Agressieve speler Enron van 80 dollar naar 61 dollarcent

Enron, tot voor kort in de Verenigde Staten de grootste handelaar in energie, implodeert. Het eens zo machtige bedrijf uit Houston was gisteren nog maar een half miljard dollar waard.

,,De implosie van Enron zag je al van mijlenver aankomen'', zegt Jon Hoenig, een derivatenhandelaar in Chicago, ,,maar het was toch schokkend om te zien hoe snel het fonds verdampte.'' Beleggers dachten in Enron, een nog niet zo lang geleden alom gewaardeerd bedrijf, een veilig fonds te hebben gevonden. ,,De energiemarkt is niet meer zo stabiel als iedereen dacht dat hij was'', concludeert Hoenig.

De handel op EnronOnline, Enrons handelsplatform op internet, dat dagelijks voor 2,8 miljard dollar in duizend verschillende energiecontracten verhandelt, werd gisterochtend tijdelijk gestaakt. Intussen probeert Enron zijn eigen uitstaande transacties zo snel mogelijk af te handelen, teneinde zijn schuldenlast niet nog verder op te laten lopen.

Op Wall Street verloor het fonds Enron, dat zich al in een vrije val bevond sinds oktober, gisteren bijna al zijn waarde. Aandeelhouders probeerden angstvallig nog iets van hun belegging te redden. Met 350 miljoen verhandelde aandelen vestigde Enron een record in het handelsvolume van een fonds op een dag. Tot twee keer toe, 's ochtends en 's middags, legde de New Yorkse effectenbeurs de handel stil omdat koersgevoelig nieuws werd bekendgemaakt. Bij het sluiten van de markt was het aandeel nog maar 61 cent waard en het bedrijf 500 miljoen dollar – tegenover 84 dollar en 60 miljard dollar een jaar geleden.

Sommige analisten omschrijven Enron, dat in 1986 als eerste en meest agressieve speler naar voren kwam uit de gedereguleerde energiesector, als een derivatenhandelaar vermomd als een energiebedrijf. Enron koopt en verkoopt energiecontracten, en maakt winst (of verlies) door een stabiele prijs te garanderen aan in- en verkopers, onderwijl profiterend van de natuurlijke grilligheid van prijzen van met name elektriciteit en gas.

Enrons deconfiture had direct effect op de beurskoers van enkele van zijn handelspartners in diverse sectoren. Citigroup en JP Morgan Chase, door Dynegy en Enron ingeschakeld om de overname mede te financieren, verloren ieder vijf procent. General Electric, het grote energie- en mediaconglomeraat, moest inleveren omdat het handelt met Enron, alsmede al Enrons concurrenten in de energiesector, zoals Duke en Reliant en vanzelfsprekend Dynegy zelf. Zelfs grote zakenbanken als Merill Lynch en Goldman Sachs leden verlies in het kielzog van Citigroup en JP Morgan Chase.

ChevronTexaco leed ook een verlies, zij het een kleiner verlies, van bijna twee procent, omdat Dynegy, waarin het oliebedrijf een kwart belang heeft, een claim heeft op Enrons gaspijpleiding door Noord-Amerika. ChevronTexaco sprong Enron bij met 1,5 miljard dollar, meteen bij het bekendmaken van de overname op 9 november, en in ruil daarvoor zou Dynegy nu recht hebben op de pijpleiding. Enron betwist dit, en zal Dynegy's afzien van de overname vrijwel zeker wegens contractbreuk aanvechten voor de rechter.

De val van Enron wordt het hardst gevoeld door (voormalige) werknemers die hun hele pensioen hebben belegd in Enronaandelen. Die zien waarschijnlijk niets meer terug omdat bij een faillissement, voorzover mogelijk, eerst de crediteuren en pas daarna de beleggers worden gecompenseerd. ,,We waren al plannen aan het maken voor ons pensioen'', aldus een vrouwelijke werkneemster uit Houston op de radio, ,,maar nu moeten we die jaren uitstellen.'' Deze en vele andere beleggers bereiden rechtszaken voor tegen Enron wegens misleiding.

Enrons topman Lay, een vertrouweling van president George Bush, en zijn voorganger, Jeffrey Skilling, hebben wel op tijd afstand gedaan van grote blokken aandelen in hun eigen bedrijf. Lay leverde dit eerder dit jaar zo'n 27 miljoen dollar op, Skilling 17 miljoen. In totaal heeft het management van Enron de afgelopen maanden 205 miljoen dollar verdiend aan de verkoop van eigen aandelen. Bij een faillissement zouden curatoren op die miljoenen nog een beroep kunnen doen, omdat er – afgezien van de gaspijpleiding – nauwelijks vermogen is in de vorm van liquideerbare kapitaalgoederen.

,,Enrons problemen zijn niet zo ernstig als destijds die van Long Term Capital Management'', aldus handelaar Hoenig, doelend op het instorten van dit complexe hedge fund gerund door financiële ingenieurs in 1998. ,,Bij Long Term Capital Management ging het om biljoenen, bij Enron gaat het om miljarden dollars. De energiemarkt functioneert nog steeds.'' Hoenig sluit een ,,miraculeuze wederopstanding'' van Enron zelfs niet uit.

    • Viktor Frölke