Hoge Veluwe wil stuifzand terug

Het Nationaal Park de Hoge Veluwe is het enige natuurpark in Nederland dat een substantieel entreegeld heft. Maar dat levert onvoldoende op om grote investeringen te kunnen doen. ,,Natuur moet geld kosten.''

Natuur moet geld kosten. Dat is de overtuiging van Piet Schenk, directeur van de stichting het Nationale Park de Hoge Veluwe. ,,Mensen moeten voor iets betalen, om zich te realiseren dat het waardevol is'', zegt hij. ,,Als wij een informatiefolder weggeven, gooien ze die zo weer weg. Dan maak je twee keer kosten. Een keer voor het drukwerk en een keer om de rommel op te ruimen. Een betaalde folder gaat mee naar huis.''

Schenk beheert het enige natuurpark in Nederland dat een substantieel entreegeld heft, een tientje per bezoeker per dag. Voor bezoekers van Kröller-Müller en de beeldentuin, in het hart van het park, komt daar een tientje bovenop. De ligging van het museum is voor De Hoge Veluwe een stevige steun in de rug. ,,Zonder Kröller-Müller zouden we zo honderdduizend bezoekers moeten inleveren'', zegt Schenk.

De Hoge Veluwe verwacht dit jaar 475.000 bezoekers, veel minder dan in het afgelopen jaar (585.000). Dat komt mede door de mond- en klauwzeercrisis, maar volgens Schenk is ook de onderliggende trend neerwaarts (minus zes procent voor dit jaar). Het natuurpark doet nog onderzoek naar de oorzaken. ,,Recreatie-ondernemers hier in de buurt zouden de markt beter moeten bewerken'', zegt Schenk. Zelf wil hij het tij keren met een stevige marketingcampagne. ,,Ik ben en blijf een verkoper.''

Schenk (66) werkte 24 jaar lang voor de Nederlandse importeur van Mercedes. Als lid van het jagersgilde St. Hubert jaagt hij op de Hoge Veluwe. Schenk pakte het directeurschap van het park twee jaar geleden met beide handen aan. ,,Niet uit passie voor de jacht, maar uit passie voor de natuur hier'', zegt hij.

Op zijn kantoor, juist buiten de omheining van De Hoge Veluwe, klinken schoten. ,,De Harskamp'', legt hij uit. Dit militaire oefenterrein grenst aan het nationale park. Jagen in het park mag alleen als het publiek is verdwenen.

De directeur zou, zegt hij zelf, eenvoudig meer geld kunnen incasseren voor de jachtvergunningen op zijn terrein, maar maximalisatie van winst of opbrengsten behoort niet tot zijn doelstellingen. Jaarlijks worden enkele honderden moeflons, reeën, zwijnen en edelherten afgeschoten. ,,Je kunt dieren vangen met een net, ze een lasso om de nek gooien of in een kraal drijven'', zegt Schenk. ,,Maar de beste methode is een deskundig afgegeven schot.'' Hij wijst erop dat het wild op de Hoge Veluwe bijna niet wordt bijgevoerd en dat de jacht nodig is. ,,Wij hebben geen vrije natuur in Nederland. De dierenstand moet op de een of andere manier gereguleerd worden.''

De Stichting het Nationale Park de Hoge Veluwe is opgericht in 1935. Dat is het jaar waarin de Nederlandse staat het landgoed redde na het faillissement van het echtpaar Kröller-Müller. In de succesvolle decennia daarvoor had zakenman Kröller het natuur- en jachtterrein uitgebreid tot meer dan vijfduizend hectare. Mevrouw Kröller-Müller legde in diezelfde jaren een grote collectie aan met werk van Van Gogh, Picasso en vele andere kunstenaars. De waarde van de collectie anno 2001 wil Schenk niet prijsgeven.

De stichting stelt zich ten doel beeldende kunst, architectuur en natuur te combineren en het park als nationaal monument te behouden. Die opdracht heeft Schenk voor zichzelf vertaald in het trekken van grote aantallen bezoekers. ,,Veel, maar het mogen er ook niet te veel worden'', zegt hij.

Schenk meldt trots dat zijn park het zonder subsidies stelt. Het overheidsgeld dat De Hoge Veluwe jaarlijks ontvangt voor bosbeheer (230.000 gulden, `functiebeloning voor bosbezit') mag de naam subsidie niet hebben, vindt hij. Bovendien, deze geldstroom zal door een wetswijziging in 2003 voor negentig procent opdrogen voor parken die, zoals De Hoge Veluwe, entreegeld heffen.

Op een zonnige dag tegen het einde van de herfstvakantie is het niet overdreven druk in het park. De meeste bezoekers bewegen zich op een van de vele witte fietsen door het bos- en heidelandschap. Er is stuifzand te zien, van oudsher een kenmerk van de streek, maar de plekken zijn meestal niet veel groter dan een voordeurmat. Op de vele wildobservatieplekken zijn dit keer geen dieren te bespeuren. ,,Wild zoekt rust'', zegt Schenk. ,,Dus overdag zie je het vaak niet. Toen we wegens de mond- en klauwzeercrisis gesloten waren zag je binnen drie weken overal wild in het veld.''

Dit jaar start de Hoge Veluwe een grootschalig project dat tot doel heeft kale zandvlakten opnieuw een plaats te geven in het park. Het stuifzand is belangrijk voor de Veluwe, omdat het uitzonderlijke soorten herbergt. Bovendien wil het park niet alleen natuur, maar ook cultuurlandschappen behouden – schapenboeren leverden een eeuw geleden vaak tevergeefs strijd tegen het oprukkende zand.

De Hoge Veluwe treedt voor het eerst in zijn bestaan met cijfers over de exploitatie naar buiten. Als de begroting haalbaar blijkt, houdt het park dit jaar ruim twee ton over. Dat is onvoldoende voor de financiering van grote projecten. Daarvoor zijn creatiever methoden nodig. Het energiebedrijf Nuon en de bank VSB dragen bij aan de zeven- tot achthonderduizend gulden die nodig is voor het stuifzandproject. Schenk denkt opnieuw vijf tot zes miljoen gulden nodig te hebben voor wat hij zijn wensenlijst voor de komende twee jaar noemt. Een ingrijpende verbetering van het centraal gelegen Marchantplein (met parkeerplaats, restaurant en bezoekerscentrum) en de bouw van een `Natuurarena' voor evenementen behoren tot Schenks kostbaarste verlangens. Naast sponsors kunnen ook giften het park vooruit helpen, maar met een bijdrage van één of enkele duizenden guldens per jaar is deze post op de begroting te klein. Schenk tast voorzichtig af of De Hoge Veluwe in de toekomst vaker voor legaten in aanmerking kan komen. ,,We willen notarissen aanschrijven. Zij adviseren over de bestemming van legaten, maar je moet daar erg subtiel mee omgaan.''

Dit is het zesde deel van een serie over de financiële huishouding van maatschappelijke voorzieningen en organisaties. Eerdere delen verschenen op 27 oktober, 1, 8, 15 en 22 november.

    • Michiel van Nieuwstadt