Vergouwen verruilt UMC voor Numico

Sportarts Peter Vergouwen verlaat het Utrechts Medisch Centrum (UMC) om bij het gespecialiseerde voedingsbedrijf Numico een nieuwe afdeling topsportgeneeskunde op te zetten. Hij wordt daar directeur en zal uiterlijk 1 maart in dienst treden.

Numico zag zijn wens om te participerer in Vergouwens afdeling topsportgeneeskunde in het UMC onlangs geblokkeerd door NOC*NSF. De sportkoepel oordeelt dat het bedrijf niet zou kunnen voldoen aan de hoge eisen die aan topsporters gesteld worden. Numico vindt het, met name uit het oogpunt van onderzoek naar sportvoedingsmiddelen, van groot belang in contact te blijven met de wereld van de topsport. Om die reden is besloten zelf een afdeling topsportgeneeskunde in het leven te roepen.

Vergouwen wordt in Wageningen bijgestaan door een team van deskundigen, zoals inspanningsfysiologen, bewegingswetenschappers en voedingsdeskundigen. Het ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede gaat de faciliteiten op het gebied van laboratorium- en radiologisch onderzoek aanbieden.

De reacties op Vergouwens overstap naar het bedrijfsleven zijn verdeeld. Namens de Raad van Bestuur van het UMC verklaart professor Hans Stoof, dat het vertrek van de sportarts ten zeerste wordt betreurd, maar het zal de structuur van de afdeling topsportgeneeskunde in Utrecht naar zijn mening niet aantasten.

Stoof: ,,Er zijn bij elkaar vijftien artsen, fysiotherapeuten en wetenschappers aan die afdeling verbonden en we proberen nog een hoogleraar te krijgen. De kwaliteit blijft gewaarborgd. Bovendien hebben we wij een universitaire taak. En nu we externe financiers (NOC*NSF, VWS en KNVB) hebben gevonden, is er helemaal geen reden onze plannen aan te passen.''

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ziet in het vertrek van de sportarts vooralsnog geen reden de steun aan de afdeling topsportgeneeskunde van het UMC in te trekken. Een woordvoerder van VWS: ,,Voor ons is het belangrijk dat `Utrecht' deel uitmaakt van een universitaire omgeving. Wij hechten veel waarde aan de onderzoekspoot. Het geld (jaarlijks 300.000 gulden tot 2004, red.) blijft voor dat doel beschikbaar.''