OPEC vreest olie voor een tientje

Aan het zwalken van de olieprijs komt voorlopig geen einde. Naast de dalende vraag naar olie en het geruzie over de beperking van de productie, is er nu de kans dat Irak binnenkort de uitvoer staakt. OPEC dreigt met een prijsoorlog.

De organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) had het de afgelopen twee jaar onder controle. De olieprijs schommelde tussen de 22 en 28 dollar (55 en 70 gulden), de bandbreedte die het kartel wilde. Maar OPEC is de controle kwijt en vreest voor een olieprijs van 10 dollar per vat.

De olieprijs laat de afgelopen maanden een grillig verloop zien. Een vat Brent Noordzee-olie kostte voor 11 september nog ruim 27 dollar. Na de aanslagen in de VS steeg de prijs tot boven de 30 dollar, om vervolgens af te glijden naar minder dan 17 dollar door de afnemende vraag en de onmacht van producenten om tot een forse beperking van de export te komen. Vanmorgen kostte een vat Brent 18,79 dollar.

Voorspellingen over de olieprijs doen er nog weinigen. ,,Niemand weet wat er gaat gebeuren. De markt is nerveus en zenuwachtig'', zegt Gijs van Dam, oliehandelaar bij Schröder Salomon Smith Barney. Hij verwacht dat de olieprijs voorlopig zijn laagste niveau's heeft gezien. ,,Maar het is echt een `buy on the rumour, sell on the fact'-markt'', aldus Van Dam.

De manier om de prijs weer op de drijven is een beperking van de productie. OPEC, dat 40 procent van de wereldproductie in handen heeft, stelde eerder deze maand voor dat zij 1,5 miljoen vaten per dag minder oppompt, maar alleen als andere producenten hun productie met 500.000 vaten verminderen. Landen als Mexico en Noorwegen willen wel, maar Rusland is slechts bereid tot een beperking van 50.000 vaten, 0.7 procent van de dagelijkse productie. OPEC eist dat Rusland, 's wereld's grootste producent na OPEC, de productie met 300.000 vaten vermindert.

Om de druk op Moskou op te voeren, dreigde OPEC president Chakib Khelil gisteren met een prijsoorlog. ,,Als er er geen beperking komt in januari zal de olieprijs snel instorten, wij kunnen dan snel extra productie op de markt brengen om de druk op te voeren'', aldus Khalil. Hij zei verder dat er een ,,catastrofale'' situatie zou ontstaan na de winter als er geen beperking zou komen en dat de olieprijs dan zou kunnen dalen tot 10 dollar per vat. Zijn uitspraken zorgden voor een onmiddellijke daling van de olieprijs met 50 dollarcent. De dreiging leek enig succes te hebben. ,,In december zal een commissie kijken of het technisch mogelijk is om een verdere vermindering van de olie-export door te voeren'', zei vice-premier Viktor Khristenko in Moskou.

De olie-producerende landen kunnen hulp krijgen uit een onverwachte hoek: Irak, het land dat ruim 2 miljoen vaten olie, oftewel 4 procent van de wereldproductie voor zijn rekening neemt. Saddam Hussein mag olie verkopen en de opbrengsten gebruiken om voedsel en medicijnen te kopen volgens een programma van de Verenigde Naties. Elke zes maanden wordt het programma, ingesteld na de Golfoorlog, weer bekeken – steevast een probleem.

In juni zette Irak de productie stop nadat de Amerikanen en Britten het programma wilden veranderen. Zij willen dat Irak geen goederen meer kan invoeren die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. De prijs steeg scherp na de stap van Irak, dat de export hervatte nadat de `slimme sancties' op de lange baan werden geschoven. De Amerikanen hebben nu echter een compromis bereikt met Rusland dat voorziet in een herziening van de sancties over zes maanden. Irak zou uit protest komende week al de export opnieuw stop kunnen zetten. De grootste onzekere factor is echter niet OPEC, Rusland of Irak, maar de VS. Al enige tijd wordt gespeculeerd of Irak het volgende doel is in de oorlog tegen het terrorisme. President Bush gooide onlangs olie op het vuur door te eisen dat Irak de wapeninspecteurs van de VN weer toelaat.