Militair bestelt badpak nu via postorderbedrijf

De centralisatie in het leger heeft de kledingmagazijnen bereikt. Militairen kunnen voor hun uitrusting niet langer terecht in de kazerne maar in een catalogus.

Is het de nieuwe Ikea-gids? De dubbeldikke Wehkamp? Nee. Het is de Catalogus Kleding en Persoonsgebonden Uitrusting Defensie, die de afgelopen weken bij zo'n 70.000 werknemers van het ministerie van Defensie op de deurmat is geploft. Want vanaf volgend jaar kopen werknemers hun militaire uitrusting niet meer op de eigen kazerne, maar via een militair postorderbedrijf in Soesterberg.

De centralisatie is in de hele krijgsmacht doorgevoerd en betekent het einde van de tientallen `kledingverkoopplaatsen' van de landmacht, luchtmacht, marine en marechaussee. Hun plaats is overgenomen door een nieuw gezamenlijk `paars' Kleding en Persoongebonden Uitrusting (KPU)-bedrijf in Soesterberg.

Wie voortaan een nieuw camouflagehemd (overhemd, woodland, lange mouw) of mess tins (etensblikken, veld, stel, RVS) wil aanschaffen, vult een formulier in en faxt het naar het KPU-bedrijf. Wie dat voor drie uur 's middags doet, krijgt de aangevraagde artikelen de volgende dag per pakketpost thuisgestuurd, zo belooft de catalogus.

Maten opgeven hoeft niet: die zijn bekend bij het bedrijf. Wel moet een autorisatiecode worden ingevuld, die is gekoppeld aan het registratienummer van elke militair. Zo wordt voorkomen dat militairen van de landmacht het witte tropentenue van de marine kunnen aanschaffen, of een korporaal generaals-sterren.

Het boekwerk telt 131 pagina's. Ondergoed (onderbroek, zandkleur, slip, vrouw) wordt niet geshowd; bij de badkleding (zwembroek, LO/Sport) wordt het gezicht van het model uit beeld gelaten. De vier krijgsmachtdelen blijken over een indrukwekkende hoeveelheid kleding- uitrustingsstukken en accessoires te beschikken. Zo kent Defensie bijvoorbeeld 7 paar verschillende sokken, 22 soorten veters, 28 typen overhemden en 332 soorten rangonderscheidingstekens: de strepen, sterren en balken op de schouders van militairen. Dit betreft dan wel de onderscheidingstekens voor alle mogelijke kledingstukken (brigadegeneraal, goud, regenjas stratotex), plus alle `bijzondere' tekens (korporaal-muzikant, wit, witte lyra, jas, dagelijks tenue).

De centralisatie betekent niet het einde van de foeriers, in het verleden verantwoordelijk voor het verstrekken van de uitrusting, volgens een woordvoerder van het ministerie. De catalogus is alleen bestemd voor het aanschaffen van `koopartikelen': die delen van de uitrusting die de militair zelf moet aanschaffen of aanvullen. Het merendeel van de Persoonlijke Gevechtsuitrusting (PGU) – helm, gevechtspak, rugzak en veldfles – krijgt de militair in bruikleen. Is een artikel versleten of kwijtgeraakt, dan beslist de foerier of het artikel moet worden geruild of aangevuld en besteld hij het artikel bij het KPU-bedrijf.

De tekorten in de PGU, die er enkele weken geleden voor zorgden dat rekruten op gymschoenen moesten lopen, zijn inmiddels aangevuld, aldus de woordvoerder. Oorzaak was een partij afgekeurde gevechtslaarzen.

    • Steven Derix