Soldaten moeten beter voorbereid op vredemissie

Blijkens een artikel in het Zaterdags Bijvoegsel van 24 november, kort samengevat onder een foto op de voorpagina, kan de Koninklijke Landmacht haar ambities op het gebied van vredesmissies alleen nog waarmaken als er ook soldaten worden ingezet die niet zijn opgeleid voor gevechtsfuncties. Volgens het ministerie van Defensie zou dat voor missies in ,,lagere regionen van het geweldsspectrum'' niet bezwaarlijk zijn. In hetzelfde artikel wordt gemeld dat de vullingsgraad voor EBT-personeel in de prestigieuze luchtmobiele brigade, bedoeld als paradepaardje van de Landmacht, onder de 60 procent ligt.

In 1992, het jaar dat begon met het besluit tot oprichting van de luchtmobiele brigade en eindigde met het besluit tot afschaffing van de dienstplicht (eufemistisch als `opschorting van de opkomstplicht' gepresenteerd), heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken steeds grote twijfel geuit aan de mogelijkheid om in Nederland voor een beroepsleger voldoende personeel te werven. De voornaamste argumenten waarmee wij ons toen door de voorstanders van de afschaffing hebben laten overtuigen, waren de veronderstelde wervende kracht van de Luchtmobiele Brigade en een optimistisch arbeidsmarktonderzoek van het ministerie van Sociale Zaken.

Het woord `geweldsspectrum' komt ook voor in de memoires van ex-minister van Defensie Relus ter Beek, Manoeuvreren, waar hij de luchtmobiele brigade beschrijft. Ik citeer: ,,De brigade kan in haar geheel, met infanterietroepen op de grond, transporthelikopters, bewapende helikopters, op de hoogste ladder van het geweldsspectrum meedoen. Niet alleen vredeshandhaving, maar ook vredesafdwinging.''

Als de Landmacht, door de teleurstellende zuigkracht van de rode baretten, zich nu gedwongen ziet vredesmissies te bemannen met soldaten die niet voor gevechtsfuncties zijn opgeleid, is dat wel degelijk bezwaarlijk. In zaken van vrede en veiligheid loopt Nederland altijd het gevaar onvoldoende rekening te houden met dimensies van het leven in de boze wereld om ons heen – zoals ontzag, allure, prestige, intimidatie en bluf, om er maar een paar te noemen – die in onze eigen begrippenwereld geen rol mogen spelen. Onder de peacekeepers van de Verenigde Naties lopen de Indiërs waarschijnlijk het minste gevaar omdat iedere rebel waar ook ter wereld weet dat in elke regio van het geweldsspectrum met Indiase soldaten niet te spotten valt. Als eenmaal bekend wordt dat Nederlandse vredesmissies voor een deel bestaan uit soldaten die bij confrontatie met geweld gevechtseenheden van andere naties te hulp moeten roepen, lopen alle Nederlandse peacekeepers, met inbegrip van de zo geduchte mariniers, onmiddellijk gevaar.

Mr. A.P. van Walsum was van 1989 tot 1993 directeur-generaal politieke zaken op het ministerie van Buitenlandse Zaken en vertegenwoordigde in 1999 en 2000 Nederland in de Veiligheidsraad.

    • Peter van Walsum