De onderste steen

Met een ongekende voortvarendheid heeft de Tweede Kamer gisteren besloten een parlementaire enquête te houden naar malversaties in de bouwwereld bij overheidsprojecten. Hoewel dit besluit is toe te juichen, vallen bij de snelheid waartoe hier werd besloten toch enige vraagtekens te zetten. De zaak lijkt niet ontbloot van enig politiek opportunisme van de zijde van de PvdA-fractie.

De plotselinge verontwaardiging bij een groot deel van de Tweede Kamer over frauduleuze praktijken in de bouwwereld doet toch gekunsteld aan. Toen ruim anderhalf jaar geleden de kwestie van de dubbele boekhouding bij de aanleg van de tweede Schipholspoortunnel aan het licht kwam, was er weinig aandrang vanuit de Kamer voor eigen onderzoek. Berichten deze zomer over het stranden van een justitieel onderzoek naar schaduwboekhoudingen bij bouwbedrijven werden helemaal niet opgemerkt. Pas nadat het televisieprogramma Zembla er aandacht aan besteedde, begon politiek Den Haag zich te roeren. Verontwaardiging ontstond er nadat bekend was geworden dat het openbaar ministerie in de zaak rond de Schipholtunnel tot een schikking was overgegaan.

Nu gaat de Kamer direct voluit met het inzetten van het uiterste middel: een parlementaire enquête waarbij getuigen onder ede kunnen worden gehoord. Volgens PvdA-woordvoerder Van Oven was het nodig dat een ,,signaal'' werd gegeven dat er wat aan de bouwfraude werd gedaan. Dat is een oneigenlijk argument. Het middel van de parlementaire enquête is niet bedoeld als signaalfunctie, maar als parlementair wapen. Bovendien wordt de enquête als uiterste wapen beschouwd. De Tweede Kamer wil nu al gebruikmaken van dit instrument terwijl er ook nog een justitieel onderzoek loopt. Het is niet denkbeeldig dat justitie en parlementaire onderzoekers elkaar in hun ijver voor de voeten gaan lopen. Het is dus zaak dat vooraf zeer heldere procedure-afspraken worden gemaakt.

Het kan haast niemand ontgaan dat Nederland momenteel op de schop wordt genomen. Er is sprake van een aanzienlijk aantal grote projecten waarmee vele miljarden aan overheidsgeld zijn gemoeid. Zeker getuige de recente ervaringen is het goed dat er nauwlettend op wordt toegezien dat de aanbestedingen ook volgens de regels verlopen. Dat de Kamer daarbij een taak voor zichzelf ziet werggelegd is na het weinig sterke optreden van het Openbaar Ministerie te begrijpen.

De Tweede Kamer koestert terecht haar controlefunctie. Des te meer valt het selectieve gebruik van deze bevoegheid op. Het wachten is nog steeds op de parlementaire enquête naar de gebeurtenissen in Srebrenica. En wat te denken over de omgang met `lichtere' onderzoeksvormen? Op dezelfde dag dat het besluit viel tot een enquête naar de bouwfraude werden onder druk van PvdA en VVD de spreektijden in het Kamerdebat over de ESF-kwestie fors teruggeschroefd.