Mishandelde vrouwen staan vaak in de kou

Per jaar vluchten 20.000 vrouwen omdat ze door hun man worden mishandeld. Voor de helft van hen is geen opvang.

Een jonge Afrikaanse vrouw belde het meldpunt vrouwenopvang tijdens de Nederlandse les. Ze werd mishandeld door haar man, ze wilde scheiden. Ze wilde in ieder geval onmiddellijk weg. Het meldpunt gaf haar het nummer van Els van Blokland, advocaat in Amsterdam. Ze mocht meteen komen.

,,Ze kwam hier binnen met een kind van nog geen jaar'', zegt Els van Blokland. ,,Haar man kwam achter haar aan, die had ontdekt wat ze van plan was. Er kwam nog een man achter hen aan, die had op straat gezien dat ze ruzie hadden en was bang dat de vrouw iets zou worden aangedaan. Blijf alsjeblieft hier, zei ik tegen hem. Ik dacht: die kan me helpen om de boel in bedwang te houden.''

De Afrikaanse was voor haar verblijfsvergunning van haar man afhankelijk, ze had recht op hulp. Blokland begon te bellen met opvanghuizen. ,,Het was volstrekt duidelijk dat ze niet met haar man mee naar huis kon.'' Ze wordt nog boos als ze denkt aan alle uren die het haar kostte de Afrikaanse onder te brengen – niet eens het werk van een advocaat. ,,Het was geen plaats, geen plaats. En als er ergens wel plaats was, begonnen ze over geld.''

De Afrikaanse had haar paspoort niet bij zich, de sociale dienst wilde niet aan het opvanghuis beloven dat er voor haar zou worden betaald. ,,Iedereen begon elkaar tegen te werken, niemand had het over veiligheid.'' Uiteindelijk kon de Afrikaanse terecht in Hilversum, op voorwaarde dat ze geld meenam. ,,Ik heb de politie nog moeten smeken om haar te begeleiden naar het Centraal Station.''

Ineke Smidt, directeur van de Federatie Opvang, waaronder de opvanghuizen voor mishandelde vrouwen vallen, verdedigt zich niet. Ze noemt alleen wat getallen. In 1998 moesten de opvanghuizen 9.000 vrouwen afwijzen wegens plaatsgebrek. In 2000 waren het er 11.400, de helft van het aantal vrouwen dat zich meldt. En dan worden illegale vrouwen niet meegeteld. Die mogen niet in een opvanghuis worden opgenomen, ook al zijn ze net ontsnapt aan de smokkelaars die hen dwingen tot prostitutie. Of zijn ze op weg naar Nederland verkracht door de mannen van wie ze afhankelijk zijn. ,,Dat gebeurt 30 procent van de vrouwen'', zegt Smidt. ,,Dat we voor hen niets kunnen doen, is heel frustrerend.'' [Vervolg MISHANDELING: pagina 2]

MISHANDELING

Nu al bedden in de recreatiezaal

[Vervolg van pagina 1] Sinds de invoering van de Koppelingswet, juni 1998, hebben mensen zonder verblijfsvergunning geen recht op hulp of bijstand. Ineke Smidt heeft net een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. De Federatie Opvang vraagt vijfenveertig miljoen gulden, alleen om de opvangcapaciteit die er nu is in stand te houden. ,,En natuurlijk moet er ook uitbreiding komen.''

Volgens Smidt is het niet waar dat de opvanghuizen vrouwen `met een onzekere verblijfsstatus', eerder afwijzen dan Nederlandse vrouwen of vrouwen die hier al jaren legaal wonen. ,,Geen plaats is het enige dat telt. Vol is vol. En vol betekent meestal dat er al bedden zijn bijgezet in de recreatiezaal.'' Maar Els van Blokland zegt dat de meeste opvanghuizen geen zin hebben in zulke vrouwen. ,,Ze beginnen over de samenstelling van de groep, dat er al te veel erg moeilijke gevallen zijn.'' Ze wil graag een proefproces beginnen, zodat er een uitspraak komt waar iedereen zich aan moet houden. ,,Ik ben op zoek naar een vrouw die het aandurft. Een vrouw met een onzekere verblijfstatus die door de opvang is geweigerd.''

Marijke Ekelschot van `Vrouwen tegen Uitzetting', de groep die vandaag de demonstratie in Den Haag organiseerde, zegt ook dat de opvanghuizen `discrimineren'. ,,Bij Nederlandse vrouwen weten ze zeker dat de sociale dienst betaalt. En ze blijven gemiddeld maar veertig dagen. Bij vrouwen met een onzekere verblijfsstatus is dat allemaal niet duidelijk.'' Marijke van Ekelschot begrijpt dat het niet gemakkelijk is voor opvanghuizen. Vrouwen die nergens anders heen kunnen, houden plaatsen bezet voor anderen. ,,Maar laten ze daar dan eerlijk over zijn'', zegt ze.

Een Iraanse vrouw, gescheiden, kwam naar Nederland en vroeg asiel aan. Haar ex-man had geprobeerd haar met zijn auto dood te rijden. Hij had ook een teen afgehakt van hun zoontje. De vrouw woonde bij haar moeder voordat ze vluchtte. Haar ex-man wist haar overal te vinden. ,,Ze mocht hier uiteindelijk blijven omdat haar zoontje een lelijke vorm van kanker kreeg'', zegt Bernadette Ficq, haar advocaat. Ze is blij voor de vrouw, maar ze is ook boos. ,,Het lukt nooit om voor Iraanse of Afghaanse of Pakistaanse vrouwen die hun man ontvluchten asiel te krijgen'', zegt ze. ,,Justitie zegt dat het privéproblemen van die vrouwen zijn. Hun eigen overheid moet hun maar bescherming bieden. Of ze moeten ergens anders gaan wonen.'' Volgens Bernadette Ficq is dat tegen de regels van het VN-vluchtelingenverdrag: gegronde vrees voor dreiging op basis van geloof, ras, nationaliteit of sociale groep. Ze heeft haar praktijk in Amsterdam, ze doet veel zaken voor vrouwen uit Iran en de landen daaromheen. ,,Waarom mag een man die door de politie in elkaar geslagen wordt wel blijven en een vrouw die door haar man in elkaar geslagen wordt niet?'' Iedereen weet, zegt ze, dat vrouwen in Iran en landen daaromheen geen enkele bescherming krijgen van de overheid.

Bernadette Ficq en Els van Blokland zien veel vrouwen die met hun man hierheen komen en meteen willen scheiden. ,,Iedereen begrijpt dat en roept wat erg, wat erg'', zegt Els van Blokland. ,,Maar als het op toelating of hulp aankomt — niks hoor.'' Ze heeft gemerkt dat vrouwen die tijdens de procedure bij hun man zijn weggegaan in de registratie van de Vreemdelingendienst vaak `code 98' krijgen: intrekking van de bijstand. En dat betekent: nergens recht op, ook niet opvang. Ze heeft er al heel wat faxen over verstuurd naar de Vreemdelingendienst. Het helpt niet, zegt ze. ,,Die code is een vergissing. Maar het lijkt wel of het iedereen beter uitkomt.''

    • Jannetje Koelewijn