Gespannen onzekerheid

Ook in Nederland is men sinds 11 september extra alert op terroristische aanslagen. De draaiboeken zijn er, maar in de praktijk waren ze hier nog maar zelden nodig.

Hoe heeft Nederland zich opgesteld na de aanslagen in de Verenigde Staten?

Als bondgenoot van de Verenigde Staten heeft Nederland vanaf het moment van de aanslagen in de VS willen laten merken dat het land solidair was met de Amerikanen, inspanningen die er mede op gericht waren de Bush-regering af te houden van aanvankelijk gevreesde wanhoopsdaden en ongerichte wraakacties. Een opvallend profiel in de internationale terrorismebestrijding werd mede ingegeven door de gedachte dat de aanslagen in de VS misschien wel tot een wereld met heel erg gewijzigde geopolitieke verhoudingen zou leiden, zodat het van belang was te laten merken dat Nederland ook in gewijzigde verhoudingen zijn mannetje zou staan in EU, NAVO en andere internationale fora, en niet zou afglijden tot de status van klein land. Meer in het bijzonder is de Nederlandse inspanning gebleken uit het ter beschikking stellen van militaire middelen aan de Amerikanen, en pogingen om `verdacht bankverkeer' dat mogelijk verband houdt met de financiering van terrorisme te onderscheppen.

Heeft Nederland militairen in Afghanistan?

Weliswaar heeft de Nederlandse regering 1.400 militairen, voornamelijk uit luchtmacht en marine, met het nodige materieel beschikbaar gesteld aan de Amerikanen, maar of deze allen of gedeeltelijk ook zullen worden ingezet, is nog onduidelijk. Daarover valt een beslissing in CENTCOM, het centrum in de Amerikaanse staat Florida waar Nederland twaalf militairen heeft gedetacheerd bij de Amerikaanse staf die de planning van de oorlog in Afghanistan bepaalt. Tot nu toe heeft Nederland alleen een deel van de opsporingen door Amerikaanse militairen in het Caraïbische gebied overgenomen. Overigens heeft Nederland zich in principe ook bereid verklaard voor de Amerikanen aan `backfill' te doen, dat wil zeggen Nederlandse militairen de plaats van Amerikanen te laten innemen wanneer deze eenheden naar elders zouden worden weggeroepen.

Met welke vormen van terreur heeft Nederland te kampen gehad?

De Nederlandse ervaringen met terreur van eigen bodem zijn sedert de Tweede Wereldoorlog bescheiden. Het enige serieuze geval was een erfenis van de liquidatie van het koloniaal imperium: de beweging van de Zuid-Molukkers. Zonen en dochters van oud-militairen uit het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger pleegden in de jaren zeventig diverse aanslagen en gijzelden treinen en gebouwen met mensen erin, om af te dwingen dat de Nederlandse staat zijn `belofte van 1948', dat Ambon en de Zuid-Molukse eilanden een onafhankelijke status binnen Indonesië zouden krijgen, alsnog zou waarmaken.

Hoewel dit politiek streven onder Molukkers nog steeds bestaat, en bij tijd en wijle in Molukse kring met terroristisch geweld gedreigd wordt, is het daar sinds de jaren zeventig niet van gekomen. Verdere terreurdaden waren meestal `import', waarbij Nederland een zijtoneeltje was: IRA-terroristen, RAF-terroristen, Koerdische aanslagen tegen Turkse objecten enz.

Wie coördineert in Nederland de rampenbestrijding, mocht zich hier een aanslag voordoen als op het WTC?

Bij een crisis van nationale omvang regisseert het ministerie van Binnenlandse Zaken via het Nationale Coördinatie Centrum (NCC) alle activiteiten op het gebied van hulpverlening en handhaving van de openbare orde. Het NCC wordt permanent gevoed met informatie vanuit het informatieknooppunt van de dienst recherche-onderzoeken van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Daarin wordt alle relevante informatie op het gebied van terrorisme en extremisme op nationaal niveau geanalyseerd en gebundeld en vervolgens overgedragen aan het NCC, dat sinds 11 september dag en nacht bemand is.

Elk politiebureau hoort inmiddels te beschikken over een zogeheten `checklist Noble Eagle', een databestand waarin informatie kan worden opgeslagen over terreur, extremisme en daaraan gerelateerde openbare ordeproblemen. Die informatie wordt doorgesluisd naar regionale infodesks waar de bestanden gefilterd en gecheckt worden en omgevormd tot strategische rapportages onder verantwoordelijkheid van de chef van de regionale recherche. Daarna gaan die rapportages naar het informatieknooppunt van de KLPD.

Sinds de aanslagen in Amerika hanteert het NCC drie fasen met elk een eigen scenario. Op dit moment hanteert het NCC de zogeheten groene fase, met de ondertitel: gespannen onzekerheid. De groene fase schrijft voor dat er dagelijks strategische rapportages (sitraps) komen. Fase geel omschrijft de situatie van het scenario `zeer ernstige gebeurtenissen in het buitenland'. Ook broeiend verzet met het risico van binnenlands verzet kan aanleiding zijn om fase geel in werking te laten treden. In dat scenario worden tweemaal daags sitraps opgesteld en incidentrapportages doorgegeven. Fase rood treedt in werking als er daadwerkelijk terreuraanslagen zijn gepleegd in Nederland. Dan worden ieder uur sitraps en incidentrapportages opgesteld.

Bij echte crises wordt de politie-informatie gebundeld met die van provincies, departementen en de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Die informatie wordt aangeleverd aan het interdepartementale beleidsteam waar de directeuren-generaal van de betrokken departementen zitting in hebben en het ministeriële beleidsteam, bestaande uit minister-president Kok, minister De Vries (Binnenlandse Zaken), minister Borst (Volksgezondheid) en minister Jorritsma (Economische Zaken). Het NCC voorziet ook regionale crisiscentra op provinciaal en gemeentelijk niveau van informatie over mogelijke grootschalige verstoringen van openbare orde en veiligheid.

Welke locaties zijn in scenario's genoemd als doel van aanslagen in Nederland?

Het voornaamste doelwit van eventuele aanslagen zijn volgens minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) Amerikaanse gebouwen en instellingen in Nederland. In een eerder deze maand verzonden brief aan de Tweede Kamer noemt Van Aartsen ook andere potentiële doelwitten zoals internationale organisaties als het Internationaal gerechtshof in Den Haag, of het Lockerbie-tribunaal in Zeist. Daarnaast zijn Schiphol en de Rotterdamse haven potentiële doelwitten voor terroristen.

Dat niet alleen de VS mogelijk doelwit zijn, leidt Van Aartsen af uit recente arrestaties van moslimradicalen in Duitsland, België, Groot-Brittannië, Spanje en in Nederland zelf. Uit informatie van veiligheidsdiensten blijkt dat zich in Nederland een kleine kring van moslimradicalen bevindt.

Welke rol speelt Nederland in de strijd tegen het terrorisme?

Nederland onderhandelt in EG- en VN-verband over internationale verdragen tegen terreurbestrijding. Zo lopen in Europees verband nog niet afgeronde en moeizame onderhandelingen over een uniform Europees arrestatiebeleid. Kortgeleden ging de Tweede Kamer op hoofdlijnen akkoord met ondertekening van een VN-verdrag voor vervolging van bomterrorisme en (dekmantel)organisaties die terrorisme financieren. Minister Korthals (Justitie) gaat lobbyen om het volgend jaar te openen Internationaal Strafhof in Den Haag jurisdictie te geven voor internationale vervolging van terroristen. Ondertekening van een VN-verdrag ter bestrijding van kernenergieterrorisme laat op zich wachten door onderlinge meningsverschillen.

Nederland voelt er (nog) niet voor om in het kader van terrorismebestrijding een algemene identificatieplicht in te voeren. Die plicht blijft beperkt tot de directe omgeving van een gebied waar een terroristische daad gepleegd is, of de dreiging daarvan acuut is. De identificatieplicht geldt dan voor een nauw omschreven gebied en voor een bepaalde tijd.

    • Jos Verlaan
    • Raymond van den Boogaard