De kracht van geld, olie en angst

De oorlog tegen het terrorisme roept al vanaf het begin veel vra- gen op. Vrijwel niemand betwist het doel, wel de wijze van strijd- voeren. De Amerikanen moeten voorzichtig manoeuvreren.

Welke landen hebben zich solidair verklaard met de strijd tegen het terrorisme?

Op papier is de `coalitie tegen de terreur' wereldomspannend. In werkelijkheid bestaat dit verbond hoofdzakelijk uit verleners van lippendienst aan de aanvoerder Amerika. Alleen Groot-Brittannië, Frankrijk, Canada en Australië – en waarschijnlijk Nieuw Zeeland – hebben zich met manschappen en vliegtuigen op het strijdtoneel vertoond.

Andere landen, zoals Duitsland, Tsjechië en Nederland, hebben symbolische militaire steun toegezegd. Alle landen die Afghanistan omringen verlenen op zijn minst zwijgende steun. Pakistan, Tadzjikistan, Oezbekistan en Turkmenistan staan allemaal het gebruik van vliegbases aan de Amerikaanse luchtmacht toe – hoewel niet al die landen hebben ingestemd met het stationeren van gevechtsvliegtuigen. De VS zelf vinden het niet zo erg om alleen met de Britten op te trekken. Als er meer landen bij de operaties waren betrokken, zou ook de besluitvorming over welke doelen te bestoken heel moeilijk worden (zoals gebeurde in Kosovo).

Wat is de motivatie van de belangrijkste van de `coalitie-landen'?

Op die vraag is alleen een complex antwoord mogelijk. Geld, olie, pragmatisme en angst spelen allemaal mee. De `stans', zoals de Amerikanen de centraal-Aziatische landen noemen, zijn vooral uit op geldelijk gewin en Amerikaanse aandacht. Rusland heeft dezelfde militaire oogmerken als de VS: het uitschakelen van islamitisch fundamentalistische terroristen. India en Pakistan willen af van het embargo dat de VS instelden nadat beide landen in 1998 kernproeven deden. De Europese landen hoeven niets concreets van de VS. Voor die landen geldt eerder dat het een faux-pas is indien ze de Amerikanen niét steunen.

Welke strategie voerden de Amerikanen om het Talibaan-regime uit het zadel te gooien?

De strategie die de VS voerden is nog het best te vergelijken met operatie Deliberate Force, de NAVO-bombardementen op Bosnisch-Servië in de zomer van 1995. Huiverig voor het inzetten van de eigen troepen koos de NAVO toen voor een bombardementsoffensief op munitie-opslagplaatsen, artilleriestellingen en commandoposten in combinatie met de dreiging van een grondaanval door bevriende troepen in de regio, in dit geval Kroaten. In Afghanistan bestookte de Amerikaanse luchtmacht, in samenwerking met `spotters' op de grond, de Talibaan-strijdkrachten totdat ze murw waren gebeukt. De Noordelijke Alliantie vormde de Afghaanse `Kroaten.'

Of de bommen resultaat sorteerden was lange tijd niet duidelijk. De Amerikaanse generaal Wesley Clark, NAVO-bevelhebber tijdens de bombardementen op Joegoslavië in 1999, sprak over de three-week-wobbles, de twijfel die het publiek na drie weken militaire actie krijgt wanneer niet onmiddellijk resultaat valt te bespeuren. Na een maand was het incasseringsvermogen van de Talibaan op, onder andere doordat hun draadloze communicatiemiddelen door Amerikaanse storingsapparatuur was platgelegd. De Talibaan wisten niet meer wat ze moesten doen en gingen daarom over op het vertrouwde Plan B: terugtrekken, de bergen in om een guerrillastrijd te voeren.

Welke wapens zetten de Amerikanen in?

Het hele arsenaal, minus atoomwapens. Het zou een ,,compleet nieuwe oorlog'' worden, aldus de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld. Met een nog uit te vinden idioom. Maar veel van het wapentuig leek toch erg veel op dat wat in 1999 boven Joegoslavië werd uitgestort: kruisraketten, geleide wapens, `domme bommen'. De moeite die vooral de Amerikanen zich getroostten om gevechtsinlichtingen te vergaren was groter dan ooit. Boven het land `hingen' nieuwe satellieten, er vlogen ten minste vier types robotvliegtuigen rond en ook fotospionagetoestellen vlogen ongeveer file in het Afghaanse luchtruim.

Hoe verweren legers zich tegen guerrillastrijders?

De belangrijkste eigenschap van de guerrillastrijder is dat hij zo goed als onvindbaar is. Dat komt vooral doordat hij zich mengt onder de bevolking. Burgers kunnen zelfs deeltijdguerrilleros zijn. Om net de Chinese leider Mao te spreken: de guerrilla is als de vis in het water. Het water is dus de bevolking. De beste methode om guerrilla uit te roeien is dus de vis droog te leggen. Stalin lukte dat met Oekraïense nationalistische vrijheidsstrijders die zich tot begin van de jaren vijftig in de Karpaten schuilhielden. De bevolking werd gewoon gedwongen te verhuizen. Het `westen' heeft daarin altijd iets meer scrupules vertoond en probeert dus de `hearts and minds' van de bevolking te winnen. Met zeer wisselend succes.

Wat zegt de historie over de afloop van guerrilla- oorlogen?

Guerrilla betekent `oorlogje.' De term is afkomstig van de Spaanse strijders die aan het begin van de negentiende eeuw tegen de bezettingstroepen van Napoleon vochten. In navolging van Napoleons legers zijn reguliere strijdkrachten notoir slecht in het bestrijden van guerrillabewegingen. Van de landen die betrokken zijn bij operatie Enduring Freedom heeft Groot-Brittannië de meeste ervaring met dit soort operaties - die vallen onder de militaire noemer low intensity conflict. In de meeste gevallen ontstond een patstelling, een gewapende vrede, zoals Palestina in de jaren veertig, Cyprus in de jaren vijftig, Jemen in de jaren zestig, en Noord-Ierland, waar een stadsguerrilla werd gevoerd, in de jaren zeventig en tachtig. Slechts eenmaal werd een klinkende overwinning geboekt: in Malakka, waar een communistische rebellie van de etnische Chinese minderheid werd gesmoord. De Amerikanen beten in Vietnam in het stof en rommelden maar wat aan in Midden-Amerika in de jaren tachtig en negentig.

Wat is de kans dat de Talibaan alsnog een militaire overwinning behalen?

Wie gelooft in de wetmatigheid van de geschiedenis moet concluderen dat alle partijen die de afgelopen twintig jaar de Afghaanse steden in hand hadden deze vroeg of laat weer moesten afstaan. Dat voorspelt weinig goeds voor de oppositietroepen en de westerse vredeseenheden. Een belangrijk verschil met vorige guerrillastrijdmachten is dat deze altijd forse buitenlandse steun kregen. De Talibaan staan deze keer geheel alleen.

Hoe proberen de Amerikanen Osama bin Laden te vinden?

Met man en macht. Vanuit de lucht met spionage- satellieten en vliegtuigen. Vanaf de grond met speciale troepen die de mogelijke vluchtwegen in de gaten houden. Ook worden Afghanen in het land zelf, maar ook in Pakistan door speciale ondervragingsteams aan de tand gevoeld.

Wat is de `success-rate' van militaire zoekacties naar guerrillaleiders?

Die is niet zo hoopgevend voor de speurtocht naar de kopstukken van Al-Qaeda. Begin vorige eeuw al zochten Amerikaanse soldaten tevergeefs naar de Mexicaanse rebellenleiders Pancho Villa en Emilio Zapata. Zoektochten naar Vietcong-leiders tijdens de oorlog in Vietnam liepen ook meestal op niets uit. Somalische `warlords' die zich hadden verstopt in de hoofdstad Mogadishu – niet groter dan Amsterdam – bleven onvindbaar. Daar staan wel de Panamese dictator Noriega en de Joegoslavische leider Miloševic tegenover. Die brommen achter de tralies.

Welke rol spelen de inlichtingendiensten bij operatie Enduring Freedom?

Inlichtingendiensten zitten vaak op informatie als een kloek op de eieren. Niet alleen willen ze hun eigen bronnen en technieken beschermen, maar de informatie is ook belangrijke handelswaar om inlichtingen van buitenlandse diensten te verkrijgen. Het is wel zeker dat alle inlichtingendiensten na de aanslagen van 11 september hun archieven over de islamitische extremisten naast elkaar hebben gelegd. Welke landen precies belangrijke informatie van de inlichtingendiensten hebben doorgespeeld, is onduidelijk. Maar de golf aan arrestaties in Europa en de Golfstaten geeft een duidelijke indicatie.

Juist de inlichtingendienst die in theorie de belangrijkste informatie kan verschaffen speelt een onduidelijke rol: de Pakistaanse ISI. Deze spionagedienst staat aan de wieg van de Talibaan-beweging. Het wordt aangenomen dat veel van de Pakistaanse spionnen sympathiek staan tegenover deze fundamentalistische beweging en hun Al-Qaeda-gasten.

De Russen hebben hun oude militaire archieven aan de Amerikanen doorgegeven. Talibaan-strijders zeiden dat Amerikaanse bommenwerpers oude wapenopslagplaatsen uit de tijd van de sovjetbezetting hadden bestookt waarvan ze niet eens wisten dat deze bestonden.

    • Menno Steketee