Rentree met therapeutische waarde

Na een afwezigheid van ruim vier jaar is Regilio Tuur (34) teruggekeerd in de boksring. Om de spoken in zijn hoofd voorgoed te verjagen. ,,Ik heb mezelf herontdekt.''

Praten kan hij nog altijd als de beste, de selfmade-bokser die de laatste jaren vooral negatief in het nieuws kwam. Snij een willekeurig onderwerp aan en moeiteloos rijgt Regilio Benito Tuur de zinnen aaneen. Zo was het een paar jaar geleden, zo was het gisteren in Rotterdam, waar de 34-jarige oud-wereldkampioen met gevoel voor dramatiek zijn rentree in de ring toelichtte.

Gadegeslagen door onder anderen zijn moeder, zijn vriendin en zijn jongste dochter begon de voormalige roerganger van het Nederlandse profboksen aan een emotionele monoloog, om uiteindelijk pas na een uur weer stil te vallen. Aad Veerman, kleurrijk zakenman en bokspromotor te Rotterdam, stond toen al op de gang. Voor een diepzinnige analyse over onder meer Tuurs verlatingsangst was de Bep van Klaveren-adept immers niet naar de presentatie gekomen van wat door de organisatoren als The Homecoming (De Thuiskomst) was geafficheerd.

Ruim vier jaar geleden keerde Tuur het boksen de rug toe. Niet omdat hij genoeg had van beulswerk tussen de touwen, maar om zijn huwelijk te redden, zoals hij gisteren verklaarde. Die opzet mislukte. Zijn gezin viel uiteen en de geboren Surinamer zocht zijn heil in een andere passie: mode en confectie. Hij begon een eigen zaak in Rotterdam. Ook dat werd geen succes. Een faillissement stortte hem voor de tweede keer binnen korte tijd in een crisis.

Pijnlijk was het weerzien met de burgermaatschappij toch al voor de bokser, die de laatste tijd vaker in New York dan in Rotterdam verbleef. Twee veroordelingen wegens mishandeling van zijn ex-vrouw en zijn huidige vriendin deden hem voor drie maanden in voorarrest belanden. Alsof dat nog niet genoeg was, zat de belastingdienst hem vorig jaar op de hielen, evenals een aantal schuldeisers bij wie hij nog voor 100.000 gulden in het krijt zou staan.

Details over de gitzwarte periode weigerde Tuur gisteren prijs te geven. ,,Heel diep'' was hij gegaan in zijn eindeloze zoektocht naar de diepere oorzaken van zijn mislukkingen en ontsporingen die, zo benadrukte hij, teruggingen tot zijn eerste levensjaren. Als kind werd hij tot drie keer toe in de steek gelaten. Eerst door zijn vader, toen door zijn stiefvader en tot slot door zijn moeder die in Nederland een nieuw bestaan voor het gezin (tien kinderen) probeerde op te bouwen.

Hij voelde zich verstoten, wilde het liefst alleen zijn en herinnerde zich gisteren hoe hij rond zijn vijfde levensjaar ,,bijna niet gesproken en niet gelachen'' heeft. Kortom? ,,Die periode heeft diepere sporen nagelaten dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden'', concludeerde de oud-sportman van het jaar (1994).

Het kritische zelfonderzoek nam bijna twee jaar in beslag en had, aldus Tuur, een verhelderende uitwerking. Als herboren kwam hij afgelopen voorjaar immers tevoorschijn uit de innerlijke strijd, waarbij hij voortdurend met zichzelf in conclaaf was. Steun ontving hij vooral van zijn moeder (,,Mijn alles''). ,,Ik heb mezelf herontdekt. Alle angsten en pijnen uit het verleden heb ik opnieuw beleefd en moeten verwerken. Nu heb ik ze een plaats gegeven.''

Zijn rentree heeft dan ook vooral therapeutische waarde. Voorgoed wenst Tuur de spoken en demonen uit zijn hoofd te verjagen nu hij vrede met zichzelf en zijn naaste omgeving heeft gesloten. En waar komt de zelfbewuste ex-kampioen in het supervedergewicht beter tot zijn recht dan in de ring, op de plek waar hij zeven jaar geleden de wereldtitel van de World Boxing Organisation veroverde?

Daarbij komt: boksen is een verslaving, een onweerstaanbare roes waaruit hij niet wenst te ontwaken. ,,Het is geen deel van mijn leven, het is mijn leven'', verzekerde Tuur zijn gehoor. ,,Het is mijn grootste vriend, mijn dierbaarste minnares en mijn strengste leermeester. Dankzij het boksen heb ik mijzelf ontwikkeld. Van een jochie met achterstand tot een volwassen man met aanzien. Het is een must om datgene af te maken waarmee ik ooit ben begonnen en wat ik vier jaar geleden niet heb kunnen afmaken.''

Toch is boksen slechts één van de ingrediënten van het ambitieuze project genaamd The Sweet Science, dat Tuur in samenwerking met de Top Sports Group en tv-zender RTL5 opzette. In de reeks van minimaal vijf gala's, te beginnen op 20 december in het Rotterdamse Topsportcentrum, spelen mode, humor, dans en muziek een even prominente rol. ,,Fight, fun and fashion'', in de woorden van Tuur, die in Amerika leerde dat boksen meer is dan alleen een robbertje vechten. Lifestyle-entertainment hoopt hij in Nederland te introduceren.

Ook ideële motieven liggen ten grondslag aan zijn terugkeer. Maar wat graag hoopt Tuur het Nederlandse profboksen nieuw leven in te blazen, zoals hij dat eerder deed met zijn rondreizende Tuur on Tour-karavaan in de periode 1994-'96. Met lede ogen zag hij zijn erfenis de afgelopen jaren afglijden naar een ronduit bedenkelijk niveau. ,,Ik herken mijn sport in Nederland niet meer'', verzuchtte Tuur gisteren. Maar: ,,Als de Nederlandse bokswereld achter mij gaat staan, kan ik weer als ambassadeur mijn werk doen. Gelukkig kan ik al rekenen op de steun van de topsportcoördinator van de boksbond, mijn oude vriend Arnold Vanderlyde.''

Vraag is echter wat Tuur nog te zoeken heeft in de ring. `Tuur in Cruz control' schreven de kranten in Boston drie maanden geleden na zijn zege op veteraan Freddy Cruz (39) uit de Dominicaanse Republiek. Afgelopen vrijdag, in Tuurs tweede officiële partij sinds zijn terugkeer, moest hij in New York evenwel het hoofd buigen voor Orlando Selido, een 21-jarige Mexicaan die hem na acht ronden op punten versloeg. ,,Mijn rentree was de eerste hindernis. Nu gaat het weer om winnen. Ooit hoop ik opnieuw om de wereldtitel te kunnen boksen.''

Zijn voormalige leermeester, `ome' Jan Schildkamp, twijfelt niet aan het welslagen van de missie van zijn pupil. ,,Regiel is een professional onder de professionals'', sprak de boksdocent uit Hoogvliet. ,,Met zijn mogelijkheden zie ik hem weer hele mooie dingen doen.''

    • Mark Hoogstad