Terreur

Hij slaapt slecht de laatste tijd. Droomt over vliegtuigen die bommen en raketten afwerpen. Guerrillastrijders snijden zijn dierbaren de keel af. Snurkend woelt hij zich in het dekbed vast. ,,Hou op met dat gepieker'', beveelt zijn vrouw, ,,ga wat doen, zoek wat afleiding.''

Dus gaat hij in het weekend als een bezetene achter het huis tekeer. Hij zaagt en kapt en harkt. Zweet druipt langs zijn lichaam. Aarde dringt in zijn poriën. Af en toe leunt hij buiten adem en duizelig tegen het hek, maar zij heeft gelijk: voor het eerst sinds tijden denkt hij nergens aan.

's Avonds staat hij op het terras en overziet wat hij heeft aangericht. Verzaagde bomen, verminkte struiken. Opengereten borders, omgewoeld gras.

Met opgeheven vuisten kijkt de tuin hem dreigend aan.

    • Jacoline Vlaander