John Lee Hooker

In het begin van de vorige eeuw stikte het ervan in de Mississippi-delta: zwarte keuterboertjes die na gedane arbeid op de veranda `hooch' dronken en liedjes gromden terwijl zij zichzelf begeleidden met een aftandse gitaar en ritmisch voetgetap. De in 1917 geboren John Lee Hooker was een van hun afstammelingen. Op vijftienjarige leeftijd was hij zo verslaafd aan de muziek dat hij van huis wegliep om in Detroit zijn geluk te beproeven als zanger en gitarist. Zijn debuut Boogie Chillen, in 1948, was het begin van een bijna zes decennia durende carrière.

Vlak voor zijn overlijden in juni 2001 zag documentairemaker Jörg Bundschuh kans de inmiddels hoogbejaarde bluesman te interviewen. Hookers binnensmonds gestamelde en gestotterde antwoorden zijn de rode draad geworden in de zestig minuten lange reconstructie van zijn leven. De documentaire That's my story zwalkt langs onderwerpen die even logisch als afgekloven zijn: Hookers analfabetisme, zijn liefde voor vrouwen, armoede en segregatie.

Ter illustratie van deze nogal oppervlakkige verhalen strooit de regisseur met pittoreske plaatjes van armeluisstadjes in the deep south en archiefbeelden die overal opgenomen hadden kunnen zijn. De enige terzake doende historische fragmenten die hij wist op te duikelen - een studio-opname van Maudie en een registratie van Hookers optreden op Newport Jazz in 1963 - worden na een halve minuut weggedraaid. Dit materiaal wordt gemakzuchtig aangevuld met clips uit de vroege jaren negentig toen Hooker een comeback beleefde met het hitalbum The Healer.

Bonnie Raitt, Carlos Santana, Eric Clapton en een dozijn anderen voegen daar nog eens obligate teksten aan toe die niet meer zijn dan de kritiekloze huldeblijken van fans. John Lee Hooker wordt neergezet als beroemd bluesman maar meer ook niet. Als de hoogbejaarde niet wil praten over zijn scheiding maar wel laat weten dat het veel heeft betekend voor zijn bluesgevoel, graaft de brave Bundschuh niet verder.

Maar het grootste manco van dit zogenaamde muzikantenportret is dat het zelden over muziek gaat. Er worden nog geen twee woorden vuil gemaakt aan de boogie, de voor Hooker kenmerkende ritmische eenakkoordblues. Hooker wordt niet historisch geplaatst tussen andere bluesgrootheden als B.B. King, Willie Dixon en Muddy Waters; dat hij als Detroit-bluesman een uitzondering was tussen muzikanten uit Chicago en Memphis blijft dus verzwegen.

Ook de kernvraag ontbreekt: Wat maakte deze man zo bijzonder dat hij een ster werd en niet, als al die andere keuterboertjes, tot zijn dood op de veranda heeft zitten grommen, plukken en tappen?

John Lee Hooker, NPS, Ned.3, 20.30-21.32u.