Israëliërs laten geld gewoon rollen

Israël heeft niet alleen last van de wereldwijde crisis in de hightech, maar ook de oorlog tegen de Palestijnen blijft het land veel geld kosten. Intussen blijven de toeristen massaal weg. Toch gaat de bevolking door met geld uitgeven alsof er niets aan de hand is. Want misschien kan dat morgen niet meer.

De Israëlische economie holt onder de invloed van de Palestijnse opstand en de mondiale recessie achteruit. De werkloosheid loopt snel op naar een niveau van 10 procent. In 2001 is de economische bedrijvigheid met minstens 4 procent teruggelopen. Vorig jaar zette de daling al in. Wonderlijk genoeg heeft dat (nog) geen invloed op de particuliere consumptie. Die is dit jaar zelfs met 8 procent gestegen.

Economen hebben geen duidelijke verklaring voor deze tegenstrijdigheid. Voor de economie-pagina's van de krant Ha'aretz, biedt de bijbel een verklaring. De krant verwijst naar Jesaja 22:13: ,,Maar zie, daar is vrolijkheid en vreugde, een doden van runderen en een slachten van schapen, een eten van vlees en een drinken van wijn: laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij.''

In de rest van de wereld springen mensen in moeilijke tijden voorzichtig met hun geld om. De Israëliërs hebben er een handje van dan juist geld van hun spaarrekeningen te halen. En dat gebeurt met miljarden tegelijk. Waarom zou je nu niet lekker in de Franse Alpen gaan skiën of een duur Zwitsers horloge kopen als je morgen door een Hamas-bom kunt worden opgeblazen, zeggen Israëliërs onder elkaar. Sparen is investeren in een onzekere toekomst, consumeren is van het leven genieten.

Natuurlijk zijn er ook Israëliërs die in de afgelopen zeven vette jaren, en daarvoor, hebben kunnen sparen, en die nu hun reserves aanspreken. Als de economische neergang echter aanhoudt, zoals economen voorspellen, en de werkloosheid volgend jaar de 10 procent overschrijdt, zal de particuliere consumptie wel afnemen.

De kloof tussen rijk en arm wordt door de economische crisis steeds manifester in de Israëlische samenleving. De rijken consumeren nog: in Tel Aviv, Haifa en nog enkele plaatsen glimt de rijkdom. Daar zijn de grote luxe wijken, daar staan de wolkenkrabbers, daar glijden Volvo's, Mercedessen en Jaguars over de wegen. Maar de helft van de Israëische werknemers, die wegens hun lage lonen buiten de belastingen vallen, heeft geen deel aan de consumptiemaatschappij. De armoede in dit land zit in het noorden en in het zuiden, bij Arabieren en bedoeïenen, maar ook bij joodse immigranten die de aansluiting op het moderne Israël hebben gemist.

De organisatie van Israëlische industriëlen zegt dat 2001 het slechtste economisch jaar sinds 34 jaar is geweest. In 2000 steeg de industriële export nog met het fenomenale cijfer van 31 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit jaar loopt de industriële export met 5 procent terug tot een waarde van 43 miljard gulden. Omdat ook de investeringen sterk teruglopen, ligt er een zware hypotheek op het opkrabbelen uit het economische dal waarin Israël zich nu bevindt.

Het stond met vette koppen in de kranten: momenteel is één op de tien mensen in de productieve leeftijd werkloos. In de eerste helft van dit jaar zijn twintigduizend mensen werkloos geworden. Dagelijks vallen er meer ontslagen. Het aantal werklozen staat nu op 235.000, maar is in werkelijkheid veel hoger. Versluierde werkloosheid en de dienstplicht van drie jaar, die tienduizenden jongeren gedurende die tijd buiten het arbeidsproces houdt, vertekenen de statistieken.

Ook de Israelische hightech is, na een glorietijd van enige jaren, op zijn retour. Vooral in en rond Tel Aviv verrezen Amerikaanse aandoende glazen paleizen, waar achter zonwerende ramen de hightech-jongens wonderen verrichtten. Ze waren de nieuwe elite in de maatschappij, verdienden voor Israëlische begrippen astronomische bedragen en zorgden voor een dollarstroom naar de schatkist. Volgens het bureau van de statistiek is deze motor van de Israëlische hightech dit jaar ten opzichte van vorig jaar 26 procent langzamer gaan draaien. Het contrast is enorm, omdat in 2000 de hightech het ten opzichte van 1999 26 procent beter deed.

In een moderne espressoshop in het industriële centrum van Ramat-Gan zit de jonge eigenaar petje met klep naar achteren – de krant te lezen. Hij heeft niets te doen. ,,Zie je al die hoge gebouwen hier. Daar zaten de hightech-jongens die meestal tussen de middag bij mij espresso dronken en er een broodje bij namen. Ze namen ook allerlei luxe artikelen als dure Franse wijnen en kaas mee naar huis. Nu staan die hoge gebouwen half leeg. Weg hightech. Ik wacht op betere tijden. Maar dan moet er toch eerst vrede komen, denk ik'', zegt hij.

Over defensie-uitgaven doet Israël altijd geheimzinnig. Er staat wel een bedrag voor op de begroting, maar nog niemand heeft gezegd hoe duur de oorlog tegen de Palestijnen is. Wel heeft de minister van Economische Zaken, Silvan Shalom, toegeven dat er verband is tussen de economische malaise en de bedragen die de oorlog tegen de Palestijnen uit de onder zware druk staande begroting slurpt.

Behalve deze constante financiële verliespost zijn toeristen in Israël een zeldzaam verschijnsel aan het worden. In 1999 kwamen in de maand oktober tegen de 300.000 toeristen naar Israël, in 2000 liep dat aantal terug tot 167.000 en dit jaar zijn er slechts 70.000 geregistreerd. Geschat wordt dat alleen al deze tegenslag de Israëlische economie dit jaar meer dan 4,5 miljard gulden zal kosten.