Risico's in Afghanistan

Terwijl Afghaanse vertegenwoordigers in Bonn praten over een puur Afghaans bestuur in hun land, stromen de vreemde militairen binnen. In het zuiden, nabij het Talibaan-bolwerk Kandahar, zijn het Amerikaanse mariniers, in het noorden spelen Amerikanen en Britten een rol bij het neerslaan van een opstand van krijgsgevangen Talibaan, in de hoofdstad Kabul is een contingent Russen neergestreken. Hoezo puur Afghaans? Wat de buitenlandse contingenten komen doen, is niet helemaal duidelijk. De Russen laten weten humanitaire hulp te verlenen. Wat de Amerikaanse mariniers betreft: vormen zij de spits van een beslissende aanval op Kandahar of concentreren zij zich vooral op de jacht op Osama bin Laden en zijn Al-Qaeda? Of vallen die twee missies samen als Osama en Talibaan-leider Omar worden geacht zich in Kandahar op te houden? De Amerikaanse `briefings' vallen op door vaagheid op dit punt.

Kort geleden was er nog veel verbazing over het hoge tempo waarin de Talibaan-strijdkrachten uiteenvielen. De Noordelijke Alliantie, maar ook een variëteit aan lokale krijgsheren nam de macht over in de ene stad na de andere, in de ene provincie na de andere. Maar allengs werd duidelijk dat de oorlog nog niet gewonnen is en dat vooral de harde kern van Al-Qaeda de strategen van het succes hoofdbrekens bezorgen. Verschillende zorgen worden geventileerd: een hardnekkige guerrillastrijd vanuit de bergen en grotten, mogelijk overslaand naar Pakistans chronisch onbestuurbare noordwestelijke provincie, maar meer nog een vermenigvuldiging van terroristische cellen in de rest van de wereld worden tot de kwade kansen gerekend.

Met de overbrenging van honderden, straks misschien duizenden, mariniers naar het oorlogsgebied zijn de Amerikanen een strategische waterscheiding overgetrokken. De geschiedenis herhaalt zich niet, wordt beweerd, maar de interventie in Vietnam begon eveneens met een beperkte strijdmacht en beperkte doelen zonder dat de consequenties van een en ander werden overzien. Om een andere parallel te trekken: de opmars van de Noordelijke Alliantie kan nog gerangschikt worden onder het hoofdstuk afghanisering van de oorlog. Maar de betrokkenheid van grote Amerikaanse troepencontingenten `op de grond' kan een eigen dynamiek ontwikkelen. Evenals in Vietnam het geval was, kunnen aanvankelijke successen een riskant effect hebben. Op die manier werden destijds de Amerikanen het Indochinese moeras ingezogen.

Er is een waarborg tegen een dergelijke ontwikkeling: de Amerikaanse militaire missie een overzichtelijk, begrensd en uitvoerbaar doel verlenen. Dat zou dan zijn, geheel volgens eerdere uitspraken van president Bush, concentratie op het elimineren (`uitroken', zei Bush) van Al-Qaeda. De Amerikanen zouden dan de militaire kant van het op orde brengen van het land (nation building) aan de Afghanen en hun buurlanden dienen over te laten. Bush heeft zich hiervan bij herhaling een fervent voorstander genoemd. Maar `mission creep', om een andere term uit het internationale vocabulaire aan te halen, ligt op de loer. Anders gezegd: de dagelijkse voorvallen en incidenten zijn bepalender voor het verloop van de onderneming dan de strategische blauwdrukken die er aan ten grondslag liggen. In Afghanistan is daarvan al sprake geweest.