Herzien

Het voormalige gebouw voor de Bataafsche Import Maatschappij (BIM) van J.J.P. Oud in Den Haag is door de Groningse hoogleraar Ed Taverne wel eens het eerste `postmodernistische' gebouw van de Nederlandse architectuur genoemd. Het BIM-gebouw, dat later het Shell-gebouw werd en nu als algemeen kantoor dienst doet, werd voltooid in 1946.

Hiermee zou het ontstaan van het postmodernisme met ongeveer een kwart eeuw worden vervroegd. Het postmodernisme staat immers te boek als een verschijnsel dat omstreeks 1970 opdook in de architectuur. Moe van tientallen jaren van kale modernistische dozen streefden postmodernistische architecten naar `rijkere' gebouwen.

Tavernes belangrijkste reden om Ouds BIM-gebouw als eerste postmodernistische gebouw te noemen was dat dit het eerste Nederlandse gebouw was waarmee een belangrijke pionier van het Nieuwe Bouwen terugkeerde naar de klassieke architectuur. Met zijn witte, ornamentloze rijtjeshuizen met platte daken in de Rotterdamse Kiefhoek had Oud in de jaren twintig een internationale reputatie verworven. Zijn BIM-gebouw oogt als een radicale breuk met deze modernistische architectuur: het is een zwaar, monumentaal, strikt symmetrische gebouw en heeft niets van de lichtheid en zakelijke soberheid van Ouds eerdere gebouwen. Het BIM-gebouw heeft een klassieke driedeling van basis, middendeel en hoofdgestel en – alsof dit nog niet erg genoeg was – was Oud zelfs niet teruggedeinsd voor ornamenten. Zo steunt de luifel op het dak van het vooruitspringende entreegedeelte op gestileerde stenen Shell-schelpen.

In het begin van de eenentwintigste eeuw staat het BIM-gebouw er nog stralend bij. Aan het exterieur is in de bijna halve eeuw dat het gebouw er nu staat nauwelijks iets veranderd. Anders dan Ouds fragiele Nieuwe Bouwen-woningblokken uit de jaren twintig, die om de zoveel tijd grondig moeten worden opgeknapt of zelfs al zijn gesloopt, is zijn BIM-gebouw voor de eeuwigheid gebouwd. Ook nu oogt het nog degelijk en is het geschikt voor elk bedrijf dat een `representatief' kantoor zoekt.

Oud had de opdracht voor het BIM-gebouw gekregen in 1939, maar het werd pas na de Tweede Wereldoorlog voltooid. Opmerkelijk genoeg waren de reacties van Nederlandse aanhangers van het Nieuwe Bouwen mild. Zo feliciteerde Rietveld Oud in een vriendelijke brief met het BIM-gebouw. Misschien waren de Nederlanders minder verrast doordat zij Ouds nooit uitgevoerde ontwerp kenden voor het Amsterdamse stadhuis uit 1937.

De felle reacties kwamen uit het buitenland, vooral uit de Verenigde Staten. De Amerikaanse architect Philip Johnson, een vriend van Oud en bevorderaar van diens werk in de VS, beschouwde het BIM-gebouw als niet minder dan verraad aan de `International Style', zoals Johnson het Nieuwe Bouwen noemde. Verraad – dit woord geeft precies aan hoe diep moralistisch het architectuurdebat vlak na de Tweede Wereldoorlog was. Later in de jaren tachtig, toen Johnson zelf de architectuurwereld had `geschokt' met het postmodernistische AT&T-gebouw in New York, schreef hij aan Hans Oud, de zoon van J.J.P., dat zijn felle reactie hem achteraf speet en dat hij niet zo hard over het BIM-gebouw had moeten oordelen.

Wie het voormalige BIM-gebouw nu ziet kan, gewend als hij is aan massa's retro-gebouwen, alleen maar nog maar glimlachen om de verontwaardiging die het opriep. Oud zelf kon er in 1946 niet om lachen. Hij was teleurgesteld over de reacties. Het BIM-gebouw was zijn lievelingsgebouw en zelf zag hij er geen breuk in met zijn eerdere werk. Volgens zijn zoon Hans, die in 1984 een boek over zijn vader publiceerde, was het BIM-gebouw vooral ingefluisterd door de Zeitgeist: de crisis van de jaren dertig had niet alleen in Duitsland en de Sovjet-Unie, maar ook in landen als Nederland en Frankrijk een verlangen naar monumentale architectuur doen ontstaan. Zo gezien was er inderdaad geen sprake van een breuk en is Oud altijd gewoon een zeer `zeitgemässe' architect gebleven.

    • Bernard Hulsman