitenlandse strijders die zich schuil hielden in Kunduz. De generaal en de mullah kwamen overeen dat lokale Talibaan een vrijgeleide zouden krijgen. De buitenlandse strijders, onder wie vooral Pakistanen en Tadzjieken, zouden aan generaal Dostam worden overgedragen.

Nu liggen de vervrongen lichamen van honderden dode strijders onder dezelfde bomen in de tuinen van Qalai Janghi. Achthonderd krijgsgevangenen zouden afgelopen weekeinde volgens de Alliantie in opstand zijn gekomen. In tegenstelling tot wat overeen was gekomen tussen Dostam en Faizal kregen de Talibaan geen vrije aftocht.

De Alliantie en Amerikaanse en Britse hulptroepen beantwoordden geweld met geweld, schoten terug en bombardeerden het 19de-eeuwse fort. Alle gevangenen die bij de opstand betrokken waren zijn dood. De Noordelijke Allantie noemt als aantal: meer 450.

Met messen en scharen proberen strijders van de Noordelijke Alliantie de handen van de doden los te wrikken. Ze nemen alles mee wat interessant lijkt: schoenen, laarzen, machinegeweren, shirts. Rode Kruis-medewerkers, met rubber handschoenen aan, laden de lichamen op trailers en voeren ze met tractoren weg.

Generaal Dostam, gekleed in een bruin gewaad en leren jas, staat te kijken. Hij ontkent dat de armen van de gevangenen zijn vastgebonden. ,,We hebben ze niet vastgemaakt. We brachten hen hier naar de veiligheid.''

Terwijl hij spreekt, schopt een van zijn mannen tegen een lichaam. Het rolt om, en laat zien dat de armen van de dode net boven de elleboog met diens eigen tulband zijn vastgebonden. Dostam zegt dat zijn mannen zich ,,als broeders hebben gedragen''. ,,We behandelden de gevangenen volgens de rechten die ieder mens heeft.''

Dat wordt door mensenrechtenactivisten in twijfel getrokken. De gevangenen, van wie de meeste vastgebonden waren, konden niet wegkomen toen het fort werd gebombardeerd. Amnesty International, het Rode Kruis en de Verenigde Naties beginnen een onderzoek. Volgens Kenton Keith, woordvoerder van de Amerikaanse regering in in Islamabad, was het bombardement ,,geen afslachting, geen wraak''. Een woordvoerder van de Britse regering zei: ,,We moesten optreden tegen gevangenen die met granaten en kalasjnikovs porbeerden uit te breken. Je kan dan niet al te teergevoelig zijn.''