Brugpieper

Wee je gebeente als-t-ie door de gangen ging rénnen! Of tikkertje spelen, nog erger. Dan wist gelijk de hele school hoe het er voor stond. En dat moest nu juist voorkomen worden.

Sinds augustus is onze zoon brugpieper. En zonder ook maar een centje pijn. Daar was wel enige instructie aan voorafgegaan. Want de valkuilen waren diep, wist zijn zus van veertien. En talrijk. En echt iets voor Machiel om daar met zijn grote sandalen in te trappen. Dus had ze hem aan de vooravond van zijn nieuwe leven voorgehouden, ten eerste, niet te rénnen. Ten tweede was het ook he-le-maal fout en derhalve verboden om voortijdig bij een klaslokaal te gaan staan. Want zulk een enthousiasme legden alleen bruggers aan de dag, dus ook dan zou de ontmaskering ten spoedigste volgen. Door de aula roepen dat je die leraar Frans of geschiedenis zo ruig vond?? Onze dochter kreunde alleen, zó fout als dat was.

,,Zijn er geen coole leraren dan?'' vroeg Machiel verwonderd, want meester Rob van groep acht vond-ie toch kei-leuk.

,,Ja natuurlijk wel'', snoof ze, ,,maar dat ga je dan toch niet roepen! Dat is toch simpel!''

Wat trouwens ook echt niet kon, forget it, waren zijn sandalen. ,,Hoezo?'' en beteuterd keek Machiel naar zijn voeten. Ja sorry hoor, dat ze dat nog moest uitleggen! Sandalen! Wat je dan was, nou, dat hield zo'n beetje het midden tussen een nerd, een eikel en een sukkel.

Het viel onze zoon niet mee. En toen moest dat ene erge vergrijp tegen de heersende codes nog komen: stuivers oprapen. Zijn zus viel bijna flauw bij de gedachte alleen al. ,,Machiel, je raapt géén stuivers op, hoor je dat?''

Stuivers? Ja, stuivers. Hogereklassers plachten die wel eens weg te gooien, zijnde totaal waardeloos. Het lag volstrekt niet in de bedoeling dat ze werden opgeraapt. Een enkele keer werd zo'n stuiver zelfs vastgeplakt. Geintje. En dan zag je een leerling gehurkt zitten pulken. Wat dacht je: een brugpieper natuurlijk. Die kon het verder vet vergeten.

Hoe dan ook, Machiels entree op de middelbare school verliep wonderbaarlijk goed, de twee fietsongelukken niet meegerekend. En een tijdje terug kwam onze dochter triomfantelijk thuis. ,,Moet je horen, broertje'', ze zei het bijna plechtig, ,,weet je wat mijn vriendinnen zeiden?'' Nou? ,,Dat je helemaal niet zo'n erge brugger bent!'' Yes. Dat was wel effe kicken, vond Machiel.

En zou het nu door die geruststellende woorden komen of was het gewoon een moment van zwakte dat hij niet veel later toch in die diepe valkuil stapte? Zij 't met soldatenkistjes aan zijn voeten. Het was rustig in de lange gang en ineens lag daar die stuiver. Achteloos tegen een muurtje. Hij bukte zich en stond toen, de stuiver tussen duim en wijsvinger, oog in oog met zeker wel een derdeklasser. Die hem heel erg aanstaarde. De afweging was gauw gemaakt. Machiel wierp een blik op het muntje en zei – als zag hij nu pas wat het was – vol gruwel: ,,Onééhè! Een stuíver!" En gooide die met verachting weer op de grond. De derdeklasser slofte verder.

Oef! Dat was door het oog van de naald, begrepen we thuis.

    • Ans van der Linden