Arctisch allerlei

Onder liefhebbers van het Hoge Noorden is het `Arctisch Weekend' een begrip. Onlangs vond het voor de twintigste keer plaats in het Veluwse Lunteren. De lezingen zijn een mengeling van wetenschap en avontuur. Ik geef hier een indruk van twee bijzondere verhalen.

`Plaatjes uit de oude doos', heette de lezing van ir. Peter van Zuylen over de Groenlandexpeditie van 1932. Zijn vader had er als fotograaf aan deelgenomen. De onderneming was opgezet in het kader van het Internationale Pooljaar.

Van Zuylen sprak van een mislukt project – de vele metingen hadden bijzonder weinig opgeleverd. De voordracht had een hoge amusementswaarde, vooral vanwege de laconieke wijze waarop de zoon zijn vader portretteerde. Het leek soms wel of hij met pa aan het dollen was. Hoewel we de vader in een kajak zagen, zelfs met een gedode zeehond langszij, deed junior er alles aan om van senior een antiheld te maken. Die zeehond was beslist niet door hemzelf geschoten. En in plaats van de kajak mee naar huis te nemen had hij bij zijn terugkeer slechts de peddel en de vangblaas bij zich. Duikelen met de kajak, wat nu `eskimoteren' heet, had pa nooit onder de knie gekregen.

Niko Tinbergen wel, zoals uit zijn boek `Eskimoland' blijkt.

De ornitholoog werd op het laatst aan de groep geofysici toegevoegd. Dankzij zijn aanwezigheid is deze Nederlandse wetenschappelijke expeditie niet in de vergetelheid geraakt. Een paar jaar geleden besteedde het Haagse Museon nog uitgebreid aandacht aan Tinbergens verblijf.

Hoewel Tinbergen grote belangstelling had voor de bewoners van Scoresbysund en Ammassalik op Oost-Groenland, ging het hem toch vooral om de sneeuwgors en de grauwe franjepoot. Dat wil zeggen, in de korte zomer. In de lange winter kon hij zijn blik op de eskimo's richten. Om op deze barre kusten te overleven begon hij hun jacht- en verzamelmethoden over te nemen. Vanaf een slee met een wit schermpje schoot hij zeehonden bij hun ademgat. Hij ving zalmen en at zelfs grote hoeveelheden gekookte kuit van een visje, de lodde, dat 's zomers de fjorden binnenzwemt. De ornitholoog stopte zelfs jonge zeekoeten en de eieren van noordse sterns in de kookpot.

Ook de missie was op dit Arctisch Weekend aanwezig in de persoon van de 87-jarige pater Kees Verspeek. Vierenveertig jaar van zijn leven had hij in een eskimodorpje doorgebracht, in Noord-Canada, op de plek waar de Humboldt Baai de Humboldt Straat ontmoet. Een bebrilde kleine man met grijze haren en baard beklom het katheder. Hij vond een lezing van drie kwartier wel iets aan de krappe kant: ,,Dat komt ongeveer neer op een minuut per jaar.''

De pater was niet naar het Hoge Noorden gegaan om er zieltjes te winnen. De eerste opdracht luidde: pas je zo goed mogelijk aan de plaatselijke levensstijl aan. De tweede: door als een christenmens te leven kun je het vertrouwen van de bevolking winnen. Geneeskunde en onderwijs (tot tien tellen) waren aanvankelijk belangrijker dan het evangelie. Maar aangezien hij geen medische opleiding had genoten was het aanvankelijk een probleem wat hij met de medicijnen, die een keer per jaar via een ijsbreker werden aangevoerd, moest beginnen. Hij zette alle flesjes en potjes netjes op een rij in de kast. ,,Dus bij het eerste ziektegeval probeerde ik de inhoud van het eerste flesje uit.'' Dat liep slecht af. Maar proefondervindelijk raakte Verspeek steeds beter thuis in zijn rol van dokter.

In zijn dorp telde niet de tijd van de klok, maar die van het seizoen – negen maanden winter, drie maanden zomer. De boomloze, eindeloze sneeuwvlakte riep bij hem altijd een gevoel van oneindigheid op. Nu, in zijn klooster in Vlaanderen, had hij alleen maar heimwee naar zijn oude standplaats.

Iemand uit de zaal, een bebaarde natuurwetenschapper, vroeg de pater of hij het noorderlicht vaak had meegemaakt. O ja, dat was altijd een weergaloos schouwspel geweest.

,,Heeft u het ook gehoord?'', was de eigenlijke vraag.

De pater antwoordde bevestigend. ,,Maar alleen als het heel hard vroor.''

,,Dat is niet mogelijk'', liet de vragensteller weten. ,,Want de snelheid van geluid is veel geringer dan de snelheid van licht.''

De opmerking verraste Verspeek. ,,Is dat zo? Nou, bij vijftig graden onder nul ga je niet graag naar buiten'', gniffelde hij, in een poging zich er uit te draaien.

Informatie over het Arctisch Weekend: P. de Groot. polarden@freeler.nl