`Effect van subsidie MKB slecht meetbaar'

Het effect van subsidies en andere stimuleringsmaatregelen voor het midden- en kleinbedrijf is onduidelijk en slecht meetbaar. Daardoor is niet vast te stellen of de 5 miljard gulden die de overheid jaarlijks in het MKB stopt wel goed wordt besteed.

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een gisteren verschenen rapport over stimuleringsmaatregelen voor het MKB en ondernemerschap. De departementen Economische Zaken, Financiën en Sociale Zaken `stapelen' steeds nieuwe maatregelen op oude, zonder dat duidelijk is wat de effecten van de oude maatregelen zijn.

De Rekenkamer onderzocht welke maatregelen in 1995 zijn ingesteld naar aanleiding van het rapport Werk door ondernemen. Van de 28 primair op het MKB gerichte maatregelen ,,is zes jaar na dato nog maar weinig bekend'', aldus de Rekenkamer. Van vijftien van de 28 maatregelen, waarbij het gaat om bijna 1 miljard gulden, is het effect niet meetbaar. Het gaat bijvoorbeeld om de fiscale tante-Agaath-regeling en het expertisecentrum voor allochtone ondernemers. In twee gevallen is het effect meetbaar, maar stelt het resultaat teleur. Het gaat om het verruimen van de Vestigingswet en bijstand voor zelfstandigen. Des te vreemder is het volgens de Rekenkamer dat in 1999 een nieuwe nota, De ondernemende samenleving, werd gepresenteerd met meer nieuwe stimulansen voor ondernemers. Ook van die nieuwe maatregelen, die betrekking hebben op de periode 2000-2004, is allerminst zeker of ze het gewenste effect zullen hebben. De Tweede Kamer kan met de huidige gegevens van EZ, die de regie voert over de stimuleringsmaatregelen, geen controle uitoefenen op het kabinet, meent de Rekenkamer.

Minister Jorritsma (EZ) stelt in een eerste reactie al veel te doen aan de meetbaarheid van de MKB-stimulansen, maar ze vindt niet dat er een spanning zit tussen de twee nota's. Van stapeling van beleid is geen sprake, vindt zij.

De Rekenkamer beveelt EZ aan duidelijk meetbare prestaties te koppelen aan de stimulansen.