Donderdag, documentairedag

Een nieuw initiatief, Docuzone, moet ook na IDFA de belangstelling voor documentaires in de bioscoop gaan bevorderen, door digitale projectie van dvd-schijfjes.

In gele hesjes gestoken marketing-medewerkers van `Docuzone' deelden deze week aan de lange rijen wachtenden voor de IDFA-kassa folders uit met de vraag of zij na afloop van het festival óók geïnteresseerd zouden zijn in het bekijken van documentaires op een groot scherm. Vanaf 28 februari volgend jaar wordt immers in tien filmtheaters door het hele land de donderdag documentairedag. Elke week gaat Docuzone, een initiatief van het Nederlands Fonds voor de Film, in de deelnemende theaters een nieuwe documentaire uitbrengen. Overal is dan dezelfde film te zien, wat technisch mogelijk wordt door de digitale projectie van de op dvd opgeslagen documentaire. De geselecteerde theaters krijgen de dure projector (`beamer') te leen, als ze zich committeren om minstens twee voorstellingen per week aan documentaires te wijden. Dat is nog altijd goedkoper dan wanneer het Filmfonds 35mm-filmkopieën (`blow-ups') van de veelal op video opgenomen Nederlandse documentaires zou moeten bekostigen. Zo'n blow-up kost, naar schatting van het Filmfonds, een kleine 100.000 gulden.

Vorig jaar trok IDFA ongeveer 60.000 bezoekers. De hele rest van 2000 werden er bijna 194.000 kaartjes verkocht voor documentaires, nog geen 1 procent van het totale bioscoopbezoek. En dat was dan een uitzonderlijk goed jaar, door het succes van André Hazes: zij gelooft in mij (ruim 134.000 in 2000). Volgens de gegevens in het Jaarboek Film trokken de overige Nederlandse documentaires vorig jaar ongeveer 29.000 bezoekers, en de buitenlandse ruim 31.000. De grootste hits na de Hazes-film waren de afgelopen jaren documentaires over Cubaanse muzikanten (in volgorde Buena Vista Social Club, Lagrimas negras en Cuba feliz) en over boeddhistische of new age-onderwerpen (Die Salzmänner von Tibet eindigde op 68.000 bezoekers, gevolgd door Windhorse en Steps of Mindfulness). Nagenoeg alle andere documentaires halen in Nederland minder, vaak veel minder dan 5.000 bezoekers.

Het probleem dat het in film geïnteresseerde publiek wel in groten getale festivals bezoekt, maar dezelfde films niet blijkt te willen zien zonder de festival-ambiance, doet zich ook voor na de festijnen in Utrecht en Rotterdam. Docuzone is een slimme poging om verandering te brengen in die misstand. Door elke week overal met dezelfde nieuwe titel te komen, wordt de publiciteit geoptimaliseerd. Uit marktonderzoek blijkt bovendien dat het publiek behoefte heeft aan een herkenbare programmering, op een vaste dag. Volgens Kees Ryninks, documentaire-intendant van het Filmfonds, is het de bedoeling jaarlijks veertig documentaires op deze manier uit te brengen: vijftien Filmfonds-producties, tien klassiekers, tien recente buitenlandse documentaires en vijf andere Nederlandse documentaires, bij voorbeeld geheel door de televisie gefinancierd.

Er kleven ook nadelen aan het stoutmoedige initiatief. Door vooruit te lopen op te verwachten ontwikkelingen in de digitale projectietechniek is het nog onzeker wat de kwaliteit zal zijn van het `beamen' van op een schijfje geplaatste films. De reacties van een testpanel van professionals op experimentele projecties van Docuzone lopen uiteen, en tijdens IDFA bleek het nog niet mogelijk een demonstratie te verzorgen.

Als Docuzone zou leiden tot het drastisch verminderen van de beschikbaarheid van filmkopieën van documentaires, waar het een beetje naar uitziet, komt de internationale zichtbaarheid van Nederlandse documentaires in gevaar.

Bestaande kleinschalige initiatieven, die tegen het tij in toch documentaires aan de man brachten (de distributeurs Public Film en Cinemien, Amsterdamse vertoners als Het Ketelhuis en de zaterdagse Docusalon in Rialto) worden door Docuzone uit de markt geprijsd. En Docuzone, geprogrammeerd door een commissie van drie filmtheaterexploitanten, zal een monopoliepositie verwerven.

Toch krijgen twee documentaires direct aansluitend op IDFA weekvertoningen. Kid Dynamite van Hans Hylkema is een voor de NPS-serie Het uur van de wolf vervaardigd portret van de gelijknamige Surinaamse saxofonist Arthur Parisius (1911-1963), die op de Zeedijk in Amsterdam een in de documentaire door Hans Dulfer `banaal' genoemde jazzvariant ontwikkelde. Nabestaanden en eigentijdse Surinaamse jazzmusici brengen in de charmante muziekfilm hommage aan een muzikale pionier in lelieblank Nederland.

De openingsfilm van IDFA, startup.com van Chris Hegedus en Jehane Noujaim, werd door het festival zelf ondertiteld en, bij hoge uitzondering, in distributie gebracht. De indringende `direct cinema'-benadering van twee pioniers van de internetindustrie verdient door zijn ongepolijste puurheid inderdaad een breder publiek dan festivalgangers alleen. Beide films zouden door de aard van het beeldmateriaal (niet bijzonder belichte videobeelden in startup.com, een televisieachtige mise-en-scène en montage in Kid Dynamite) vermoedelijk weinig kwaliteit verliezen bij digitale projectie van dvd.

Docuzone vanaf 28 maart 2002 in Rialto en Kriterion, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis; `t Hoogt, Utrecht; Plaza Futura, Eindhoven; Filmcentrum Poelestraat, Groningen; Lux, Nijmegen; Chassé Cinema, Breda; Lumière Cinema, Maastricht. Info: www.docuzone.nl

startup.com in Lux, Nijmegen; vanaf 6 december Pathé Arena, Amsterdam.

Kid Dynamite in Filmmuseum, Amsterdam.

    • Hans Beerekamp